Natura 2000 Gebieden
Interactieve kaart van alle 162 Nederlandse Natura 2000-gebieden met bodem- en habitatdata.
Officiële beschermde gebieden (PDOK / RVO). Klik voor details.
BRO Bodemkaart SGM. Bodemvlakken en grondsoorten. Klik voor details.
Over Natura 2000 & Kaartlagen
Deze pagina combineert officiële Nederlandse en Europese datasets over beschermde natuur, bodem en luchtkwaliteit. Hieronder vind je uitleg over de begrippen, codes en databronnen die op de kaart worden gebruikt.
Natura 2000 is het grootste netwerk van beschermde natuurgebieden ter wereld, vastgelegd door de Europese Unie. Het doel is om de biodiversiteit in Europa te behouden door kwetsbare habitats en diersoorten wettelijk te beschermen. Elk land is verplicht gebieden aan te wijzen die voor Europa ecologisch waardevol zijn — niet per se de mooiste of grootste, maar de meest unieke en kwetsbare.
In Nederland gaat het om 162 gebieden met samen 2197261 hectare aan beschermde natuur — van Waddeneilanden en Zeeuwse delta's tot vennen op de Veluwe en bloemrijke hooilanden in Limburg. De actuele aantallen zie je bovenaan de pagina in de KPI-tegels.
Natura 2000 bestaat uit twee pijlers:
- De Habitatrichtlijn — beschermt specifieke leefomgevingen (habitats) en niet-vogel diersoorten
- De Vogelrichtlijn — beschermt wilde vogelsoorten en hun leefgebieden
Beide richtlijnen stellen verplichtingen aan lidstaten: gebieden aanwijzen, beheerplannen opstellen en schadelijke activiteiten voorkomen of compenseren. In Nederland is dit uitgewerkt in de Wet natuurbescherming (per 2023: Omgevingswet).
Habitatrichtlijn (HR)
De Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG) is een Europese wet die kwetsbare natuurgebieden, planten en diersoorten beschermt. Lidstaten zijn verplicht Speciale Beschermingszones (SBZ-H) aan te wijzen voor habitats en soorten op de bijlagen. Samen met de Vogelrichtlijn vormt dit het Natura 2000-netwerk.
Vogelrichtlijn (VR)
De Vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG) beschermt alle wilde vogelsoorten in Europa. Voor kwetsbare soorten op Bijlage I moeten lidstaten aparte beschermingszones aanwijzen (SBZ-V). Ook trekvogels vallen eronder, zelfs als ze niet op Bijlage I staan.
Overlap
Veel gebieden zijn tegelijkertijd SBZ-H én SBZ-V. In het info-panel op de kaart zie je dit terug als beide badges — Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn — naast elkaar staan bij een aangeklikt gebied.
Habitatcodes (H-codes)
Officiële codes voor beschermde habitattypen uit de Europese Habitatrichtlijn. Beginnen met H gevolgd door vier cijfers. Een * betekent prioritair — extra beschermd omdat dit type dreigt te verdwijnen in Europa.
| Code | Naam | Wat is het? |
|---|---|---|
| Kust & Zee | ||
H1110 | Permanent overstroomde zandbanken | Altijd ondergedompelde zandbanken in ondiep kustwater. Leefgebied voor schelpdieren, jonge platvis en zeezoogdieren. |
H1130 | Estuaria | Riviermondingen waar zoet en zout water samenkomen. Enorm rijk aan leven door de mix van beide milieus; Westerschelde is het grootste voorbeeld. |
H1140 | Droogvallende slikwadden en zandplaten | Bij laag tij droogvallend wad van slib of zand. Onmisbaar foerageergebied voor miljoenen trekvogels als kanoet en rosse grutto. |
H1150* | Kustlagunen | Afgeschermde, ondiepe kustwateren met weinig golfslag. Zeldzaam in Nederland; voornamelijk in deltagebieden. |
H1160 | Grote, ondiepe kreken en baaien | Brede, rustige zeearmen met weinig stroming. Minder dynamisch dan open zee maar rijke onderwaterflora en fauna. |
H1170 | Riffen | Harde structuren op de zeebodem: stenen, oesterschelpen, mosselbanken. Bieden houvast voor anemonen, krabben en andere vaste bewoners. |
H1310 | Eenjarige pioniervegetaties | Lage zoutminnende plantjes (zeekraal, klein schorrenkruid) op vers aangeslibd land. De eerste bewoners van nieuw schor. |
H1320 | Schorren met slijkgras | Grasvlakten van Engels slijkgras (Spartina) op het slik. Dit gras vangt actief slib en bouwt de kust uit. |
H1330 | Atlantische schorren | Begroeide kwelders met zeeaster, zeekweek en andere zoutminnende planten. Buffer tussen zee en dijk; nestelplaats voor grutto en tureluur. |
| Duinen | ||
H2110 | Embryonale wandelende duinen | Allereerste kale zandheuvels vlak achter het strand, begroeid met biestarwegras. Worden regelmatig overstuift door zee-aanvoer. |
H2120 | Wandelende duinen met helm | Beweeglijke hoge duinen begroeid met helm. De gele helm bindt zand en vormt de vertrouwde "witte duinen" langs de kust. |
H2130* | Vastgelegde duinen (grijze duinen) | Vastliggende duinen met mossen, korstmossen en kruiden. Grijsgroen van kleur; rijk aan wilde bijen, hagedissen en bijzondere bloemplanten. |
H2140* | Vastgelegde ontkalkte duinen (duinheide) | Duinheiden met struikhei op kalkarm zand. Alleen op de Waddeneilanden en in het Renodunaal district. |
H2150* | Vastgelegde ontkalkte duinen met kraaihei | Als H2140 maar met kraaihei in plaats van struikhei. Nog zeldzamer; meest atlantisch van karakter. |
H2160 | Duinen met duindoorn | Dichte struiken van duindoorn in vochtige duinovergangen. Oranje bessen zijn voedsel voor trekvogels; vormt ondoordringbare mantel. |
H2170 | Duinen met kruipwilg | Vochtige duinvalleien begroeid met kruipwilg. Paarse bloemkussens in het voorjaar; leefgebied voor vlinders en zeldzame mossen. |
H2180 | Beboste duinen | Duinbossen van eiken, berken en lijsterbes op beschutte, iets vochtigere plekken in de duinen. |
H2190 | Vochtige duinvalleien | Natte valleien tussen duinen met orchideeën, waterplantjes en bijzondere mosvegetaties. Gevoed door grondwater dat omhoogkomt; uniek en zeldzaam. |
H2310 | Psammofiele heide op landduinen | Stuifzandheide op binnenlandse duinen met struikhei en stekelbrem. Open, warm leefgebied voor zandhagedis en tapuit. |
H2320 | Psammofiele heide met kraaihei | Als H2310 maar met kraaihei; iets natter en meer atlantisch van karakter. |
H2330 | Open grasland op landduinen (stuifzand) | Open zandoppervlakken met pioniersgrasjes die door wind in beweging blijven. Leefgebied voor zandhagedis, tapuit en bijzondere insecten. |
| Zoetwater | ||
H3110 | Mineraalarm oligotroof water | Uiterst voedselarme, heldere vennen op het Pleistocene zand. Helder en lichtbruin van kleur; alleen bijzondere waterplanten kunnen hier overleven. |
H3130 | Oligomeen water (zwak zure vennen) | Zwak zure tot zwak basische vennen; iets rijker dan H3110. Herkenbaar aan oeverkruiden en kleine fonteinkruiden. |
H3140 | Kranswierwaters | Helder, kalkrijk water met kranswieren (Chara): groene waterplanten die kalk afzetten op hun stengels. Indicator voor schoon water. |
H3150 | Van nature eutrofe meren | Meren en plassen met drijvende waterplanten als fonteinkruiden en waterlelie. Voedselrijker dan vennen; leefgebied voor snoek en dodaars. |
H3160 | Dystrofe meren en vennen | Donkerbruin, zuur venwater door humuszuren uit het omringende veen. Veenmossen en zonnedauw (vleesetende plant) zijn hier thuis. |
H3260 | Beken met waterranonkel | Snelstromende beken en rivieren waarop waterranonkel bloeit. Het witte bloemtapijt in stroming is een indicator voor schoon, zuurstofrijk water. |
H3270 | Rivieren met modderige oevers | Zacht hellende oevers van langzame rivieren met een laag modderig slib. Pionierplanten als waterpostelein vestigen zich op drooggevallen oevers. |
| Heide & Struweel | ||
H4010 | Vochtige heide met dopheide | Natte heide op natte, zure grond gedomineerd door dopheide. Roze-paarse bloemenpracht in de zomer; leefgebied voor adder en veenbesblauwtje. |
H4030 | Droge heide | Droge heide met struikhei op arme zandgrond. Paarse vlaktes in augustus; leefgebied voor zandhagedis, nachtzwaluw en grauwe klauwier. |
H5130 | Jeneverbesstruwelen | Struiken van jeneverbes op heiden of kalkgraslanden. Oudste exemplaren zijn soms eeuwen oud; nu sterk achteruitgegaan door stikstof. |
| Graslanden | ||
H6110* | Kalkpioniersgrasland | Pioniersbegroeiing van droogte-tolerante vetplantjes op ondiepe kalkbodem. Zeldzaam in Nederland; vrijwel alleen in Zuid-Limburg. |
H6120* | Kalkminnend grasland op diepe zandbodem | Soortenrijk, kort grasland op humusarm zand met lichte kalkrijkdom. Veel bijzondere bloemplanten en wilde bijen. |
H6210 | Droge kalkgraslanden | Bloemrijke droge graslanden op kalkbodem, kenmerkend voor het Zuid-Limburgse heuvelland. In het voorjaar kleurrijke orchideeën. |
H6230* | Heischrale graslanden | Soortenrijke, schrale graslanden op arme grond (keileembulten in Drenthe, hellingen in Limburg). Blauwgras en pilzegge zijn kenmerkend. |
H6410 | Blauwgraslanden | Vochtige, bloemrijke hooilanden op venige of kleiige bodem. Blauwe knoop en spaanse ruiter zijn kenmerkend; vroeger het typische veenweidehooi. |
H6430 | Voedselrijke zoomvegetaties | Hoge, ruige kruidenvegetaties van brandnetel, fluitenkruid en harig wilgeroosje langs oevers. Overgangszone tussen water en bos. |
H6510 | Laaggelegen hooilanden | Bloemrijke hooilanden met glanshaver en grote pimpernel. Vroeger het gewone boerenhooiland; door intensieve landbouw nu zeldzaam geworden. |
| Veen & Moeras | ||
H7110* | Actief hoogveen | Levend, actief groeiend hoogveen dat zijn eigen water aanmaakt. Gevoed door regen, extreem voedselarm en zuur; veenmossen bouwt het veen op. |
H7120 | Aangetast hoogveen | Verdroogd of afgegraven hoogveen dat niet meer actief groeit maar wél kan herstellen als het lang genoeg nat gehouden wordt. |
H7140 | Overgangs- en trilvenen | Nat, levend veen in de overgang van laag naar hoogveen. "Trilt" als je erop loopt. Rijk aan zeldzame orchideeën als de groenknolorchis. |
H7150 | Slenken in veengronden | Natte slenken in hoogveen begroeid met wollegras of snavelbiesje. Pionierstadium van hoogveenherstel na inundatie. |
H7210* | Kalkmoerassen met galigaan | Moerassen met galigaan (een ruige rietachtige plant) op kalkrijke, permanent natte bodem. Zeldzaam; voornamelijk in het rivierengebied. |
H7220* | Kalktufbronnen | Bronnen waarbij kalkhoudend kwelwater uitvloeit en kalk neerslaat als tufsteen. Uniek microhabitat met bijzondere mossen; altijd koel en vochtig. |
H7230 | Alkalisch laagveen | Kalkrijk laagveen met riet, zwarte zegge en vetblad. Botanisch het rijkste veentype van Nederland; vroeger wijd verspreid, nu zeldzaam. |
| Bos | ||
H9120 | Atlantische zuurminnende beukenbossen | Beukenbossen op zure, arme bodem met hulst in de struiklaag. Kenmerkend voor de duinstreek en randen van de Veluwe. |
H9160 | Eiken-haagbeukenbossen | Gemengde loofbossen op rijkere bodem met eiken, haagbeuk en soms hazelaar. Typisch voor rivierengebied en hogere zandgronden. |
H9190 | Oud zuurminnend eikenbos | Oud, open eikenbos op arme, zure zandgrond met weinig ondergroei. Leefgebied voor het vliegend hert en de zwarte specht. |
H91D0* | Veenbossen | Natte berken-elzenbossen op veenbodem met hoog grondwater. Groeien op de grens van hoogveen en mineraalrijkere omgeving. |
H91E0* | Alluviale bossen | Moerasbossen met zwarte els en es langs rivieren en beken op periodiek overstroomde bodem. Rijkste bostype qua vogelsoorten; prioritair beschermd. |
H91F0 | Gemengde ooibossen | Gevarieerde, soortenrijke bossen in de uiterwaarden van grote rivieren met zomereik, fladderiep en zwarte populier. Rijkste bostype van Nederland. |
Volledig overzicht op natura2000.nl ↗
Vogelcodes (A-codes)
Officiële codes voor beschermde vogelsoorten uit de Vogelrichtlijn. Beginnen met A gevolgd door drie cijfers (BirdLife Europese nummering). Klik op een naam voor meer informatie bij Vogelbescherming Nederland.
De Bodemkaart van Nederland (1:50.000) gebruikt een alfanumeriek codesysteem. Elke code bestaat uit drie onderdelen: een prefix, een bodemtype + nummer en een kalkverloop.
Structuur van een bodemcode
| Onderdeel | Voorbeeld | Betekenis |
|---|---|---|
| Prefix | e | Zoetwater-afzetting (rivierklei); p = minerale eerdlaag aanwezig |
| Bodemtype | Mn | Poldervaaggrond (half gerijpte klei); Mo = Drechtvaaggrond (slappe, ongerijpte klei) |
| Nummer | 25 | Textuur en profielverloop (lichte zavel t/m zware klei) |
| Kalkverloop | A | A = kalkrijk (<30 cm diep); B = kalkarm (30–80 cm); C = kalkloos |
Voorbeelden
| Code | Uitleg |
|---|---|
eMn25A | e = zoetwater · Mn = poldervaaggrond · 25 = lichte zavel, profielverloop 5 · A = kalkrijk. Typisch voor jonge zeekleipolders langs rivieren. |
epMo80 | e = zoetwater · p = donkere humeuze bovengrond · Mo = drechtvaaggrond (slappe klei) · 80 = zware kleitextuur. Typisch voor laagveenpolders en veenweidegebieden. |
Hoofdbodemtypen
| Code | Type |
|---|---|
V | Veengronden |
W | Moerige gronden |
Y / B | Podzolgronden / Brikgronden |
M | Zeekleigronden (mariene afzetting) |
R | Rivierkleigronden |
Z | Zandgronden |
Volledig overzicht: legenda-bodemkaart.bodemdata.nl ↗ | PDOK / BRO Bodemkaart (SGM) ↗
De BRO bevat ook registratieobjecten voor milieuhygiënisch bodemonderzoek:
| Afkorting | Inhoud |
|---|---|
SAD | Samenvatting Milieuhygiënisch Bodemonderzoek — locaties en gehalten van verontreinigende stoffen (zware metalen, PAK's, minerale olie) |
SLD | Overheidsbesluiten Bodemverontreiniging — besluiten over sanering, ernst en risicoklassen |
Deze datasets zijn op dit moment nog niet publiek beschikbaar via PDOK — de BRO-services voor SAD en SLD geven een 503-fout. Zodra de API's live gaan (verwacht 2025–2026) worden ze als extra kaartlaag toegevoegd aan deze pagina.
Meer informatie: PDOK / BRO SLD ↗