Natura 2000 Gebieden
Interactieve kaart van alle 162 Nederlandse Natura 2000-gebieden met bodem- en habitatdata.
Paginaversie 1.1 · laatst gecontroleerd op 08-08-2026
De twee richtlijnen tellen samen op tot meer dan het totaal, omdat een gebied onder beide kan vallen: 84 gebieden zijn alleen Habitatrichtlijn, 22 alleen Vogelrichtlijn en 56 allebei: samen 162.
Officiële beschermde gebieden (PDOK / RVO). Klik voor details.
BRO Bodemkaart SGM. Bodemvlakken en grondsoorten. Klik voor details.
Over Natura 2000 & Kaartlagen
Deze pagina combineert officiële Nederlandse en Europese datasets over beschermde natuur, bodem en luchtkwaliteit. Hieronder vind je uitleg over de begrippen, codes en databronnen die op de kaart worden gebruikt.
Natura 2000 is het grootste netwerk van beschermde natuurgebieden ter wereld, vastgelegd door de Europese Unie. Het doel is om de biodiversiteit in Europa te behouden door kwetsbare habitats en diersoorten wettelijk te beschermen. Elk land is verplicht gebieden aan te wijzen die voor Europa ecologisch waardevol zijn, niet per se de mooiste of grootste, maar de meest unieke en kwetsbare.
In Nederland gaat het om 162 gebieden met samen 2.197.261 hectare aan beschermde natuur: van Waddeneilanden en Zeeuwse delta's tot vennen op de Veluwe en bloemrijke hooilanden in Limburg. De actuele aantallen zie je bovenaan de pagina in de KPI-tegels.
Dat getal vraagt om context: ongeveer 86% is open water, inclusief de Noordzeegebieden Bruine Bank, Klaverbank, Friese Front en Doggersbank. Op het land gaat het om circa 309.000 hectare, en samen met de binnenwateren (rivieren, meren, IJsselmeer) om 570.000 hectare: ruim 9% van het Nederlandse landoppervlak.
Bron: Compendium voor de Leefomgeving: Aandeel beschermde natuurgebieden in Nederland (2024) · natura2000.nl. De oppervlakte in de KPI-tegel wordt dagelijks herberekend uit de PDOK/RVO Natura 2000-dataset.
Natura 2000 bestaat uit twee pijlers:
- De Habitatrichtlijn: beschermt specifieke leefomgevingen (habitats) en niet-vogel diersoorten
- De Vogelrichtlijn: beschermt wilde vogelsoorten en hun leefgebieden
Beide richtlijnen stellen verplichtingen aan lidstaten: gebieden aanwijzen, beheerplannen opstellen en schadelijke activiteiten voorkomen of compenseren. In Nederland stond dit in de Wet natuurbescherming; die is op 1 januari 2024 opgegaan in de Omgevingswet, samen met 25 andere wetten.
Habitatrichtlijn (HR)
De Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG) is een Europese wet die kwetsbare natuurgebieden, planten en diersoorten beschermt. Lidstaten zijn verplicht Speciale Beschermingszones (SBZ-H) aan te wijzen voor habitats en soorten op de bijlagen. Samen met de Vogelrichtlijn vormt dit het Natura 2000-netwerk.
Vogelrichtlijn (VR)
De Vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG) heeft betrekking op alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de lidstaten (artikel 1). Voor de leefgebieden van soorten op bijlage I gelden speciale beschermingsmaatregelen en wijzen lidstaten beschermingszones aan (SBZ-V). Artikel 4 lid 2 verplicht tot soortgelijke maatregelen voor geregeld voorkomende trekvogels die niet op bijlage I staan, met bijzondere aandacht voor watergebieden van internationale betekenis.
Overlap
Veel gebieden zijn tegelijkertijd SBZ-H én SBZ-V. In het info-panel op de kaart zie je dit terug als beide badges (Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn) naast elkaar staan bij een aangeklikt gebied.
Habitatcodes (H-codes)
Officiële codes voor beschermde habitattypen uit de Europese Habitatrichtlijn. Beginnen met H gevolgd door een viercijferige code, al is het derde teken vaak een letter, zoals H91E0 (ooibossen) of H40B0. Een * betekent prioritair: volgens artikel 1(d) van de Habitatrichtlijn gaat het om habitattypen die gevaar lopen te verdwijnen én waarvoor de Unie een bijzondere verantwoordelijkheid draagt, omdat een belangrijk deel van hun verspreidingsgebied binnen EU-grondgebied ligt. Ze staan in bijlage I met een sterretje gemerkt.
| Code | Naam | Wat is het? |
|---|---|---|
| Kust & Zee | ||
H1110 | Permanent overstroomde zandbanken | Altijd ondergedompelde zandbanken in ondiep kustwater. Leefgebied voor schelpdieren, jonge platvis en zeezoogdieren. |
H1130 | Estuaria | Riviermondingen waar zoet en zout water samenkomen. Enorm rijk aan leven door de mix van beide milieus; Westerschelde is het grootste voorbeeld. |
H1140 | Droogvallende slikwadden en zandplaten | Bij laag tij droogvallend wad van slib of zand. Onmisbaar foerageergebied voor miljoenen trekvogels als kanoet en rosse grutto. |
H1150* | Kustlagunen | Afgeschermde, ondiepe kustwateren met weinig golfslag. Zeldzaam in Nederland; voornamelijk in deltagebieden. |
H1160 | Grote, ondiepe kreken en baaien | Brede, rustige zeearmen met weinig stroming. Minder dynamisch dan open zee maar rijke onderwaterflora en fauna. |
H1170 | Riffen | Harde structuren op de zeebodem: stenen, oesterschelpen, mosselbanken. Bieden houvast voor anemonen, krabben en andere vaste bewoners. |
H1310 | Eenjarige pioniervegetaties | Lage zoutminnende plantjes (zeekraal, klein schorrenkruid) op vers aangeslibd land. De eerste bewoners van nieuw schor. |
H1320 | Schorren met slijkgras | Grasvlakten van Engels slijkgras (Spartina) op het slik. Dit gras vangt actief slib en bouwt de kust uit. |
H1330 | Atlantische schorren | Begroeide kwelders met zeeaster, zeekweek en andere zoutminnende planten. Buffer tussen zee en dijk; nestelplaats voor grutto en tureluur. |
| Duinen | ||
H2110 | Embryonale wandelende duinen | Allereerste kale zandheuvels vlak achter het strand, begroeid met biestarwegras. Worden regelmatig overstuift door zee-aanvoer. |
H2120 | Wandelende duinen met helm | Beweeglijke hoge duinen begroeid met helm. De gele helm bindt zand en vormt de vertrouwde "witte duinen" langs de kust. |
H2130* | Vastgelegde duinen (grijze duinen) | Vastliggende duinen met mossen, korstmossen en kruiden. Grijsgroen van kleur; rijk aan wilde bijen, hagedissen en bijzondere bloemplanten. |
H2140* | Vastgelegde ontkalkte duinen (duinheide) | Duinheiden met struikhei op kalkarm zand. Alleen op de Waddeneilanden en in het Renodunaal district. |
H2150* | Vastgelegde ontkalkte duinen met kraaihei | Als H2140 maar met kraaihei in plaats van struikhei. Nog zeldzamer; meest atlantisch van karakter. |
H2160 | Duinen met duindoorn | Dichte struiken van duindoorn in vochtige duinovergangen. Oranje bessen zijn voedsel voor trekvogels; vormt ondoordringbare mantel. |
H2170 | Duinen met kruipwilg | Vochtige duinvalleien begroeid met kruipwilg. Paarse bloemkussens in het voorjaar; leefgebied voor vlinders en zeldzame mossen. |
H2180 | Beboste duinen | Duinbossen van eiken, berken en lijsterbes op beschutte, iets vochtigere plekken in de duinen. |
H2190 | Vochtige duinvalleien | Natte valleien tussen duinen met orchideeën, waterplantjes en bijzondere mosvegetaties. Gevoed door grondwater dat omhoogkomt; uniek en zeldzaam. |
H2310 | Psammofiele heide op landduinen | Stuifzandheide op binnenlandse duinen met struikhei en stekelbrem. Open, warm leefgebied voor zandhagedis en tapuit. |
H2320 | Psammofiele heide met kraaihei | Als H2310 maar met kraaihei; iets natter en meer atlantisch van karakter. |
H2330 | Open grasland op landduinen (stuifzand) | Open zandoppervlakken met pioniersgrasjes die door wind in beweging blijven. Leefgebied voor zandhagedis, tapuit en bijzondere insecten. |
| Zoetwater | ||
H3110 | Mineraalarm oligotroof water | Uiterst voedselarme, heldere vennen op het Pleistocene zand. Helder en lichtbruin van kleur; alleen bijzondere waterplanten kunnen hier overleven. |
H3130 | Oligomeen water (zwak zure vennen) | Zwak zure tot zwak basische vennen; iets rijker dan H3110. Herkenbaar aan oeverkruiden en kleine fonteinkruiden. |
H3140 | Kranswierwaters | Helder, kalkrijk water met kranswieren (Chara): groene waterplanten die kalk afzetten op hun stengels. Indicator voor schoon water. |
H3150 | Van nature eutrofe meren | Meren en plassen met drijvende waterplanten als fonteinkruiden en waterlelie. Voedselrijker dan vennen; leefgebied voor snoek en dodaars. |
H3160 | Dystrofe meren en vennen | Donkerbruin, zuur venwater door humuszuren uit het omringende veen. Veenmossen en zonnedauw (vleesetende plant) zijn hier thuis. |
H3260 | Beken met waterranonkel | Snelstromende beken en rivieren waarop waterranonkel bloeit. Het witte bloemtapijt in stroming is een indicator voor schoon, zuurstofrijk water. |
H3270 | Rivieren met modderige oevers | Zacht hellende oevers van langzame rivieren met een laag modderig slib. Pionierplanten als waterpostelein vestigen zich op drooggevallen oevers. |
| Heide & Struweel | ||
H4010 | Vochtige heide met dopheide | Natte heide op natte, zure grond gedomineerd door dopheide. Roze-paarse bloemenpracht in de zomer; leefgebied voor adder en veenbesblauwtje. |
H4030 | Droge heide | Droge heide met struikhei op arme zandgrond. Paarse vlaktes in augustus; leefgebied voor zandhagedis, nachtzwaluw en grauwe klauwier. |
H5130 | Jeneverbesstruwelen | Struiken van jeneverbes op heiden of kalkgraslanden. Oudste exemplaren zijn soms eeuwen oud; nu sterk achteruitgegaan door stikstof. |
| Graslanden | ||
H6110* | Kalkpioniersgrasland | Pioniersbegroeiing van droogte-tolerante vetplantjes op ondiepe kalkbodem. Zeldzaam in Nederland; vrijwel alleen in Zuid-Limburg. |
H6120* | Kalkminnend grasland op diepe zandbodem | Soortenrijk, kort grasland op humusarm zand met lichte kalkrijkdom. Veel bijzondere bloemplanten en wilde bijen. |
H6210 | Droge kalkgraslanden | Bloemrijke droge graslanden op kalkbodem, kenmerkend voor het Zuid-Limburgse heuvelland. In het voorjaar kleurrijke orchideeën. |
H6230* | Heischrale graslanden | Soortenrijke, schrale graslanden op arme grond (keileembulten in Drenthe, hellingen in Limburg). Blauwgras en pilzegge zijn kenmerkend. |
H6410 | Blauwgraslanden | Vochtige, bloemrijke hooilanden op venige of kleiige bodem. Blauwe knoop en spaanse ruiter zijn kenmerkend; vroeger het typische veenweidehooi. |
H6430 | Voedselrijke zoomvegetaties | Hoge, ruige kruidenvegetaties van brandnetel, fluitenkruid en harig wilgeroosje langs oevers. Overgangszone tussen water en bos. |
H6510 | Laaggelegen hooilanden | Bloemrijke hooilanden met glanshaver en grote pimpernel. Vroeger het gewone boerenhooiland; door intensieve landbouw nu zeldzaam geworden. |
| Veen & Moeras | ||
H7110* | Actief hoogveen | Levend, actief groeiend hoogveen dat zijn eigen water aanmaakt. Gevoed door regen, extreem voedselarm en zuur; veenmossen bouwt het veen op. |
H7120 | Aangetast hoogveen | Verdroogd of afgegraven hoogveen dat niet meer actief groeit maar wél kan herstellen als het lang genoeg nat gehouden wordt. |
H7140 | Overgangs- en trilvenen | Nat, levend veen in de overgang van laag naar hoogveen. "Trilt" als je erop loopt. Rijk aan zeldzame orchideeën als de groenknolorchis. |
H7150 | Slenken in veengronden | Natte slenken in hoogveen begroeid met wollegras of snavelbiesje. Pionierstadium van hoogveenherstel na inundatie. |
H7210* | Kalkmoerassen met galigaan | Moerassen met galigaan (een ruige rietachtige plant) op kalkrijke, permanent natte bodem. Zeldzaam; voornamelijk in het rivierengebied. |
H7220* | Kalktufbronnen | Bronnen waarbij kalkhoudend kwelwater uitvloeit en kalk neerslaat als tufsteen. Uniek microhabitat met bijzondere mossen; altijd koel en vochtig. |
H7230 | Alkalisch laagveen | Kalkrijk laagveen met riet, zwarte zegge en vetblad. Botanisch het rijkste veentype van Nederland; vroeger wijd verspreid, nu zeldzaam. |
| Bos | ||
H9120 | Atlantische zuurminnende beukenbossen | Beukenbossen op zure, arme bodem met hulst in de struiklaag. Kenmerkend voor de duinstreek en randen van de Veluwe. |
H9160 | Eiken-haagbeukenbossen | Gemengde loofbossen op rijkere bodem met eiken, haagbeuk en soms hazelaar. Typisch voor rivierengebied en hogere zandgronden. |
H9190 | Oud zuurminnend eikenbos | Oud, open eikenbos op arme, zure zandgrond met weinig ondergroei. Leefgebied voor het vliegend hert en de zwarte specht. |
H91D0* | Veenbossen | Natte berken-elzenbossen op veenbodem met hoog grondwater. Groeien op de grens van hoogveen en mineraalrijkere omgeving. |
H91E0* | Alluviale bossen | Moerasbossen met zwarte els en es langs rivieren en beken op periodiek overstroomde bodem. Rijkste bostype qua vogelsoorten; prioritair beschermd. |
H91F0 | Gemengde ooibossen | Gevarieerde, soortenrijke bossen in de uiterwaarden van grote rivieren met zomereik, fladderiep en zwarte populier. Rijkste bostype van Nederland. |
Volledig overzicht op natura2000.nl ↗
Vogelcodes (A-codes)
Officiële codes voor beschermde vogelsoorten uit de Vogelrichtlijn. Beginnen met A gevolgd door drie cijfers, bijvoorbeeld A001 voor de roodkeelduiker. Het is de EU-codelijst voor vogelsoorten onder Richtlijn 2009/147/EG, die als referentietabel bij het Natura 2000 Standard Data Form hoort. Klik op een naam voor meer informatie bij Vogelbescherming Nederland.
Bron: EIONET Data Dictionary, Codelist for bird species under Directive 2009/147/EC · Natura 2000 Reference Portal (codelijsten bij het Standard Data Form).
De Bodemkaart van Nederland (1:50.000) gebruikt een alfanumeriek codesysteem. Elke code bestaat uit drie onderdelen: een prefix, een bodemtype + nummer en een kalkverloop.
Structuur van een bodemcode
| Onderdeel | Voorbeeld | Betekenis |
|---|---|---|
| Prefix | e | Zoetwater-afzetting (rivierklei); p = minerale eerdlaag aanwezig |
| Bodemtype | Mn | Poldervaaggrond (half gerijpte klei); Mo = Drechtvaaggrond (slappe, ongerijpte klei) |
| Nummer | 25 | Textuur en profielverloop (lichte zavel t/m zware klei) |
| Kalkverloop | A | A = kalkrijk (<30 cm diep); B = kalkarm (30–80 cm); C = kalkloos |
Voorbeelden
| Code | Uitleg |
|---|---|
eMn25A | e = zoetwater · Mn = poldervaaggrond · 25 = lichte zavel, profielverloop 5 · A = kalkrijk. Typisch voor jonge zeekleipolders langs rivieren. |
epMo80 | e = zoetwater · p = donkere humeuze bovengrond · Mo = drechtvaaggrond (slappe klei) · 80 = zware kleitextuur. Typisch voor laagveenpolders en veenweidegebieden. |
Hoofdbodemtypen
| Code | Type |
|---|---|
V | Veengronden |
W | Moerige gronden |
Y / B | Podzolgronden / Brikgronden |
M | Zeekleigronden (mariene afzetting) |
R | Rivierkleigronden |
Z | Zandgronden |
De codenamen in het infopaneel volgen de officiële legenda van de Bodemkaart van Nederland (Systeem van bodemclassificatie, De Bakker & Schelling). Bronnen: WUR Landschapsleutel, legenda bodemkaarten · BRO-catalogus Bodemkaart (SGM).
Volledig overzicht: legenda-bodemkaart.bodemdata.nl ↗ | PDOK / BRO Bodemkaart (SGM) ↗
De BRO bevat ook twee registratieobjecten over bodemverontreiniging, onderdeel van de vijfde tranche (Milieukwaliteit):
| Afkorting | Inhoud | Aanlevering | Status |
|---|---|---|---|
SAD | Milieuhygiënisch bodemonderzoek (site assessment data), boorprofielen en gehalten van verontreinigende stoffen | vanaf 1 juli 2025 | service live, nog geen gebiedszoekfunctie |
SLD | Overheidsbesluit bodemverontreiniging: besluiten over sanering, ernst en risicoklassen | vanaf 1 januari 2026 | service live, wél doorzoekbaar |
Stand van zaken (gecontroleerd 31-07-2026). Beide services staan inmiddels live op publiek.broservices.nl.
- SLD is bruikbaar. De service biedt de volledige set operaties (
bro-ids,characteristics/searches,objects/broId) en levert landelijk zo'n 199 registraties van 73 bronhouders op. Dat is nog erg weinig: de aanleverplicht loopt pas sinds januari 2026, dus de dekking is voorlopig lokaal en onvolledig. - SAD nog niet als kaartlaag. De service kent alleen operaties die een boorprofiel teruggeven op basis van een bestaand uitgifte- of registratieverzoek. Er is geen zoekingang op gebied of bounding box, dus je kunt er geen kaartlaag mee vullen.
- Nog niet op PDOK. Geen van beide is als WMS- of OGC-kaartlaag gepubliceerd; het gaat om XML-uitgifte via de BRO-services zelf.
Zodra SAD een gebiedszoekfunctie krijgt of PDOK de datasets als kaartlaag publiceert, kunnen ze hier als extra overlay bij. Voor SLD kan dat in principe nu al, zij het met de kanttekening dat de dekking nog dun is.
Bronnen: BRO-catalogus SAD · BRO-catalogus SLD · Basisregistratie Ondergrond · PDOK / BRO SLD. De statusregels hierboven zijn gemeten aan de live services, niet overgenomen uit documentatie.