CAPE-kaart
Waar kan zich onweer ontwikkelen? Deze kaart toont CAPE (Convective Available Potential Energy) — de brandstof voor opstijgende lucht — over Noordwest-Europa, met een tijd-slider voor de komende 48 uur.
Hoe lees je deze kaart?
De standaardlaag is het Onweersniveau (0–3): een afgeleide inschatting die CAPE (energie) combineert met windschering (het verschil tussen wind hoog en laag). Weinig schering → losse, kortstondige buien. Veel schering → georganiseerde, langlevende buien en supercellen. Die combinatie bepaalt of het bij een bui blijft of dat het echt noodweer wordt.
CAPE (Convective Available Potential Energy, in J/kg) meet hoeveel energie beschikbaar is voor opstijgende lucht. Hoe hoger de CAPE, hoe krachtiger buien zich kunnen ontwikkelen — mits er een trigger is om die energie los te maken. CAPE is dus een maat voor potentieel, geen garantie dat het ook onweert.
CAPE-richtwaarden
- < 300 — stabiel, weinig risico
- 300–800 — zwakke (mogelijke) buien
- 800–1500 — stevige onweersbuien mogelijk
- 1500–2500 — kans op zwaar onweer
- > 2500 — extreem instabiel
En CIN?
CIN (Convective Inhibition) is het spiegelbeeld: de "deksel" van warmere lucht hoger in de atmosfeer die opstijging tegenhoudt. Veel CAPE met weinig CIN → buien komen makkelijk los. Veel CAPE met stevige CIN → de energie blijft opgesloten, tot de deksel doorbroken wordt (en het er dan vaak heftig uitkomt). Schakel de CIN-laag in om te zien waar de rem het sterkst is.
Dit is een hulpmiddel voor hobbyisten, geen officiële waarschuwing. Raadpleeg bij dreigend weer altijd het KNMI-weerbericht.