Radioactiviteit
Realtime monitoring van ioniserende straling nabij Dordrecht Oost, CPM, dosistempo en gezondheidsadvies.
Paginaversie 1.5 · laatst gecontroleerd op 27-08-2026
Wat betekent dit?
De gemeten straling valt binnen de normale achtergrondwaarden voor Nederland (55–100 nSv/h volgens het RIVM). Er is geen reden tot zorg.
Stralingsverloop
Cumulatieve dosis
µSv/h (hierboven) is het dosistempo: hoeveel straling je per uur ontvangt. µSv (hieronder) is de totale opgetelde dosis over een periode. Vergelijk het met snelheid (km/h) versus afgelegde afstand (km).
Lage stralingsbelasting: de geschatte 764 µSv/jaar (27.3% van NL gemiddelde) ligt ruim onder de normale achtergrondstraling. Er is geen enkele reden tot bezorgdheid.
Meetkaart Nederland
Waarden onder 200 nSv/h zijn normale variatie. Boven 200: RIVM gewaarschuwd; boven 2.000: ook de veiligheidsregio.
Kerncentrales
Operationele kerncentrales rondom Dordrecht. Bij een incident kan straling hier meetbaar zijn.
Doel 1-3 en Tihange 1-2 zijn definitief gesloten: Doel 3 in september 2022, Tihange 2 op 31 januari 2023, Doel 1 op 14 februari 2025, Tihange 1 op 1 oktober 2025 en Doel 2 op 30 november 2025.
Europees Stralingsnetwerk (EURDEP)
Het European Radiological Data Exchange Platform (EURDEP) van het Joint Research Centre verzamelt realtime stralingsmetingen uit heel Europa. Volgens het JRC wisselen 39 landen er gegevens uit van ruim 5.500 automatische meetsystemen. De stations publiceren doorgaans elk uur nieuwe data, tijdens een noodsituatie vaker. Bron: EURDEP: 25 years of monitoring data exchange (JRC, 2020).
We werken aan een oplossing: we vragen toegang aan via de officiële weg van het JRC. Zodra dat rond is, vult dit blok zich vanzelf weer.
Laatste meting die wij binnenkregen: 18-08-2026 08:00.
De metingen van ons eigen station in Dordrecht Oost, bovenaan deze pagina, lopen gewoon door. Het actuele Europese beeld staat op de kaart van het JRC zelf.
Chornobyl Exclusion Zone (ChEZ)
Meetstations in de exclusiezone rond Tsjernobyl (Oekraïne) tonen structureel verhoogde waarden als gevolg van het kernongeval van 26 april 1986. Ze worden hier apart getoond en tellen niet mee in de Europese top 5, omdat ze anders elke ranglijst zouden vullen. Hoe lang die verhoging nog aanhoudt en waarom daar geen enkel jaartal op te plakken is, staat verderop bij Uitleg & technische achtergrond, onder Wanneer is Tsjernobyl weer "normaal"?.
Laatste meting die wij binnenkregen: 18-08-2026 08:00.
De uitleg over wat er in de zone vervalt, hoe snel dat gaat en waarom er geen jaartal aan te hangen is, staat los van deze cijfers en is gewoon te lezen bij Uitleg & technische achtergrond. Het actuele beeld staat op de kaart van het JRC zelf.
Kerncentrales – Technische achtergrond
Rondom Dordrecht bevinden zich drie operationele kernreactoren. Hieronder een overzicht van de technische specificaties, geschiedenis en actuele status.

Kerncentrale Doel ligt aan de Scheldeoever in het Belgische Beveren, op circa 62 km ten zuidwesten van Dordrecht. De site herbergt vier reactoren, waarvan alleen Doel 4 nog operationeel is. Doel 3 sloot definitief in september 2022, Doel 1 op 14 februari 2025 en Doel 2 op 30 november 2025, beide na vijftig jaar dienst.
Doel 1 en 2 zouden oorspronkelijk in 2015 sluiten. Dat jaar kregen ze een verlenging van tien jaar, waardoor ze uiteindelijk pas in 2025 uit bedrijf gingen.
Technische specificaties
Doel 4 is een drukwaterreactor (PWR) van het Westinghouse-ontwerp met drie koelcircuits, met een netto elektrisch vermogen van 1.026 MWe (bruto 1.090 MWe). De reactor werd op 8 april 1985 aan het net gekoppeld en ging op 1 juli 1985 in commercieel bedrijf.
Levensduurverlenging (LTO)
Na de oorspronkelijke levensduur van 40 jaar werd besloten de reactor 10 jaar langer open te houden, tot 2035. In maart 2025 is daarvoor de joint venture BE-NUC opgericht: een 50/50 samenwerking tussen de Belgische staat en ENGIE (Electrabel), waarbij Electrabel de uitbating tien jaar in handen houdt. De verbeteringswerken voor die verlenging worden gespreid over de zomers tot en met 2028, zodat de reactor in de winters beschikbaar blijft.
Exploitant en toezicht
Exploitant: ENGIE Electrabel. Nucleair toezicht: FANC (Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle).
Bronnen: World Nuclear Association, Doel 4 · FANC, LTO Doel 4 en Tihange 3 tot 2035 · VRT NWS over het BE-NUC-akkoord.

Kerncentrale Borssele in Zeeland is de enige operationele kerncentrale van Nederland, gelegen op circa 81 km ten zuidwesten van Dordrecht. De centrale ligt aan de Westerschelde, nabij het dorp Borssele in de gemeente Borsele.
Technische specificaties
Borssele heeft een drukwaterreactor (PWR) van het type KWU met twee koelcircuits, met een netto elektrisch vermogen van 482 MWe (bruto 515 MWe; EPZ zelf noemt 485 MW). De reactor werd op 4 juli 1973 aan het net gekoppeld en ging op 26 oktober 1973 in commercieel bedrijf. Daarmee is het een van de oudste nog draaiende reactoren in Europa.
Levensduurverlenging en toekomst
De oorspronkelijke bedrijfsvergunning liep tot 2013, maar is verlengd tot 2033. De Kernenergiewet schrijft nu nog voor dat de centrale in dat jaar moet stoppen; er ligt een wetsvoorstel om die bepaling te schrappen. Gaat dat door, dan moet EPZ alsnog een nieuwe vergunning aanvragen, naar verwachting rond medio 2027. Langer open blijven is dus een voornemen, geen vaststaand feit.
De bouw van twee nieuwe kernreactoren gaat niet meer op deze locatie door: het kabinet liet in juni 2026 weten dat Borssele afvalt als bouwplek. Als overgebleven locaties resteren de Paulinapolder bij Terneuzen en de Eemshaven; het locatiebesluit volgt na de zomer van 2026.
Exploitant en toezicht
Exploitant: EPZ (Elektriciteits-Produktiemaatschappij Zuid-Nederland). Nucleair toezicht: ANVS (Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming).
Bronnen: World Nuclear Association, Borssele · ANVS over de bedrijfsduurverlenging · Kamerbrief over de nieuwbouwlocaties.

Kerncentrale Tihange ligt aan de Maas bij de stad Huy in de provincie Luik, op circa 147 km ten zuidoosten van Dordrecht. Van de drie reactoren op de site is alleen Tihange 3 nog operationeel. Tihange 2 sloot op 31 januari 2023, Tihange 1 op 1 oktober 2025, na vijftig jaar dienst.
Technische specificaties
Tihange 3 is een drukwaterreactor (PWR) van hetzelfde Westinghouse-ontwerp met drie koelcircuits als Doel 4, met een netto elektrisch vermogen van 1.030 MWe (bruto 1.089 MWe). De reactor werd op 15 juni 1985 aan het net gekoppeld en ging op 1 september 1985 in commercieel bedrijf. De koeling gebruikt water uit de Maas via koeltorens.
Levensduurverlenging (LTO)
Net als Doel 4 valt Tihange 3 onder het Belgische LTO-programma en zit hij in de BE-NUC joint venture (50/50 Belgische staat en ENGIE, opgericht maart 2025). De uitbating loopt tot 2035. De verbeteringswerken daarvoor zijn gespreid over de zomers tot en met 2028.
Exploitant en toezicht
Exploitant: ENGIE Electrabel. Nucleair toezicht: FANC.
Bronnen: World Nuclear Association, Tihange 3 · FANC over de stopzetting van Tihange 1 · FANC, LTO tot 2035.
Noodprotocol & voorbereiding
Nederland en België hebben uitgebreide protocollen voor kernongevallen. Hieronder staat wat de overheid doet, welke zones gelden en wat je zelf kunt doen.
Het voormalige Nationaal Plan Kernongevallenbestrijding (NPK) is vervangen door het Landelijk Crisisplan Straling (LCS). Dit plan beschrijft vier fasen:
- Normale fase – dagelijkse gang van zaken, voorbereiding en preparatie
- Alarmeringsfase – melding, verificatie en opschaling van de crisisorganisatie
- Responsfase – bestrijding van het (dreigende) stralingsincident
- Nafase – afschaling, herstel en evaluatie
Verantwoordelijke organisaties
| Organisatie | Taak |
|---|---|
| Minister van IenW | Eindverantwoordelijk voor kernongeval preparatie en respons |
| ANVS | Contactpunt meldingen, advies via CETsn, vergunningverlening en toezicht |
| CETsn | Crisis Expert Team straling en nucleair – analyseert gevolgen, adviseert over maatregelen |
| RIVM (via OOS) | Radiologisch beeld, metingen (160 vaste meetstations), verspreidingsberekeningen |
| Veiligheidsregio’s | Regionale uitvoering beschermingsmaatregelen |
In België is het FANC verantwoordelijk. Zij beheren het TELERAD-netwerk, dat 254 meetstations telde op 31 december 2020; dat aantal wisselt van jaar tot jaar door vernieuwingen aan het netwerk.
Bronnen: Landelijk Crisisplan Straling (2021) · ANVS over het CETsn · FANC, het TELERAD-netwerk.
Rond elke kerncentrale gelden concentrische zones waarbinnen maatregelen zijn voorbereid. Er is onderscheid tussen de voorbereidingszone, waar een maatregel klaarligt, en de uitbreidingszone, waar diezelfde maatregel bij een zwaar ongeval alsnog geadviseerd kan worden:
| Maatregel | Voorbereid tot | Uit te breiden tot | Voor wie |
|---|---|---|---|
| Evacuatie | 10 km | 20 km | Iedereen in het gebied |
| Schuilen | 20 km | 100 km | Binnenblijven, ramen en deuren dicht, ventilatie uit |
| Jodiumtabletten | 20 km | – | Iedereen tot 40 jaar en zwangere vrouwen |
| Jodiumtabletten | 100 km | – | Kinderen tot 18 jaar en zwangere vrouwen |
Welke maatregel er werkelijk komt, hangt niet alleen van de afstand af. Deskundigen rekenen tijdens een ongeval met de hoeveelheid vrijgekomen stoffen, de afstand en het weer, en bepalen daarmee het gebied.
In België geldt een voorbereidingszone van 10 km voor evacuatie en sinds 2018 20 km voor schuilen. Binnen 100 km rond de Belgische en aangrenzende nucleaire sites, wat vrijwel het hele land is, zijn jodiumtabletten gratis af te halen bij elke apotheek.
Bronnen: ANVS, Nederlandse preparatiezones kernongeval · Rijksoverheid over jodiumtabletten · FANC, voorbereidingszones.
Dordrecht ligt hemelsbreed op ~62 km van Doel, ~81 km van Borssele en ~147 km van Tihange. Dat betekent:
| Zone | Dordrecht? | Toelichting |
|---|---|---|
| Evacuatie (voorbereid 10 km, uit te breiden tot 20 km) | Nee | Ruim buiten beide afstanden |
| Schuilen (voorbereid 20 km) | Nee | Buiten de voorbereide schuilzone |
| Jodium 1e ring (0–20 km) | Nee | Geen tabletten voor volwassenen tot 40 |
| Jodium 2e ring (20–100 km) | Ja | Kinderen (<18) en zwangeren ontvangen jodiumtabletten |
| Schuilen, uitbreidingszone (tot 100 km) | Ja | Bij een zwaar ongeval kan schuilen alsnog worden geadviseerd |
Dordrecht valt onder Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. De landelijke jodiumronde van 2017 ging over de hele 100 km-zone en bereikte dus ook Dordrecht. De ronde van 2021 was beperkt tot de eerste ring: 20 km rond Borssele en Doel en 25 km rond Emsland. Dordrecht viel daar buiten en kreeg toen geen nieuwe tabletten.
Directe acties
- Ga naar binnen en blijf binnen – zoek een gebouw op
- Sluit alle deuren en ramen
- Zet ventilatie uit – afzuigkap, ventilatiesysteem, muur- en toiletroosters dicht
- Luister naar NL-Alert en de rampenzender (regionale omroep op radio)
- Neem jodiumtabletten ALLEEN op advies van de overheid
- Houd huisdieren binnen
- Gebruik geen kraanwater of regenwater – geen bladgroenten of moeilijk schoon te maken etenswaren; gebruik voorverpakt voedsel
Voorbereiding (van tevoren)
- Stel een noodpakket samen: radio op batterijen, zaklamp, kaarsen, lucifers, dekens
- Leg een voorraad houdbaar eten aan (blik, vacuümverpakt)
- Leg een voorraad drinkwater aan
- Bewaar jodiumtabletten als je die hebt ontvangen
- Check denkvooruit.nl voor actuele informatie
Kaliumjodide (KI) tabletten beschermen de schildklier tegen radioactief jodium (I-131) dat bij een kernongeval kan vrijkomen. Ze verzadigen de schildklier met stabiel jodium, zodat het radioactieve jodium niet wordt opgenomen.
Dosering
| Leeftijd | Dosering |
|---|---|
| Pasgeborenen (<1 maand) | ¼ tablet |
| 1 maand – 3 jaar | ½ tablet |
| 3 – 12 jaar | 1 tablet |
| 12+ jaar en volwassenen tot 40 | 2 tabletten |
| Zwangere vrouwen | 2 tabletten |
Elke tablet bevat 65 mg kaliumjodide. Vrouwen die borstvoeding geven krijgen dezelfde dosis als zwangere vrouwen. Pasgeborenen, zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven en volwassenen ouder dan 60 mogen niet meer dan één dosis innemen. Neem NOOIT op eigen initiatief jodiumtabletten in: alleen op advies van de overheid via NL-Alert of de rampenzender.
Distributie
Eerste ring (0–20 km): alle personen tot 40 jaar en zwangere vrouwen. Tweede ring (20–100 km): kinderen tot 18 jaar en zwangere vrouwen. De eerste landelijke distributie was in 2017 en besloeg beide ringen. In 2021 volgde een herdistributie met vervangende tabletten, maar alleen in de eerste ring: 20 km rond Borssele en Doel en 25 km rond Emsland.
Bronnen: Bijsluiter Kaliumjodide 65 mg (CBG) · Rijksoverheid over jodiumtabletten.
NL-Alert (Nederland)
Cell broadcast – stuurt een bericht naar alle mobiele telefoons in het getroffen gebied. Bij de meting rond het testbericht van 1 december 2025 bereikte NL-Alert 93% van de Nederlanders van 12 jaar en ouder. Geen registratie nodig; staat standaard aan op moderne smartphones. Het bericht vertelt wat er aan de hand is, wat je moet doen en waar meer informatie te vinden is.
WAS-sirenes
Nederland telt ruim 4.200 sirenes (circa 4.278), verspreid over het hele land – dus niet alleen rond nucleaire sites en Seveso-bedrijven. Test: elke eerste maandag van de maand om 12:00 uur, met een signaal van 1 minuut en 26 seconden; op nationale herdenkings- en feestdagen gaat de test niet door.
In mei 2026 kondigde minister Van Weel aan het verouderde WAS per 1 januari 2028 stil te leggen, omdat er geen geld was voor een vervanger. Op 9 juni 2026 draaide het kabinet dat terug: het luchtalarm blijft, mede doordat Defensie meebetaalt. Het WAS wordt vervangen door een nieuw sirenenetwerk (eenmalig circa €100 miljoen, daarna ~€6 miljoen per jaar) dat meerdere signalen kan geven en gerichter kan waarschuwen bij uiteenlopende noodsituaties.
BE-Alert (België)
België heeft zijn landelijke sirenenetwerk – ongeveer 570 sirenes rond Seveso-bedrijven en nucleaire sites – op 1 januari 2019 buiten dienst gesteld. Waarschuwen gebeurt sindsdien via BE-Alert. Een locatiegebonden sms bereikt iedereen die zich in de gevarenzone bevindt, ook zonder registratie; registreren op be-alert.be is alleen nodig voor waarschuwingen per e-mail of spraakoproep en voor meldingen over je eigen adres. Het systeem wordt elk kwartaal met een testbericht gecontroleerd. Seveso-bedrijven kunnen daarnaast een eigen alarm op het bedrijfsterrein hebben.
Bronnen: Ipsos I&O, bereikmeting NL-Alert testbericht 1 december 2025 · Rijksoverheid, kabinet komt met nieuw sirenenetwerk (9 juni 2026) · Crisiscentrum België over de afbouw van de sirenes · BE-Alert, veelgestelde vragen.
Stralingsniveaus
Indicatieve niveaus voor continue omgevingsstraling (dosistempo). De CPM-waarden zijn omgerekend met de factor die deze pagina overal gebruikt: 180 CPM per µSv/h voor een SBM-20 Geiger-Müller-buis. Gepubliceerde waarden voor die buis lopen van ongeveer 150 tot 180, zie de uitleg over de conversie verderop.
| Niveau | µSv/h | CPM (SBM-20) | Omschrijving | Advies |
|---|---|---|---|---|
| Normaal | 0,05 – 0,20 | 9 – 36 | Natuurlijke achtergrondstraling in Nederland | Geen zorgen |
| Licht verhoogd | 0,20 – 0,50 | 36 – 90 | Boven gemiddelde achtergrond; kan door weer of radon komen | Geen directe actie; monitor |
| Verhoogd | 0,50 – 1,0 | 90 – 180 | Aanzienlijk boven de achtergrond | Neem nota; blijf op de hoogte |
| Hoog | 1,0 – 10 | 180 – 1.800 | Overschrijdt bij langdurige blootstelling de publieke dosislimiet | Beperk blootstelling |
| Zeer hoog | 10 – 100 | 1.800 – 18.000 | Gezondheidsrisico bij meerdere uren blootstelling | Binnenblijven |
| Extreem | > 100 | > 18.000 | Acuut gevaarlijk; potentieel dodelijk bij langere blootstelling | Volg instructies overheid |
Referentiedoses (eenmalige blootstelling)
Dit zijn totale doses van eenmalige gebeurtenissen, niet te verwarren met het dosistempo (µSv/h) hierboven. Het zijn ordegroottes: bronnen verschillen onderling. Voor een röntgenfoto van de borstkas noemen Nederlandse ziekenhuizen 10 tot 20 µSv en het RIVM 40 µSv, afhankelijk van apparatuur en opname.
Externe meetnetwerken
Uitleg & technische achtergrond
CPM (counts per minute) is het aantal ioniserende gebeurtenissen dat de detector per minuut registreert. Het is een ruwe maat voor de activiteit, maar zegt niets over het biologische effect.
µSv/h (microsievert per uur) is een maat voor het dosistempo: hoeveel equivalente stralingsdosis een persoon per uur zou ontvangen. De sievert houdt rekening met het type straling en het biologische effect ervan.
Een hoge CPM-waarde betekent dus niet automatisch een hoge µSv/h-waarde. Het hangt af van het type straling, de energie ervan en de gevoeligheid van de detector.
Er is geen universele conversie. Voor de SBM-20 Geiger-Müller-buis lopen gepubliceerde waarden ruwweg van 150 tot 180 CPM per µSv/h, afhankelijk van de kalibratiebron (Cs-137, Co-60 of Ra-226) en de spreiding tussen individuele buizen. Veelgebruikt voor Cs-137 zijn 174,4 en 153 CPM per µSv/h.
Op deze pagina wordt overal 180 CPM/µSv/h gebruikt, de bovenkant van dat bereik. Dat betekent dat de getoonde dosis eerder aan de lage dan aan de hoge kant uitvalt. Wanneer de MQTT-sensor een directe dosismeting levert, wordt die waarde gebruikt in plaats van de berekening.
De omgerekende dosis is daarom een indicatie en geen kalibratie: reken op een onzekerheid van tientallen procenten.
De gray (Gy) meet de geabsorbeerde dosis (1 Gy = 1 J/kg). De sievert (Sv) meet de equivalente dosis, gewogen met een kwaliteitsfactor. Gamma: factor 1, alfa: factor 20.
Voor deze pagina (SBM-20, voornamelijk gamma) zijn gray en sievert in de praktijk gelijkwaardig.
Het RIVM en de ANVS houden voor de gemiddelde jaarlijkse stralingsdosis in Nederland 2,8 mSv aan, alle bronnen bij elkaar.
Natuurlijke bronnen (~1,7 mSv/jaar): radon en thoron (~0,8 mSv), bodem en bouwmaterialen (~0,4 mSv), kosmische straling (~0,3 mSv), voedsel (~0,2 mSv). Radon levert van alle natuurlijke bronnen de hoogste dosis.
Kunstmatige bronnen (~1,2 mSv/jaar): vrijwel geheel medische diagnostiek. Dat cijfer is tussen 2002 en 2018 gestegen van 0,5 naar 1,2 mSv, vooral door meer CT-onderzoek.
Voor de natuurlijke dosis bestaan twee rekenmethodes die vooral bij radon en thoron uiteenlopen: volgens UNSCEAR komt die op ~1,7 mSv, volgens ICRP op ~2,5 mSv. Op deze pagina wordt de UNSCEAR-lijn aangehouden, waarmee 1,7 plus 1,2 optelt tot de genoemde 2,8 mSv.
De externe gammastraling varieert van 55 tot 100 nSv/h, afhankelijk van de bodemsoort. Waarden tot 200 nSv/h worden als normale variatie beschouwd; boven 200 nSv/h wordt het RIVM automatisch gewaarschuwd en boven 2.000 nSv/h ook de veiligheidsregio.
Bronnen: RIVM, Nationaal Meetnet Radioactiviteit, resultaten · ANVS, ioniserende straling in Nederland · VZinfo, ioniserende straling (uitsplitsing per bron, UNSCEAR en ICRP naast elkaar) · RIVM, Medische Stralingstoepassingen.
Waarom scoren sommige plaatsen structureel hoger of lager?
| Factor | Effect | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Bodemsamenstelling | Fijnkorrelige bodems (klei, leem, löss, leisteen) bevatten meer uranium-238, thorium-232 en kalium-40 dan zandgronden. Het RIVM houdt het erop dat "de bodemsoort het verschil bepaalt" en geeft zelf geen verdere verklaring | Het FANC meet in de leisteenbodem van de Ardennen tot een factor 2 meer dan in de zandgrond in het noorden van België |
| Radon en thoron | Radioactieve edelgassen uit bodem en bouwmaterialen: van alle natuurlijke bronnen leveren zij de hoogste dosis, ongeveer 70% radon en 30% thoron | Weegt vooral binnenshuis mee, en telt daardoor nauwelijks door in de buitenmetingen van het meetnet |
| Kosmische straling | Iets hoger op grotere hoogte; in vlak Nederland minimaal effect (~0,3 mSv/jaar) | Heuvelachtig Zuid-Limburg iets hoger dan zeeniveau |
| Bouwmaterialen | Baksteen en beton van lokale grond kunnen extra straling afgeven | Draagt volgens het RIVM samen met de bodem het grootste deel van de natuurlijke dosis |
Kunstmatige bronnen búiten de medische toepassingen om (industrie, kerninstallaties, resten van kernproevenfallout) dragen bij elkaar minder dan 1% aan de totale blootstelling bij en hebben geen merkbare invloed op de ranglijsten. De medische dosis van ~1,2 mSv per jaar staat daar los van: die krijg je in het ziekenhuis, niet uit de omgeving.
Kan de top 5 elke dag anders zijn?
Ja. Hoewel de regionale patronen stabiel zijn over langere periodes, verandert de dagelijkse top 5 door weersinvloeden:
- Regen: spoelt radon-dochterproducten uit de atmosfeer naar de grond, wat een piek van enkele uren geeft
- Luchtdruk: lage druk laat meer radon uit de bodem ontsnappen
- Wind: verdunt concentraties bij kuststations
- Sneeuw: schermt gammastraling uit de bodem gedeeltelijk af
Een station kan de ene dag bovenaan staan en de volgende niet, alleen al omdat het daar net geregend heeft. Alle waarden tot 200 nSv/h worden als normale variatie beschouwd.
Bronnen: RIVM, Nationaal Meetnet Radioactiviteit · FANC, technische gids NORM · RIVM over radon en thoron.
Regen: spoelt radon-dochterproducten uit de atmosfeer, wat een piek van enkele uren in het dosistempo geeft.
Luchtdruk: lage druk laat radon makkelijker ontsnappen uit de bodem.
Sneeuw: schermt gammastraling uit de bodem gedeeltelijk af.
Deze variaties zijn normaal. Het RIVM beschouwt alle waarden tot 200 nSv/h als normale variatie.
Het meetstation gebruikt een SBM-20 Geiger-Müller-buis, gevoelig voor bèta- en gammastraling. De primaire databron is een lokale MQTT-verbinding; als backup wordt ThingSpeak gebruikt. Meetfrequentie: elke 5 minuten.
De gegevens zijn indicatief en bedoeld voor informatie en educatie. Voor officiële metingen verwijzen we naar het RIVM.
De cumulatieve dosis wordt opgebouwd door het dosistempo (µSv/h) te vermenigvuldigen met de blootstellingstijd. Elke 5 minuten wordt de actuele meting opgeteld bij het dagtotaal:
intervaldosis = dosistempo × (5 / 60) uur
Wanneer de sensor een directe dosismeting levert (via MQTT), wordt die waarde gebruikt. Anders wordt de dosis geschat via de CPM-waarde: µSv/h = CPM / 180.
Dagtotaal: som van alle 5-minuten intervallen op die dag.
Weektotaal: som van de laatste 7 dagtotalen.
Maandtotaal: som van de laatste 30 dagtotalen.
Jaarschatting: het maandtotaal geëxtrapoleerd naar 365 dagen: (30d-totaal / 30) × 365. Dit is een ruwe schatting die uitgaat van een constant stralingsniveau.
Het percentage geeft aan hoeveel van de gemiddelde totale jaardosis in Nederland naar schatting wordt bereikt. Het RIVM en de ANVS houden daarvoor 2,8 mSv per jaar aan, natuurlijk plus medisch, en met dat getal rekent deze pagina.
Vergelijken met dat getal is niet helemaal eerlijk: die 2,8 mSv bevat ook radon binnenshuis en medische onderzoeken, en deze sensor meet daar niets van. Wat hier staat is de gamma-component buiten, en die is per definitie maar een deel van het geheel.
Ter vergelijking: de regulatoire publieke dosislimiet voor kunstmatige bronnen bovenop de achtergrond bedraagt 1 mSv/jaar (Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming).
De verhoogde straling in de Chornobyl Exclusion Zone (ChEZ) is voornamelijk het gevolg van langlevende radionucliden die in 1986 zijn vrijgekomen. De twee dominante bronnen zijn:
| Nuclide | Halveringstijd | Bijdrage |
|---|---|---|
| Cesium-137 (Cs-137) | 30,08 jaar | Dominant in bodem, gamma-straler, meetbaar via EURDEP |
| Strontium-90 (Sr-90) | 28,8 jaar | Beta-straler, niet direct meetbaar via luchtmeting |
| Plutonium-239 (Pu-239) | 24.100 jaar | Alfa-straler, vrijwel alleen in hotspots nabij reactor |
| Americium-241 (Am-241) | 432 jaar | Vervalsproduct van Pu-241, neemt de komende eeuwen nog toe |
De vervalformule
Radioactief verval volgt een exponentiële afname:
A(t) = A₀ × (½)^(t / T½)
Waarbij A(t) de activiteit op tijdstip t is, A₀ de beginactiviteit, en T½ de halveringstijd. Na elke halveringstijd is de activiteit gehalveerd.
Berekening voor Cs-137
Cs-137 bepaalt grotendeels de gemeten dosis in de ChEZ. Huidige status (2026):
- Tijd sinds de kernramp (26 april 1986): ruim 40 jaar
- Aantal halveringstijden verstreken: 40,3 / 30,08 ≈ 1,34
- Resterende fractie: (½)^1,34 ≈ 40% van de oorspronkelijke besmetting
Hoe lang duurt het nog?
Het verval zelf is exact te berekenen, en dat is de helft van het antwoord. Uit de halveringstijd alleen volgen deze vuistregels, ongeacht waar je staat:
| Na | Van de Cs-137 is over |
|---|---|
| 30 jaar | de helft |
| 60 jaar | een kwart |
| 100 jaar | een tiende |
| 200 jaar | een honderdste |
| 300 jaar | een duizendste |
Van vuistregel naar jaartal
De andere helft van het antwoord is de grens waar je naartoe rekent, en die komt niet uit de natuurkunde maar uit de wet. Oekraïne, Wit-Rusland en Rusland delen het besmette gebied in naar hoeveel Cs-137 er per vierkante meter ligt:
| Zone | Cs-137 in de bodem |
|---|---|
| Verboden zone | > 1.480 kBq/m² |
| Verplichte hervestiging | 555 – 1.480 kBq/m² |
| Vrijwillige hervestiging | 185 – 555 kBq/m² |
| Verhoogde controle | 37 – 185 kBq/m² |
Met die twee gegevens is het rekenwerk rond. Neem grond die in 1986 précies op de ondergrens van de verboden zone lag, 1.480 kBq/m². Dan zakt die grond:
- onder 555 kBq/m² na ~43 jaar, dus rond 2029
- onder 185 kBq/m² na ~90 jaar, dus rond 2076
- onder 37 kBq/m², de onderkant van de laagste categorie, na ~160 jaar, dus rond 2146
Dat is meteen de gunstigste hoek van de zone. Elke factor tien meer besmetting kost er honderd jaar bij: grond die in 1986 op 14.800 kBq/m² zat, bereikt die laatste grens pas rond 2246. Voor de zwaarst besmette plekken bij de reactor loopt dat op tot millennia, en daar is Cs-137 ook niet meer wat de dienst uitmaakt.
Deze jaartallen zijn een eigen rekensom uit de halveringstijd en de wettelijke grenswaarden, geen prognose van een instantie. Ze zeggen wanneer de bodembesmetting onder een bestuurlijke grens zakt, niet of iemand er dan wil of mag wonen.
Twee dingen die dit jaartal niet vertelt
1. Een dosistempo loopt naar de achtergrond toe, niet naar nul. De cijfers boven op deze pagina zijn dosistempo's in nSv/h, en daarin zit de natuurlijke achtergrond die nooit vervalt. Een station in de zone dat nu 250 nSv/h leest, bij een plaatselijke achtergrond van ongeveer 100, heeft 150 nSv/h "extra". Alleen dat overschot halveert:
| Jaar | Overschot | Meting |
|---|---|---|
| 2026 | 150 nSv/h | 250 nSv/h |
| 2056 | 75 nSv/h | 175 nSv/h |
| 2086 | 38 nSv/h | 138 nSv/h |
| 2126 | 15 nSv/h | 115 nSv/h |
| 2226 | 1,5 nSv/h | 102 nSv/h |
De meting kruipt naar de 100 toe en komt er nooit onder. Wie vraagt "wanneer is het weer normaal", krijgt daarom geen jaartal maar een asymptoot: het verschil met de omgeving wordt gewoon kleiner dan je nog kunt meten.
2. Cs-137 is niet het hele verhaal. Een gammameetstation ziet Sr-90 niet (bèta-straler) en Pu-239 en Am-241 al helemaal niet (alfa). En de zone is extreem ongelijk: één meetcampagne vond er waarden van 0,09 tot 240 µSv/h, een verschil van ruim een factor tweeduizend tussen de rustigste en de heetste plek. Dezelfde vervalkromme, maar duizend keer zo ver van de eindstreep. Eén jaartal voor "de zone" bestaat dus niet, hoe exact het verval ook is.
Bronnen: halveringstijd Cs-137 30,08 ± 0,09 jaar, Recommended Nuclear Decay Data, Cs-137 · zone-indeling naar Cs-137-depositie, Oekraïense wet op het rechtsregime van besmet gebied (1991) · spreiding van de gemeten dosistempo's, PLOS One, ionising radiation doses in the Chernobyl Exclusion Zone (2022).
De reactor zelf: eeuwen tot millennia
De directe omgeving van reactor 4 bevat hoge concentraties Pu-239 en Am-241. Vanwege de extreem lange halveringstijd van Pu-239 (24.100 jaar) verdwijnt die besmetting niet op een menselijke tijdschaal.
Am-241 is een bijzonder geval: het ontstaat uit het verval van Pu-241 (T½ = 14,4 jaar) en néémt daardoor eerst toe voordat het weer daalt. Met die twee halveringstijden komt het maximum uit op ongeveer 73 jaar na 1986, dus rond 2059; daarna neemt het af met zijn eigen halveringstijd van 432 jaar. Ook dit is een rekensom uit de halveringstijden, geen meting.
Waarom staat er geen jaartal voor "veilig"?
Omdat de vervalkromme dat niet is die vraag beantwoordt. De sommen hierboven zeggen wanneer een bodem onder een gréns zakt die iemand heeft getrokken; verschuif die grens en het jaartal verschuift mee. Publicaties die wel een kaal getal noemen komen daardoor op antwoorden die uiteenlopen van enkele duizenden tot tienduizenden jaren, afhankelijk van welke nuclide ze als maat nemen en welke marge ze aanhouden.
Een officiële prognose met een jaartal waarop de zone weer bewoond mág worden bestaat niet. Wat het IAEA wél stelt, is dat de stralingsniveaus in grote delen van het besmette gebied sterk zijn gedaald en dat veel gebieden die als risicovol golden inmiddels geschikt zijn voor bewoning en landbouw, met de kanttekening dat overheden hun zone-indeling daarop zouden moeten herzien. Zonder jaartallen.
Wie op deze pagina eerder een precieze bandbreedte las die aan het IAEA werd toegeschreven: die toeschrijving bleek niet te onderbouwen en is verwijderd.
De koepel over reactor 4
De New Safe Confinement, de stalen boog die in november 2016 over de sarcofaag werd geschoven en in juli 2019 werd opgeleverd, was ontworpen om de resten honderd jaar in te sluiten. Op 14 februari 2025 raakte een drone het dak. De brand smeulde ruim twee weken en beschadigde honderden vierkante meters dakbekleding. Het IAEA meldde in december 2025 dat de constructie haar primaire veiligheidsfuncties, waaronder de insluitfunctie, kwijt is. Herstel wordt geraamd op minstens 500 miljoen euro en zou tot 2030 duren. De gemeten stralingsniveaus binnen en buiten het gebouw bleven na de inslag normaal en stabiel.
Kort samengevat
- Het verval is exact: elke 30 jaar de helft, elke eeuw een tiende. Daar is geen onzekerheid in.
- Het startpunt niet: de zone verschilt intern met een factor duizend, dus dezelfde kromme staat overal op een andere hoogte.
- De eindstreep al helemaal niet: die is een bestuurlijke keuze, geen natuurkundige grootheid.
- Cs-137 daalt, Am-241 stijgt: de meetbare gammadosis wordt nu grotendeels door Cs-137 bepaald en halveert elke 30 jaar. Am-241 neemt tot ongeveer 2059 juist nog toe, omdat het ontstaat uit het verval van Pu-241.
- De meetwaarden op deze pagina kwamen uit het EURDEP-netwerk en zijn buitenluchtmetingen van het dosistempo. Ze zeggen niets over besmetting van bodem, water of voedsel, en dus niets over bewoonbaarheid.
Bronnen: IAEA, Chernobyl: the true scale of the accident · IAEA via ANS over de drone-inslag · World Nuclear News over de schade aan de koepel · EBRD over de bouw van de New Safe Confinement.
Met de GK-RadMon Plus kit (ESP8266 + SBM-20) kun je bijdragen aan het wereldwijde meetnetwerk. Het apparaat stuurt data via Wi-Fi naar RadMon.org, ThingSpeak en MQTT-brokers.
Meer informatie op de DIY Geiger Counter, GK-RadMon Plus projectpagina.