TechSpeeltuin - Text browser

Voor en door inwoners van Dordrecht

Gestopt
Zondag 12 Juli 16:30:4628°53%
Taal
Thema

Een tekstuele webbrowser in w3m-stijl — zo zou je het web in de vroege jaren '90 hebben gezien, vóór de grafische browsers. Er draait geen pagina-JavaScript, dus interactieve widgets (kaarten, grafieken, live-tickers) blijven leeg — precies zoals toen. Hij surft alleen over techspeeltuin.nl: je eigen browser haalt de pagina's op (volledig client-side). Externe sites kunnen niet — die mag de browser niet cross-origin ophalen (CORS).

Bedien 'm met het toetsenbord (klikken kan ook): Tab/ = volgende link, Shift+Tab/ = vorige link, = regel scrollen, Enter = openen, Backspace = terug, G = ga naar URL, / = zoeken op pagina (n/N = volgende/vorige), R = herladen, F = fullscreen, H of ? = help.

Achter de schermen werken we nog aan een tekstvriendelijkere versie van de site. Helaas is niet alles mogelijk met text-only — interactieve kaarten, grafieken en live-widgets blijven in tekstvorm noodgedwongen leeg.

Klaar.

Uitleg & achtergrond — de webbrowser door de jaren

Van groene terminalletters tot de Chromium-monocultuur: een korte geschiedenis van de webbrowser, van vóór Netscape tot 2026.

Vóór het web & vóór Netscape (1990–1993)

De allereerste webbrowser was WorldWideWeb (later hernoemd tot Nexus), geschreven door Tim Berners-Lee bij CERN eind 1990 op een NeXT-computer. Het was tegelijk browser én editor. Omdat NeXT-machines zeldzaam waren, bouwde Nicola Pellow in 1991 de Line Mode Browser: een tekstbrowser die op vrijwel elke terminal werkte — precies het soort weergave dat je hierboven ziet.

In 1992 verscheen Lynx (Universiteit van Kansas), nog steeds een van de bekendste tekstbrowsers. De doorbraak naar het grote publiek kwam in 1993 met NCSA Mosaic (Marc Andreessen en Eric Bina): de eerste breed verspreide grafische browser die afbeeldingen tussen de tekst toonde in plaats van in aparte vensters.

Bronnen: CERN – A short history of the Web, WorldWideWeb (Wikipedia), Mosaic (Wikipedia).

Netscape en de eerste browseroorlog (1994–1998)

In oktober 1994 bracht Netscape Communications (opgericht door o.a. Marc Andreessen) Netscape Navigator uit. Het werd razendsnel de populairste browser ter wereld. Microsoft reageerde in augustus 1995 met Internet Explorer 1.0, meegeleverd bij Windows 95.

Wat volgde was de eerste browseroorlog: een felle strijd om marktaandeel waarin beide partijen eigen, niet-gestandaardiseerde HTML-uitbreidingen introduceerden. Microsoft's bundeling van IE met Windows gaf het een beslissend voordeel. In 1998, met verlies in zicht, gaf Netscape de broncode vrij en startte het Mozilla-project — het latere fundament van Firefox.

Bronnen: Netscape Navigator (Wikipedia), Browser wars (Wikipedia).

IE-dominantie en stilstand (1999–2003)

Na de overwinning op Netscape bereikte Internet Explorer rond 2002–2004 een marktaandeel van ruwweg 95%. IE6 (2001) werd de de-facto standaard. Zonder serieuze concurrentie stagneerde de ontwikkeling echter jarenlang: nauwelijks nieuwe features, trage beveiligingsupdates en gebrekkige naleving van webstandaarden — iets waar webontwikkelaars nog lang last van hadden.

Ondertussen ontstonden alternatieven: Opera (publiek vanaf 1996) en Apple's Safari (2003), gebouwd op de KHTML-engine die later uitgroeide tot WebKit.

Bronnen: Internet Explorer (Wikipedia), History of the web browser (Wikipedia).

Firefox, standaarden en de tweede browseroorlog (2004–2008)

In november 2004 verscheen Mozilla Firefox 1.0: sneller, veiliger en met tabbladen, pop-upblokkering en add-ons. Het knabbelde flink aan IE's marktaandeel en dwong Microsoft na jaren stilstand weer tot ontwikkeling (IE7 in 2006).

Deze periode — de tweede browseroorlog — bracht een hernieuwde focus op webstandaarden (HTML, CSS, de opkomst van AJAX) en op naleving daarvan, mede aangejaagd door het W3C en de webontwikkelaarsgemeenschap.

Bronnen: Firefox (Wikipedia), W3C – A Little History of the World Wide Web.

Chrome en het WebKit/Blink-tijdperk (2008–2015)

In september 2008 lanceerde Google Chrome, met de razendsnelle V8-JavaScript-engine, een minimalistische interface, aparte processen per tabblad en een hoog updatetempo. Binnen enkele jaren werd Chrome de populairste browser ter wereld.

Chrome gebruikte aanvankelijk Apple's WebKit-engine, maar Google splitste zich in april 2013 af met een eigen fork: Blink. Firefox bleef op zijn eigen Gecko-engine, terwijl Safari op WebKit doorging — de basis voor de enginesituatie van vandaag.

Bronnen: Google Chrome (Wikipedia), History of the web browser (Wikipedia).

Consolidatie en Chromium-monocultuur (2015–2026)

Microsoft verving IE in 2015 door Edge (met de EdgeHTML-engine), maar bouwde Edge in januari 2020 volledig om op Chromium — dezelfde basis als Chrome. Daarmee draait vandaag een groot deel van het web op Chromium-afgeleiden: Chrome, Edge, Opera, Brave, Vivaldi en vele andere.

Anno 2026 zijn er nog maar drie grote, onafhankelijke browser-engines over: Blink (Chromium), Gecko (Firefox) en WebKit (Safari). De dominantie van Chromium roept zorgen op over een monocultuur, waarin één partij feitelijk de webstandaarden bepaalt. Tegelijk groeide de aandacht voor privacy (Brave, tracking-bescherming) en dwongen regels zoals de Europese Digital Markets Act meer keuzevrijheid af, met name op mobiel.

En tekstbrowsers? Die leven gewoon voort: Lynx, w3m en Links/ELinks worden nog altijd onderhouden en gebruikt — voor toegankelijkheid, lage bandbreedte, scripting en, zoals hier, nostalgie.

Bronnen: History of the web browser (Wikipedia), StatCounter – Browser Market Share.

Live
Laden...