Marifoon
Alle 45 maritieme VHF-kanalen tegelijk in de gaten, rechtstreeks ontvangen met een eigen SDR-antenne. Een tegel licht op zodra er gezonden wordt.
Paginaversie 2.3.0 · laatst gecontroleerd op 15-09-2026
Kanaalbord
Elke tegel is een kanaal dat de ontvanger continu volgt. Wordt er gezonden, dan licht de tegel op en loopt de niveaumeter mee.
Je hoort pas iets als je een kanaal aanzet. Klik een tegel aan om mee te luisteren, klik nogmaals om te stoppen, of druk op Alles beluisteren om alle kanalen tegelijk te volgen — dat is het scannergedrag van een gewone marifoon. Een tegel die oplicht betekent dat er gezonden wordt, ook als je er niet naar luistert.
Het geluid staat nog uit: browsers laten pas geluid toe nadat je zelf iets hebt aangeklikt. Kies een kanaal of druk op “Alles beluisteren”.
Logboek
Wat er sinds het openen van deze pagina langsgekomen is. Nieuwste bovenaan.
Nog niets gehoord.
Over dit bord
De marifoon is de portofoon van het water. Schepen onderling, havendiensten, bruggen en de verkeersposten praten er op vaste kanalen. Kanaal 16 is het internationale nood-, spoed- en oproepkanaal, 10 is het kanaal waarop schepen elkaar onderling aanroepen en 13 is het uitwijkkanaal voor schip-schip.
Een SDR-ontvanger demoduleert alle 45 kanalen tegelijk in plaats van er eentje tegelijk af te zoeken zoals een gewone scanner. Er kan dus op vijf kanalen tegelijk gepraat worden en je ziet ze alle vijf oplichten. De squelch bepaalt wanneer een kanaal “open” heet; het niveau staat in dBFS, waarbij −100 stilte is.
Waar het hier druk is
Verreweg het meeste verkeer zit op twee kanalen: 79 (Sector Dordrecht) en 04 (Sector Heerjansdam). Dat zijn de verkeersposten die de scheepvaart op de Merwede en de Oude Maas begeleiden; samen goed voor ruim driekwart van alles wat hier langskomt. Blijft de rest van het bord stil, dan is dat dus normaal en niet een storing. Daarnaast komen 71 (verkeerspost Dordrecht), 74 (brugbediening van de gemeente) en 14 (havendienst) geregeld voorbij.
Wat je hier niet hoort
De ontvanger bestrijkt 156,025 tot 157,225 MHz. Een handvol kanalen valt daar net buiten en staat dus niet op het bord: 25 tot en met 28, 85 en 86, en de AIS-kanalen 87 en 88. Die laatste twee zijn trouwens geen spraak maar data; wat daarop langskomt staat op de AIS-pagina.
Belangrijker: bij een duplexkanaal hoor je maar één kant van het gesprek. Schepen zenden op de frequentie die hier binnenkomt, maar de verkeerspost antwoordt ruim vier megahertz hoger, en dat bereik heeft deze ontvanger niet. Bij die kanalen staat daarom “schepen” achter de naam: je hoort de schipper wel, de wal niet.
Wie er zendt: de ATIS-squawk
Aan het eind van elke uitzending stuurt een marifoon op de binnenwateren een kort digitaal blokje van ongeveer een kwart seconde: de ATIS-code. Die is verplicht op de Rijn en de Nederlandse binnenwateren. Er zit een nummer van tien cijfers in waaruit de roepletters van het schip volgen, en dat nummer wordt hier meegelezen en op de tegel gezet, op de plek waar anders staat hoe vaak het kanaal vandaag gebruikt is.
Die code komt na het praten, op het moment dat de zendknop wordt losgelaten. Je weet dus pas wie er aan het woord was als de uitzending al voorbij is: de tegel licht op, je hoort iemand praten, en zodra het stil valt staan de roepletters er. Ze blijven staan zolang de tegel nagloeit en maken daarna weer plaats voor de teller; in het logboek blijft alles bewaard. Bij een lange uitzending stuurt de marifoon de code elke vijf minuten tussendoor mee, dus dan verschijnt hij eerder.
Het nummer begint met een 9, daarna komt de landcode (244, 245 en 246 zijn Nederland, 211 Duitsland, 205 België) en dan de roepletters in cijfervorm. Alleen de twééde letter zit in het nummer; de eerste volgt uit het land, want elk land heeft van de ITU een eigen reeks roepletters gekregen. Nederlandse schepen beginnen met een P, Duitse met een D, Belgische met een O, Zwitserse met een H en Luxemburgse met een L.
Voor Nederland ligt dat vast, dus daar staat de volledige roepnaam. Bij de andere landen is het de letter die er vrijwel altijd hoort te staan, maar niet met zekerheid: een schip kan onder een andere vlag varen dan zijn landcode doet vermoeden. Komt het land niet in de lijst voor, of begint de reeks met een cijfer zoals bij Kroatië (9A) en Slovenië (S5), dan blijft er een vraagteken staan: ?C5268 in plaats van een complete roepnaam. In het logboek zoekt de pagina het schip er daarna bij in de gegevens van de AIS-ontvanger, en dan staan de roepletters er alsnog compleet.
Niet elke uitzending levert een leesbaar blokje op. Een zwak of gestoord signaal wordt verkeerd gelezen, en dan komt er een nummer uit dat nergens op slaat. Daarom wordt er alleen iets getoond als de ingebouwde controle klopt én het signaal sterk genoeg was; de rest verdwijnt zonder melding. Een roepnaam is trouwens geen scheepsnaam: die staat er niet in.
Live marifoonverkeer uit de regio Dordrecht, ontvangen met een eigen antenne en ka9q-radio op 156,025–157,225 MHz. De audio gaat rechtstreeks door en wordt nergens opgeslagen.