Grondwatermonitoring

Voor en door inwoners van Dordrecht

Gestopt
Papendrechtsebrug weer open in 277 dagen
Zaterdag 18 Juli 07:39:5918°80%
Taal
Thema
BRO peilputten

Grondwater

Interactieve kaart van Nederlandse grondwatermonitoringputten (BRO) met tijdreeksen en kwaliteitsdata.

Grondwatermonitoringputten (BRO)
Stadspolders Dordrecht — Grondwaterstand

Grondwaterstanden gemeten door BRO-peilbuizen op het Dordtse eiland. Een te lage grondwaterstand tast houten paalfunderingen aan; te hoog water veroorzaakt wateroverlast in kelders en kruipruimtes.

Gem. stand (m NAP)
actuele peilbuizen
Trend (90 dagen)
Laagste stand ooit
geladen data
Peilbuizen geladen
Grondwaterdata laden voor Dordrecht…
Peilputten (GMW)

BRO Grondwatermonitoringputten. Klik voor put-ID, functie en tijdreeks. Kleur = laatste gemeten stand t.o.v. maaiveld.

Hoog / nat (< 0,3 m)Normaal-hoog (0,3–1,5 m)Normaal (1,5–3 m)Laag (3–5 m)Zeer laag / droog (> 5 m)Geen meetdata
PDOK / BRO GrondwatermonitoringTNO Geologische Dienst Nederland

Over Grondwatermonitoring

Deze pagina toont peilputten (meetbuizen) uit de Basisregistratie Ondergrond (BRO) — de nationale databank voor ondergrondse informatie. Zoom in op de kaart om individuele putten te zien en klik erop voor details en tijdreeksen.

Grondwater in Nederland

Grondwater is water dat zich bevindt in de poriën en spleten van de ondergrond, onder het grondoppervlak. In Nederland, met zijn lage ligging en kleirijke bodem, speelt grondwater een cruciale rol: het voedt beken en sloten, levert drinkwater aan miljoenen mensen en bepaalt mede de stabiliteit van veenweidegebieden en bebouwing.

Nederland heeft drie grote grondwaterreservoirs (aquifers):

  • Ondiep pakket — bovenste laag, gevoelig voor neerslag, droogte en vervuiling
  • Eerste watervoerend pakket — zand/grind onder de kleideklaag; belangrijkste bron voor drinkwaterwinning
  • Diepere pakketten — ingesloten aquifers; gevoed over duizenden jaren; gebruikt voor industriële onttrekking

Grondwaterstand

De grondwaterstand (ook: grondwaterspiegel) is de diepte waarop grondwater begint. Dit varieert sterk per seizoen, regio en jaar. Droge zomers verlagen de stand; natte winters vullen de voorraad aan. In veenweidegebieden leidt een te lage grondwaterstand tot oxidatie van veen, bodemdaling en CO₂-uitstoot.

Grondwaterkwaliteit

Grondwater kan verontreinigd raken door landbouwmeststoffen (nitraat, fosfaat), bestrijdingsmiddelen, industrie (PFAS, zware metalen) of verzilting langs de kust. De BRO volgt de kwaliteit via grondwatersamenstellingsonderzoek (GAR).


Grondwater en natuur

Veel Natura 2000-habitattypen zijn direct afhankelijk van grondwater: vochtige duinvalleien (H2190), hoogveensystemen (H7110*) en beekbegeleidende ooibossen (H91E0*) verdwijnen als de grondwaterstand te sterk daalt of stijgt. De peilputten op deze kaart monitoren exact deze grondwaterhydrologie.

De Basisregistratie Ondergrond (BRO) is de nationale databank voor ondergrondse informatie in Nederland, beheerd door TNO Geologische Dienst en ontsloten via PDOK. Overheden zijn wettelijk verplicht hun ondergrondse data aan te leveren.

Registratieobjecten grondwater

AfkortingVolledige naamInhoud
GMWGrondwatermonitoringputDe fysieke peilbuis: locatie, diepte, filterdiepte, aanlegdatum
GLDGrondwaterstandonderzoekTijdreeksen van grondwaterstandmetingen (peilen)
GARGrondwatersamenstellingsonderzoekGrondwaterkwaliteit: chemische analyses
GMNGrondwatermonitoringnetNetwerk van samenhangende meetpunten

Kwaliteitsregime IMBRO/A

Peilputten met kwaliteitsregime IMBRO/A zijn historische gegevens die vanuit een oud systeem (bijv. DINOloket) zijn gemigreerd naar de BRO. De constructiedata is overgenomen, maar meetreeksen (GLD) zijn mogelijk nog niet aangeleverd. Meetreeksen bij IMBRO-kwaliteitsregime zijn wél volledig geregistreerd.

Meer informatie: BRO Loket (broloket.nl) ↗

Dordrecht ligt op een riviereneiland, omringd door de Beneden-Merwede, Nieuwe Merwede, Hollands Diep, Dordtsche Kil en Oude Maas — onderdeel van het Rijn-Maasgebied. Een deel van het eiland ligt onder zeeniveau; het binnendijkse gebied staat gemiddeld rond NAP, met polders die lokaal tot −0,5 à −1 m NAP zakken. Langs de dijken en buitendijkse flanken loopt het maaiveld op tot +2–3 m NAP.

Bodemopbouw

De ondergrond van de historische binnenstad bestaat van boven naar beneden uit:

  1. Merwededek — minstens 70 cm rivierafzettingen aangespoeld na de Sint-Elisabethsvloed van 1421, plaatselijk tot meters dik
  2. Komklei — plaatselijk aanwezig als laag tussen het dek en het veen
  3. Veen — de originele slappe veenlaag waarop Dordrecht is gebouwd; gevoelig voor oxidatie en bodemdaling zodra het droogvalt
  4. Zandpakket — het draagkrachtige watervoerende pakket waarop de houten funderingspalen steunen

Polderpeil en grondwaterstand

Het waterschap stelt geen grondwaterstand vast, maar een oppervlaktewaterpeil (polderpeil) via een peilbesluit. Dit polderpeil bepaalt indirect de grondwaterstand. Voor het Eiland van Dordrecht liggen de vigerende polderpeilen globaal tussen −1,20 en −1,50 m NAP. De grondwaterstand in de stedelijke bebouwde kom volgt dit en ligt doorgaans 80–150 cm onder maaiveld.

Wanneer is het hoog?

Van een hoge grondwaterstand wordt gesproken wanneer het grondwater minder dan 0,3–0,5 m onder maaiveld staat. Dit leidt tot wateroverlast in kruipruimtes en kelders, drassige tuinen en optrekkend vocht. Hoge standen treden op na langdurige regenval of wanneer het buitenwater hoog staat en de poldergemalen de afvoer niet bijhouden.

Wanneer is het laag?

Een lage grondwaterstand treedt op bij een daling tot meer dan 1,5 m onder maaiveld. De gevolgen:

  • Houten paalfunderingen — het meest kritieke Dordtse risico. Hout dat droogvalt oxideert en rot weg; herstel vereist vervanging door betonnen palen, een kostbare ingreep.
  • Veenoxidatie en bodemdaling — de veenlaag krimpt en stoot CO² uit zodra hij boven de grondwaterspiegel uitkomt; dit proces is onomkeerbaar.
  • Droogteschade aan straatbomen en parken.

Kritische grens: houten paalfunderingen

Tot ver in de twintigste eeuw werden Dordtse huizen gebouwd op houten palen — grotendeels grenen, in oudere gevallen eiken. Vanaf circa 1970 stapte men over op beton. Het paalrotprobleem speelt dan ook bij alle vooroorlogse panden, niet alleen 17de/18de-eeuwse bebouwing; een actie betrof al meer dan 1.200 woningen.

Er is geen vaste NAP-waarde waarbij paalrot begint. De norm luidt: de grondwaterstand moet minstens 20 cm boven de bovenkant van het hoogste funderingshout blijven. Die diepte verschilt per pand en per funderingstype. De gemeente Dordrecht monitort dit via circa 500 handmatige peilbuizen en een groeiend netwerk van realtime sensoren, aangevuld met de BRO-peilbuizen op deze kaart.

Indicatieve niveaus (vuistregels)

SituatieDiepte t.o.v. maaiveldIndicatie risico
Hoog< 0,3 mWateroverlast, nattigheid
Normaal voor polders0,3–1,0 mGeen directe risico’s
Normaal voor bebouwing0,8–1,5 mAcceptabel, afhankelijk van fundering
Laag1,5–2,5 mMogelijk risico voor veen en funderingen
Kritischper pand verschillendGrondwater < 20 cm boven funderingshout → paalrot

Vuistregels voor de bebouwde kom; geen officieel vastgestelde gemeentelijke signaalwaarden. De kritische grens voor funderingen hangt af van de aanlegdiepte per individueel pand.

WMS-tiles

Bij lage zoomniveaus (zoom < 13) wordt de grondwaterlaag getoond als WMS-tegels van PDOK. Elke stip is een peilput.

Klikbare markers (zoom ≥ 13)

Bij inzoomen worden de WMS-stippen vervangen door klikbare markers die rechtstreeks van de PDOK OGC API worden geladen. Klik op een marker voor:

  • BRO-ID van de put (bijv. GMW000000000001)
  • Functie: peilmeting of kwaliteitsmeting
  • Maaiveldpositie (m NAP)
  • Aantal monitoringsbuizen
  • Tijdreeks laden (Highcharts grafiek)

Databron

Data afkomstig van: PDOK BRO Grondwatermonitoring OGC API ↗