De Terminal
Een echte MS-DOS-prompt in je browser: bel in naar een BBS of ga met packet radio de lucht in — net als vroeger.
De terminal
HELPUitleg & achtergrond
Om te snappen wat je hier ziet, helpt het je de tijd voor te stellen: begin jaren '90, toen internet nog niet voor de gewone man was en "online gaan" betekende dat je met een modem de telefoonlijn bezet hield. Klap hieronder open voor die context — en voor hoe je alles bedient.
Stel je een wereld voor zonder smartphones, streaming of altijd-aan-internet. Het web bestond net, maar was nog nauwelijks bij mensen thuis; de meesten hadden het nog nooit gezien. Een thuiscomputer was een beige DOS-machine met floppy's en losse programma's — en geen permanente verbinding met de buitenwereld.
"Online gaan" deed je met een modem dat via de gewone vaste telefoonlijn een ander nummer belde. Zolang je verbonden was, kon thuis niemand bellen of gebeld worden — en (internationaal) bellen kostte geld per minuut, dus je koos lokale nummers. Verbinden was iets wat je bewust deed, met geduld, en als het lukte voelde het bijna magisch.
Het "sociale internet" van dat moment was het BBS (Bulletin Board System): je belde een lokaal boardnummer en kwam op prikborden, discussies, door-games en bestanden om (tergend langzaam) te downloaden — allemaal tekst, opgesierd met kleurrijke ANSI-art. Elk board was iemands computer thuis, vaak met maar één telefoonlijn.
Zendamateurs hadden hun eigen variant door de lucht: packet radio. Geen telefoonrekening — je tekst ging als geluid via de 2 meter-band, van station naar station doorgegeven (store-and-forward), met eigen mailboxen en knooppunten. Een soort draadloos internet avant la lettre, gebouwd en gerund door hobbyisten. Ook op de 27MC (de "bakkie"-band / CB) was packet radio enorm populair — vaak buiten de officiële regels om, maar met een grote, fanatieke aanhang.
En geluid hoorde er onlosmakelijk bij: het gekraak en gefluit van de modem-handshake, en die karakteristieke braaap van packet. Alles was traag en tekstgebaseerd — en dat was volkomen normaal. Precies díe wereld reconstrueert deze pagina, zodat je 'm zelf even kunt beleven.
De kern is een van de grond af opgebouwde MS-DOS tekstmodus-emulator: een echt 80×25 tekenraster (2000 cellen) met het volledige 16-kleuren VGA-palet, een knipperende blok-cursor en een PC-speaker die via de Web Audio API blokgolven produceert — precies zoals de echte speaker dat deed.
Onder de kap draait een fictieve 486DX2‑66 met 4 MB geheugen, Trident VGA, Sound Blaster, een 540 MB Quantum Fireball + CD-ROM en een US Robotics 14k4-modem, op MS-DOS 6.22 met QEMM386.
Bij het aanzetten flitst de beeldbuis aan met een startbeep en doorloopt de boot de vertrouwde rituelen: de Award BIOS POST met (trage!) geheugentelling, IDE-detectie, het System Configuration-scherm met PCI-lijst en Verifying DMI Pool Data, dan HIMEM/QEMM386 en de CONFIG.SYS/AUTOEXEC.BAT die over het scherm rollen. Daarna sta je op de C:\> prompt — klik op het scherm en typ HELP voor alle commando's.
Met de knop Beeld: CRT / LCD schakel je het volledige oude-CRT-effect aan of uit: fijne scanlines, bewegende beeldruis, fosfor-glow en een vignette. Je keuze wordt onthouden. Op LCD wordt alles vlak en strak.
Weet je het nog? Dat krrrr—psssshhh van het modem, de kiestoon, het nummer intoetsen en dan dat spannende wachten op… CONNECT. En dan opeens een heel Bulletin Board System vol ANSI-art, message boards en door-games — terwijl thuis niemand meer kon bellen.
Net als vroeger doet ATDT op de kale C:\> prompt niets — je start eerst het terminalprogramma TELIX. Dáárin praat je met het nagebouwde Hayes-modem: AT, ATZ, AT&V, ATA (lijn opnemen → NL-kiestoon; na 30 s bezettoon), ATH (ophangen), en met ATDT <nummer> hoor je de DTMF-tonen en de modem-handshake. Alt+X verlaat TELIX.
Bel het BBS op ATDT 078TECHSPE = 0788324773: de modem ratelt in tot CONNECT 14400 en je komt op een écht Bulletin Board System terecht — waan je weer heerlijk in de jaren '90.

Elk ander nummer dan het BBS gebruikt hetzelfde telefoonboek als de telefoon op /tijd: je hoort de lijn overgaan en iemand opnemen — een voicemail, een wachtrij, een bezettoon, of "geen gehoor". Probeer bijv. ATDT 112, ATDT 10 of gewoon een willekeurig nummer. Een toets hangt op; daarna meldt het modem NO CARRIER.
En dan was er Packet Radio: geen telefoonlijn, maar de ether. Je TNC ratelde het karakteristieke braaaap van 1200 baud AFSK de lucht in — letterlijk je tekst, hoorbaar als een zwerm boze bijen. En ergens op 2 meter iemand die je nog nooit had ontmoet, maar met wie je uren keyboard-QSO deed over antennes, soldeer en de zin van het bestaan. Je mailbox leegpulken, bulletin na bulletin: moppen, te‑koopjes, ruzies over niks — en heel soms het geduldige downloaden van een «dubieus» plaatje, frame voor frame, minutenlang.
Typ TB1 op de C:\> prompt: de batch laadt TFPCX (host-mode driver) en TNCDED (WA8DED-firmware) resident in het geheugen — je ziet ze stap voor stap laden — en start dan de terminal TPK. Onze roepnaam is P1RAAT, een niet-bestaande call: we spelen dus een piraat op 2 meter, en de vaste gasten zijn daar niet altijd van gecharmeerd.
In TPK monitor je het (fictieve, maar authentieke) AX.25-verkeer: stations die hun mailbox lezen, QSO's, node-bakens en verkoop-berichten. Elk frame wordt écht gemoduleerd — bytes → HDLC → Bell‑202 AFSK (1200 baud) — dus je hoort de data ratelen. De praatjes bewegen mee met de echte banddynamiek, het weer en het tijdstip.
Commando's: B <tekst> om te broadcasten (unproto), C <call> om een station te connecten, F10 om af te sluiten. TPK los start de terminal direct. Al dat gebraaap is puur voor de nostalgie: echt uitzenden mag niet zonder machtiging — er verlaat hier geen enkele milliwatt de kamer. ;)
Kleine lettertjes: alle roepnamen, QSO’s, ruzies, te‑koopjes en dat ene te‑enthousiaste 2,5‑kW‑experiment zijn puur voor de gezelligheid verzonnen. Elke gelijkenis met bestaande calls, personen, situaties of locaties berust volledig op toeval — en op een gezonde dosis nostalgie. Mocht je jezelf desondanks tóch herkennen: geweldige hobby heb je, 73! ;)
Typ NC op de prompt voor de klassieker Norton Commander: twee blauwe panelen waarmee je door het virtuele MS-DOS-filesysteem bladert. Tab wisselt van paneel, ↑ ↓ PgUp PgDn navigeren, Enter opent een map (of .. omhoog) of bekijkt een bestand, F3 is de viewer. F10 of Esc sluit af naar de C:\> prompt.
NC is read-only: bladeren en bekijken mag, muteren niet. Het is meteen de referentie voor het modulaire sim-systeem waarop ook TPK draait — er komen nog meer van dit soort tools bij.
