Nieuws

Gestopt
Taal
Thema
Redactie

Nieuws

Zo nu en dan een bericht over Dordrecht, lokale events en techniek, en over wat er nieuw is op de site, van de eigen redactie van TechSpeeltuin.

Weergave
Vandaag
Grote onderhoudsronde deel 5: preciezer meten, rustiger tonen
Redactie

Grote onderhoudsronde deel 5: preciezer meten, rustiger tonen

In deel 1 ging het over nieuwe functies, in deel 2 over begrijpen wat je ziet, in deel 3 over repareren wat er stukging en in deel 4 over getallen die nog geen antwoord waren. Dit vijfde bericht gaat over de stap die daarop volgt: preciezer meten, en rustiger tonen. Preciezer meten, want op een hoop...

update website
Lees verder

Grote onderhoudsronde deel 5: preciezer meten, rustiger tonen

Redactie
Dordrecht: Preciezer meten , rustiger tonen
Dordrecht: Preciezer meten , rustiger tonen

In deel 1 ging het over nieuwe functies, in deel 2 over begrijpen wat je ziet, in deel 3 over repareren wat er stukging en in deel 4 over getallen die nog geen antwoord waren. Dit vijfde bericht gaat over de stap die daarop volgt: preciezer meten, en rustiger tonen.

Preciezer meten, want op een hoop plekken staat nu een echte meting waar eerst een berekening stond. De site leest een weerstation hier in Dordrecht uit, met een thermometer, een windmeter en een regenmeter die gewoon buiten hangen. De luchtdruk wordt niet meer op één plek afgelezen maar op negen, in een kring van 150 kilometer rond de stad. Nieuw is er ook het nodige: een voorleesknop bij de lange berichten, een afteller naar de eerstvolgende sterrenregen, het antwoord op de vraag of je het ruimtestation nu kunt werken, en per Dordtse buurt hoe hoog je er met een drone mag vliegen.

Rustiger tonen is de andere helft. Pagina's die in de loop van maanden waren volgegroeid zijn uitgedund: de weerpagina ging van negen blokken met verwachtingen naar vijf, de politiekpagina van vier tabbladen naar één doorlopend verhaal, en blokken die driehonderd dagen per jaar melden dat er niets aan de hand is verschijnen nu alleen nog als er wél iets is. Daar hoort de toegankelijkheidsronde bij, waaruit bleek dat je honderdacht keer op Tab moest drukken voordat je bij de tekst was. Dat is er nu één.

En omdat we toch bezig waren is alles wat er stond naast de bron gelegd. Dat leverde de nodige correcties op, en die staan er gewoon bij: uitrekenen in plaats van overtypen, één bron per getal, de leeftijd van een meting erbij, en pagina's die zichzelf nakijken en het melden als een som niet meer opgaat.

Propagatie

Acht stukken over de propagatiepagina. Ze gaan bijna allemaal over hetzelfde: laten zien wat gemeten is en wat gerekend, en niet stelliger doen dan de gegevens toelaten.

Een percentage dat wekenlang stilstond

Op Propagatie staat hoe vaak onze eigen bandvoorspelling klopte. Dat cijfer bewoog niet: wie er twee dagen achter elkaar naar keek, zag exact hetzelfde staan. Het was afgerond op hele getallen terwijl het een gemiddelde over honderden waarnemingen is, het venster van zeven en dat van dertig dagen bevatten dezelfde metingen omdat de reeks nog geen week oud was, en de datum ernaast was de startdatum in plaats van de laatste meting. Het percentage heeft nu twee decimalen, het lange venster staat op een streepje tot het vol is, en er staat hoe oud de laatste meting is.

Belangrijker was wat we onderweg tegenkwamen. Het cijfer rekende over alle metingen sinds 30 juli, maar de meetlat werd pas op 3 augustus eerlijk: daarvoor telde alleen "we zeiden dicht terwijl er verbindingen waren" als fout, en niet het omgekeerde. Tweederde van de metingen was dus met een andere maatstaf gescoord. Er wordt nu alleen over de vergelijkbare metingen gerekend. Dat het cijfer er nauwelijks door veranderde is toeval: was het andersom uitgevallen, dan hadden we jarenlang een te mooi getal laten zien.

Bronnen bij dit onderdeel:(n.v.t., eigen werk)

Twee getallen die niet waren wat ze leken

Boven de kortegolfcondities per bandgroep stond "Propagatiecondities per amateurband vanuit Europa". Die oordelen rekenen wij niet zelf uit: ze komen uit het gegevensbestand van HamQSL, van de Amerikaanse amateur Paul Herrman, N0NBH, en daar draagt dit veld geen locatie. Dat is geen slordigheid van hem, want de VHF-verwachtingen in datzelfde bestand staan wél per gebied. Deze inschatting is nu eenmaal één wereldwijde vuistregel die volgt uit de zonneflux en de K-index. Door er "vanuit Europa" boven te zetten, maakten wij er ten onrechte een lokale meting van. Er staat nu wat het wel is, met een verwijzing naar wat wél over onze omgeving gaat: de ionosondes in de buurt en onze eigen ontvangst.

Het tweede getal was een kwestie van een naam. Een hoofdstuk heette "DRAP", een afkorting die niemand iets zegt, en ging over absorptie door zonnevlammen. Twee secties verderop stond een ander blok over de gewone dagelijkse absorptie die elke ochtend de lage banden dichtdrukt. Twee koppen over absorptie die iets anders bedoelden. Het eerste heet nu "Absorptie door zonnevlammen", en bij het tweede staat dat het over iets anders gaat.

Bronnen bij dit onderdeel: de bandcondities en de VHF-verwachtingen komen van hamqsl.com (N0NBH); de absorptieberekening is van de NOAA Space Weather Prediction Center.

Een band die nooit stil was

Bij de ductinggegevens staat hoeveel verbindingen er het afgelopen uur op 2m en 70cm zijn gemeld. Die van 70cm stond vrijwel altijd op nul, en zo hebben wij het maandenlang gelezen: een doodstille band. Het was geen stilte, de aanvraag werd geweigerd. PSKReporter vraagt in zijn documentatie om hoogstens één aanvraag per vijf minuten, en wij deden er elk kwartier twee pal achter elkaar. De eerste kwam erdoor, de tweede niet, en 70cm stond nu eenmaal achteraan in de rij.

Nu wordt er één band per kwartier opgevraagd, om de beurt, en staat 70cm op ruim honderd verbindingen in Europa. Waarom dit niemand opviel is het interessantere deel: bij een mislukte aanvraag gaf onze code nullen terug, en die zijn niet te onderscheiden van een echte nul. Een mislukte aanvraag levert nu "onbekend" op, de reden van de weigering wordt vastgelegd, en een deelfout verdwijnt niet meer geruisloos. Dat laatste geldt voor alle veertien bronnen die die ronde ophaalt. Er staat sindsdien ook bij dat wij dit niet zelf meten: deze aantallen komen van andere amateurs, dus je meet de dekking van dat netwerk mee.

Bronnen bij dit onderdeel: de verbindingen komen van PSKReporter; de aanbevolen bevraagsnelheid staat in hun documentatie voor ontwikkelaars.

Wat gemeten is, en wat gerekend

Een rijtje kaartjes zegt per amateurband wat er met je signaal gebeurt: geabsorbeerd, teruggekaatst door de E-laag, door de F-laag, of er dwars doorheen. Dat ziet eruit als een meting. De helft was het niet. De kritische frequentie van de E-laag werd geschat uit de zonneflux en de zonnestand, en die schatting gaf op de ochtend dat we ernaar keken 2,6 MHz, terwijl acht ionosondes op datzelfde moment gemiddeld 3,13 maten. Allemaal jonger dan tien minuten, en zichtbaar in de tabel één sectie hoger.

De ondergrens waaronder een band als geabsorbeerd geldt stond hardgecodeerd op 3,5 MHz, terwijl de pagina elders een echte ondergrens uitrekent die die ochtend op 6,2 MHz stond. Gevolg: 60m kreeg een keurige reflectie toegewezen terwijl de rest van de pagina die band als onbruikbaar aanmerkte. Allebei aangepast, en onder die kaartjes staat nu welke waarden uit de ionosondes komen, hoe oud die meting is, en wat een vuistregel of een vast getal is. Plus de aanname die de hele uitkomst stuurt en die nergens stond: de hoek waaronder je uitstraalt, die vaststond op een vlakke DX-hoek.

Bronnen bij dit onderdeel: ionosondemetingen van het GIRO/DIDBase-netwerk via prop.kc2g.com, aangevuld met eSWua van het INGV.

Vier hoofdstukken werden er twee

Die kaartjes stonden in een hoofdstuk dat "D-laag Absorptie" heette, terwijl acht van de tien over reflectie gingen. Eronder stond een tekening die precies herhaalde wat de kaartjes al zeiden: geen pad, geen afstand, geen hoek. Twee secties verderop staat de straalsimulatie, die dezelfde vraag beter beantwoordt: daar buigt de straal door het gemeten profiel, staat de aarde er krom in, en kun je de opstralingshoek zelf verzetten.

De kaartjes zijn daarom verhuisd naar de bovenkant van "Waar gaat je signaal heen?", met de simulatie eronder: eerst het antwoord voor nu, daarna het gereedschap om te zien waar dat antwoord van afhangt. De tekening is vervallen, en de uitleg over ducting die twee keer onderaan stond is één blok geworden. De simulatie en de ductingwereldkaart hebben een eigen hoofdstuk gekregen, zodat ze in de inhoudsopgave staan.

Aan die simulatie is trouwens flink gesleuteld. Samen met een bevriende zendamateur zijn we er uren mee bezig geweest voordat de uitkomsten geloofwaardig werden. Experimenteel blijft het, en er wordt nog aan getuned, dus lees de uitkomst als een indicatie en niet als een belofte.

Bronnen bij dit onderdeel:(n.v.t., eigen werk)

Waar hang je precies boven?

De ductingwereldkaart liet bij het aanwijzen een zwevend blokje zien dat precies het stukje kaart afdekte waar je naar wees. Op de QTH Locator staat dat beter opgelost, met een vaste balk boven de kaart, en die opzet is overgenomen. In die balk staan nu het land met vlaggetje, het locatorvak, de CQ-zone, de ITU-zone en de IARU-regio die bepaalt welk bandplan daar geldt, plus de ductingwaarde zelf. Zie je een sterk ductinggebied liggen, dan heb je meteen het land, de richting en de zone die je nog mist.

Op beide kaarten staat nu ook welke zee of oceaan het is als je boven water zit, met Nederlandse namen: Noordzee, Labradorzee, Ionische Zee. Die gebieden overlappen namelijk. De Noordzee ligt binnen de Atlantische Oceaan, en de kaart kiest de meest specifieke van de twee. Onder de motorkap doen die twee pagina's dit voortaan met dezelfde code, want twee losse implementaties van dezelfde berekening lopen na verloop van tijd uit elkaar. De onderliggende bestanden zijn samen ruim twee megabyte, dus die worden pas opgehaald zodra je de kaart werkelijk aanraakt.

Bronnen bij dit onderdeel: de zee- en oceaangrenzen komen van Natural Earth (publiek domein); zones en landsgrenzen zoals eerder vermeld bij de QTH Locator.

Over een paar jaar willen we weten of het anders is geworden

Elk kwartier leggen we per band vast wat we voorspelden, hoeveel verbindingen er werkelijk waren, en of dat meer of minder was dan normaal voor dat uur. Die metingen werden na dertig dagen weggegooid. Dat is genoeg om te weten of het nú drukker is dan gewoonlijk, maar niet om te zien of de zomer anders is dan de winter. Ze worden nu langdurig bewaard.

Met een addertje dat we bewust hebben opgelost. Het oordeel "drukker dan normaal" wordt afgemeten aan een meetlat die meeschuift met de tijd. Bewaar je alleen dat oordeel, dan blijft een band die over drie jaar geleidelijk drukker wordt netjes op "normaal" staan, en heb je precies de trend weggerekend die je wilde meten. De ruwe aantallen gaan dus mee, met de meetlat die op dat moment gold ernaast, plus de omstandigheden: de stand van de zonnecyclus, de zonneflux, het aardmagnetisch veld, de zonnewind en de toestand van de ionosfeer. Zonder die kolommen zou je een dalende zonnecyclus aanzien voor een seizoenseffect.

Bronnen bij dit onderdeel:(n.v.t., eigen werk)

Kleine dingen die opvielen

Op vijftien plekken stond een leeg blokje in plaats van een pictogram, doordat dat ene pictogram wel in de stijlbestanden zat maar niet in het lettertype dat de site laadt. Allemaal vervangen door een pictogram dat wel bestaat.

Verder een handvol vlakken die rood of oranje waren zonder dat er iets aan de hand was. "Normal X-ray Background" stond in alarmrood, een oranje kader waarschuwde dat banden onder 1,3 MHz onbruikbaar waren terwijl de laagste amateurband op 1,8 MHz begint, en de uitleg over de twee grenzen stond in een rood kader dat op rustige dagen eindigde met "dus geen storing". Wie elke dag rode vlakken ziet waar niets aan de hand is, gelooft de kleur niet meer op de dag dat er wél iets is. Ze zijn nu neutraal, en het waarschuwingskader verschijnt alleen nog als de absorptie tot in de amateurbanden reikt.

Tot slot iets dat als een fout oogde maar het niet was. In de bandstatus stond 17m op groen, 15m op geel en 12m weer op groen. Die volgorde is geen fout in de logica: 17m viel net onder de betrouwbare grens, 15m zat in het wisselvallige gebied daarboven, en 12m stond open dankzij sporadische E in plaats van via de gewone reflectielaag. Twee groene banden met een verschillende oorzaak, in dezelfde kleur. Banden die dankzij sporadische E open staan hebben nu een klein merkteken, met een regel in de legenda erbij.

Bronnen bij dit onderdeel:(n.v.t., eigen werk)

Het ISS: kun je hem nu werken?

Op ISS / ARISS loopt een live tracker met de positie van het ruimtestation. Daar staan twee dingen bij die er niet waren: het locatorvak waar het station op dat moment boven vliegt, en het antwoord op de vraag waar het om gaat. Dat hangt er simpelweg van af of het station vanaf hier boven de horizon staat, want verkeer naar een satelliet gaat in een rechte lijn. De tegel staat op groen als het ruim boven de horizon staat, op amber als het er net bovenuit komt, en op grijs als het onbereikbaar is, met de hoek er altijd bij.

Wat er nadrukkelijk bij staat: dit is meetkunde en geen belofte. Bebouwing, bomen, heuvels en je eigen antenne tellen niet mee. Voor het eerstvolgende bruikbare moment is de passagetabel er. Op diezelfde pagina noemt de tegel die aangeeft waar het station boven hangt nu de echte zeenaam, in plaats van een schatting die alleen de vijf grote oceanen kende.

Bronnen bij dit onderdeel: positie via wheretheiss.at; zeegrenzen van Natural Earth.

Honderdacht keer Tab voordat je bij de tekst was

Deze site is gebouwd door ernaar te kijken. Dat betekent ook dat alles wat je niet ziet door te kijken er jarenlang in kan blijven zitten. De site is daarom voor het eerst langs de internationale toegankelijkheidsrichtlijnen gelegd, en dat was niet vleiend. Het pijnlijkst: wie met het toetsenbord navigeert, moest op elke pagina honderdacht keer op Tab drukken voordat hij voorbij het menu bij de tekst was. Er staat nu bovenaan een link "Naar de inhoud" die verschijnt zodra je hem met het toetsenbord bereikt.

De schakelaar tussen licht en donker was helemaal niet met het toetsenbord te bereiken, wrang genoeg juist de instelling die voor sommige mensen het lezen mogelijk maakt. Het randje dat aangeeft waar je met het toetsenbord staat was in donkere modus vrijwel onzichtbaar. Allebei rechtgezet. Verder stond er op tientallen plekken tekst die te licht was om comfortabel te lezen. De oorzaak was er één die je niet vindt door plek voor plek te kijken: één blauw diende zowel als tekstkleur als achtergrond onder witte tekst, en in donkere modus kan één kleur die twee rollen niet allebei aan. Dat zijn nu twee kleuren, en daarmee verdwenen ruim honderd van deze gevallen in één keer.

Het meest onzichtbare probleem zat in de pictogrammen. Die zijn puur versiering, maar een voorleesprogramma weet dat niet en las ze voor: niet als woord, maar als de tekens waarmee zo'n pictogram intern is opgeslagen. Op een drukke pagina staan er meer dan duizend. Die zijn nu als versiering gemarkeerd. Waarbij we meteen te ver doorschoten, want een deel zégt juist iets: het slotje bij een pagina die alleen na inloggen zichtbaar is, of het vlaggetje bij een land. Zestig daarvan hadden we het zwijgen opgelegd, en die hebben nu een uitgesproken naam gekregen. Dat is de ruil die op deze site vaker terugkomt: een verbetering die in één keer over duizenden plekken gaat, gaat op sommige van die plekken ook in één keer mis.

Wat er níét is opgelost, want dat hoort er ook bij. De losse punten op de kaarten zijn kleiner dan de aanbevolen aanraakmaat, maar hun plek ís de informatie. De grafieken melden zichzelf allemaal onder dezelfde naam aan, en dat komt uit de grafiekbibliotheek. En dit was een controle van twaalf pagina's, niet van alle tweehonderd. Kom je iets tegen dat niet te bedienen is, dan horen we het graag.

Bronnen bij dit onderdeel: getoetst met axe-core van Deque Systems, dat controleert op de Web Content Accessibility Guidelines 2.2 van het W3C.

Zeven dagen voor een sterrenregen zie je het in de balk

In de strook onder de kop van de site staan aftellers naar dingen die eraan komen. Daar zijn nu de meteorenregens bij gekomen. Komt er binnen zeven dagen een piek aan, dan verschijnt er een teller, en in de nacht zelf zegt hij dat de piek bezig is. Daarbuiten verstopt hij zich, want een teller die drie maanden vooruit staat af te tellen zegt niemand iets.

Beweeg je er met de muis overheen, dan staat er wat je die nacht nodig hebt: hoeveel meteoren er theoretisch per uur vallen en wat je er realistisch van ziet (zo'n dertig tot vijftig procent daarvan), hoe snel ze binnenkomen, in welk sterrenbeeld je moet kijken, en van welke komeet het puin afkomstig is. Het getal dat de avond maakt of breekt staat op de teller zelf: hoe vol de maan die nacht is. Een volle maan haalt de zwakkere meteoren gewoon weg.

De teller loopt naar de nacht toe en niet naar een kloktijd, want dat is wat je nodig hebt: er staat "de nacht van 12 op 13 augustus", met het berekende moment van het maximum ernaast. Dat moment rekenen we zelf uit, uit de plek van de aarde in haar baan, in plaats van het over te typen uit een lijstje dat stilletjes veroudert. Voor de Draconiden in oktober geldt het omgekeerde: die kijk je in de vroege avond, en dan staat dat er.

Bronnen bij dit onderdeel: piekdata en uursnelheden van de International Meteor Organization.

Liever luisteren dan lezen

Boven nieuwsberichten van enige lengte staat sinds kort een knop: Lees voor. De pagina spreekt het artikel dan uit, zin voor zin, en markeert onderweg de zin die klinkt zodat je kunt meelezen. Dezelfde knop staat op de privacyverklaring en op Over TechSpeeltuin.

Dit is voortgekomen uit de toegankelijkheidsronde hierboven, maar het is er niet alleen voor mensen die slecht zien. Wie blind is heeft allang een voorleesprogramma en gebruikt onze knop niet. De mensen die er wél iets aan hebben zijn een bredere groep: wie dyslectisch is, wie moeite heeft met lange lappen tekst, en wie het liever hoort terwijl hij iets anders doet.

Er zit een keuze onder die het vermelden waard is. Bijna elk apparaat heeft zelf een Nederlandse stem ingebouwd, en wij gebruiken die stem rechtstreeks. Dat betekent dat er bij het voorlezen niets van je apparaat af gaat: de tekst wordt niet verstuurd en er is geen dienst die meekijkt. Alleen als je apparaat geen Nederlandse stem heeft, en dat komt vooral voor op Linux en op oudere systemen, halen we er een externe voorleesdienst bij. Dan gaat de tekst wél naar die dienst, samen met je IP-adres. Dat gebeurt uitsluitend nadat je zelf op de knop hebt gedrukt, en de balk zegt vooraf welke van de twee het wordt. Gaat het om de externe dienst, dan vraagt de knop eerst of dat mag.

We hadden het ook andersom kunnen doen, want dan hoort iedereen dezelfde stem, ongeacht apparaat. Daar staat tegenover dat je dan altijd tekst naar buiten stuurt, ook als je eigen telefoon het prima zelf kan, en dat het maandelijkse tegoed van zo'n dienst wordt opgesoupeerd door mensen die het niet nodig hebben. Zo blijft dat over voor wie anders niets zou horen. Wat je ervan merkt: de stem klinkt op het ene apparaat natuurlijker dan op het andere, en de knop leest alleen het artikel voor, niet de menu's of de bijschriften.

Bronnen bij dit onderdeel: de ingebouwde voorleesfunctie van de browser is de Web Speech API; de terugval loopt via ResponsiveVoice.

De privacyverklaring is bij de tijd gebracht

Toen de voorleesknop een eigen paragraaf in de privacyverklaring kreeg, was dat meteen een goed moment om de hele tekst regel voor regel naast de code te leggen, zodat er staat wat de site werkelijk doet.

De grootste winst zit in een nieuw overzicht: welke partijen krijgt je browser te zien als je hier rondkijkt? Daarvoor is elke pagina opgehaald en is gekeken wat er werkelijk laadt. Verreweg de meeste gegevens worden door onze eigen server opgehaald, vaak uren voordat je de pagina opent. Het weerbericht, de luchtkwaliteit, de aardbevingen, het ruimteweer: die bronnen zien onze server en verder niets van jou. Alleen waar het niet anders kan gaat je browser er zelf op af: kaarttegels moeten meebewegen, een ingesloten video komt van de videosite zelf, en een handvol metingen ververst live. Die lijst staat nu compleet in de verklaring, met per regel waar je het tegenkomt.

Er staat ook meer in over de keuzes die je zelf maakt: de taalknop schakelt bij een andere taal de vertaaldienst van Google in, en onder het contactformulier zit een controle die vaststelt dat je geen script bent. Nieuw is een hoofdstuk dat niet over bezoekers gaat maar over de mensen die op de site voorkomen: roepletters, namen van relaisbeheerders en namen van netwerkknooppunten. Er staat nu bij waar die gegevens vandaan komen en hoe je ze laat weghalen.

Datzelfde opzoeken leverde meteen een verbetering op. De databank achter een roepletter geeft bij een Nederlandse call niet de woonplaats maar de postcode met de plaatsnaam erachter, en een postcode wijst een straat aan. Voor een venstertje bij een roepletter is de plaatsnaam ruim genoeg, dus de postcode gaat er nu uit voordat het scherm hem in handen krijgt. Onderweg zijn ook twee beschrijvingen rechtgezet: de sessiecookie krijgt elke bezoeker en niet alleen wie inlogt, en bij de voorleesdienst stond nog de naam van een bedrijf dat die dienst niet meer voert.

Bronnen bij dit onderdeel: de bijgewerkte tekst staat op de privacyverklaring; de rechten waar het over gaat legt de Autoriteit Persoonsgegevens uit.

Het contactformulier ziet er strakker uit

Het contactformulier heeft een opknapbeurt gehad en is beter leesbaar gemaakt. De velden staan rustiger onder elkaar, de teksten eromheen zijn korter, en ernaast staat nu in het kort wat er met je bericht gebeurt en waar je terechtkunt als je iets anders zoekt. Wat je invult en waar het aankomt verandert niet.

Bronnen bij dit onderdeel:(n.v.t., eigen werk)

Lokale politiek

Drie stukken over lokale politiek: de pagina is opnieuw ingedeeld, en bij het nalopen bleek de zetelverdeling niet meer te kloppen.

De gemeenteraad past weer op één pagina

Lokale politiek zat achter vier tabbladen: agenda, raadstukken, fracties en stemuitslagen. Je zag dus steeds een kwart van de pagina en moest klikken om te ontdekken wat er nog meer was. Dat leek handig toen er weinig op stond, maar het werkt averechts zodra een pagina echt inhoud heeft. Het zijn nu secties onder elkaar, met een inhoudsopgave in de zijbalk die meeloopt terwijl je scrollt.

De zetelbalk bovenaan de fracties draagt nu van elke partij het logo in plaats van een afkorting, met daaronder de verhouding coalitie tegenover oppositie. Die twee balken lopen nu ook exact gelijk: de scheiding viel eerst midden in D66, doordat een paar pixels ruimte per partijvak bij dertien vakken anders uitpakt dan bij twee.

Bronnen bij dit onderdeel: de raadsgegevens komen uit de open raadsinformatie van de gemeenteraad Dordrecht.

De vergaderagenda opende op een lege maand

De agenda opende altijd op de huidige maand. In het zomerreces vergadert de raad niet, dus wie in augustus langskwam kreeg als eerste te lezen: geen vergaderingen in deze maand. Terwijl er in september alweer van alles gepland stond. De agenda springt nu naar de eerstvolgende maand waarin daadwerkelijk vergaderd wordt. Verder is hij hetzelfde gebleven: per dag een kaartje met de vergaderingen, de tijd, de zaal en een link naar de stukken bij de gemeente zelf.

Bronnen bij dit onderdeel:raad.dordrecht.nl.

Vijf partijen die anders heten, en een zetel die zoek was

Bij de verkiezingen van maart veranderde de raad van samenstelling, en daarmee ook de namen: de VVD heet in de raadsinformatie nu Dordtse VVD, en er kwam een fractie bij, PRO Dordrecht. Onze pagina houdt zelf bij welke partijen de coalitie vormen, want dat staat nergens machinaal leesbaar, en die lijst had de oude namen nog. Gevolg: de pagina telde zes zetels te weinig voor de coalitie en meldde doodleuk dat er geen meerderheid was. Dat heeft er zo gestaan.

Er ontbrak ook een zetel. De raad telde er 38, terwijl Dordrecht er wettelijk 39 heeft. De fractievoorzitter van PRO Dordrecht bleek nergens als raadslid geregistreerd: zijn inschrijving liep nog op de oude partijnaam en is bij de overgang afgesloten zonder dat er een nieuwe voor in de plaats kwam. Een fractievoorzitter is per definitie raadslid, dus die telt nu mee. En de stemuitslagen liepen achter, want één onleesbare besluitenlijst blokkeerde elke nacht de rest: de laatste uitslag die je zag was van januari. Bij het opruimen kwam een oude fout boven: bij één motie stonden 25 stemmen voor en 15 tegen, samen 40 in een raad van 39. Die uitslag staat nu op onbekend met een link naar de officiële lijst.

Wat die drie fouten gemeen hebben: ze zagen er precies zo uit als een goed getal. Daarom controleert de pagina zichzelf nu. Telt de zetelverdeling op tot het wettelijke aantal? Bestaan de partijen uit de coalitielijst nog? Klopt het aantal zetels van een fractie met het aantal raadsleden eronder? Zit niemand in twee fracties tegelijk? Klopt er iets niet, dan zegt de pagina dat bovenaan.

Bronnen bij dit onderdeel: de zetels en fracties komen uit de open raadsinformatie, de samenstelling van de coalitie uit het coalitieakkoord op dordrecht.nl, en het aantal van 39 raadszetels volgt uit de Gemeentewet.

Zoeken in de activiteiten kost nu een strook in plaats van een blok

Boven de tabel met activiteiten stond een kader met vier gelabelde velden onder elkaar. Dat nam ruim honderd pixels in beslag voordat je bij de activiteiten zelf was. Het is nu één smalle balk waarin die vier dingen naast elkaar staan, met het aantal resultaten rechts, dezelfde balk als op de evenementenkalender, het bandplan en de frequentiepagina. Wie op de ene overzichtspagina heeft geleerd waar het zoekveld zit, hoeft dat op de volgende niet opnieuw te zoeken.

Twee dingen zijn verdwenen die niet meer nodig waren. De schakelaar "Meerdaags tonen" is weg: die verborg evenementen die over meerdere dagen lopen, omdat een expositie van zes weken anders een balk door het beeld trok. Sinds de strook bovenin vier rijen toont met daaronder per dag hoeveel er nog volgen, speelt dat niet meer. En de inhoudsopgave bovenaan is eruit, want met twee secties kostte die meer ruimte dan hij opleverde. Wat daarbij aan het licht kwam: de kalender schreef bij het openen meteen de datum en de weergave in het adres, waardoor "Activiteiten" na een herlaadslag niet meer oplichtte in het menu. Het adres blijft nu schoon tot je zelf iets kiest, en een pagina met filters in de URL licht gewoon op.

Het weer

Zes stukken over de weerpagina en het weer op de voorpagina: één bron per getal, minder blokken, en meten waar eerst gerekend werd.

De homepagina beloofde 30 graden, de weerpagina 26

Op één avond stonden er twee verschillende verwachtingen voor dezelfde dag op de site. De weerkaart op de homepagina zei 30 graden, de weerpagina een paar schermen lager 26. De minimumtemperatuur liep nog verder uiteen: 13 tegen 20. Geen van beide getallen was verzonnen, ze kwamen van twee verschillende weerdiensten, en nergens stond welke van de twee je moest geloven.

Sindsdien geldt er één regel: elk getal over dezelfde grootheid komt uit dezelfde bron, en dat is geen afspraak maar een gedeelde plek in de code waar alle pagina's uit putten. In hetzelfde straatje zat een kleiner ongemak: de balk bovenin rondde af op hele graden en de nieuwsstrook eronder op tienden, dus stond er tegelijk 20 en 20,1 in beeld. Overal hele graden nu, want een tiende graad suggereert een nauwkeurigheid die een weermodel voor jouw straat niet heeft.

Negen blokken met verwachtingen zijn er vijf geworden

De weerpagina was volgegroeid. Er stonden negen blokken met een verwachting op: drie keer dezelfde dag vanuit drie diensten, twee keer dezelfde uurgegevens, en onderaan twee kaartplaatjes die hetzelfde toonden als wat er verderop al interactief stond. Wie de pagina van boven naar beneden las, kreeg vier keer te horen hoe warm het morgen wordt. Wat overblijft zijn vijf blokken die elk iets zeggen wat de andere niet zeggen.

De volgorde is omgedraaid: "Komende dagen" staat nu bovenaan, want daarvoor komen de meeste mensen. Die dagkaarten zijn tegelijk uitgebreid met de kans op neerslag en het aantal millimeter, de windkracht met richting en uitschieters, de bewolking, de UV-index en hoe warm het aanvoelt. Onderaan elke dagkaart staat een balk die het hele etmaal beslaat, met de lichte uren als gele band, en ernaast hoeveel minuten de dag korter of langer wordt dan de dag ervoor.

Twee verwachtingen staan er nog wel naast elkaar, maar nu met naam en toenaam: onze eigen dagverwachting voor de eerste drie dagen, en daaronder de officiële weekverwachting van het KNMI. Dat is precies de reden om ze allebei te tonen. Voor 10 augustus gaf onze bron 39,4 graden terwijl het KNMI 24 tot 28 aanhield. Zulke uitschieters zitten in elk model, en verder dan een paar dagen vooruit is de officiële verwachting de betrouwbaarste van de twee.

Wat een barometer wel en niet kan zeggen

Onder de luchtdruk stond "neutraal drukgebied". Zo'n samenvatting kan niet. Een hogedrukgebied of lagedrukgebied is per definitie een gebied waar de druk hoger of lager is dan in de omgeving, en dat lees je niet af aan één meting op één plek. Bovendien bestaat "neutraal drukgebied" als term niet. Wat één meting wél kan zeggen is hoe hij zich verhoudt tot het gemiddelde van 1013 hectopascal, en dat staat er nu.

En toen bleek de rest van het antwoord gewoon te bouwen. Op de weerpagina staat het drukveld rond Dordrecht: naast Dordrecht meten we de luchtdruk nu ook op acht punten op 150 kilometer, in alle windrichtingen. Die negen waarden staan als kompasroos op de pagina, blauw waar de druk lager is dan hier en rood waar hij hoger is. Daaruit volgt of Dordrecht in een kern ligt of ertussenin, en welke kant het lage druk op ligt.

Daar hangt een aardig stukje geschiedenis aan. Christophorus Buys Ballot, de Utrechtse meteoroloog die in 1854 het KNMI oprichtte, publiceerde in 1857 de regel die zijn naam draagt: sta je met je rug naar de wind, dan ligt het lagedrukgebied op het noordelijk halfrond aan je linkerhand. Die vuistregel werkt ook omgekeerd, en zo staat hij op de pagina: uit het gemeten drukveld volgt uit welke richting de wind hoort te waaien, met de gemeten windrichting ernaast. Wel met een marge, want vlak boven de grond remt wrijving de wind af waardoor die schuin naar het lage druk toe draait. Om te controleren of dat rekenwerk ergens op slaat is het naast de weerkaart van het KNMI van diezelfde avond gelegd: de depressie die wij ten noorden van ons aanwezen lag op die kaart boven Zuid-Noorwegen, en het middelpunt kwam op een tiende hectopascal overeen.

Bronnen bij dit onderdeel:KNMI over lagedrukgebieden, KNMI over luchtdruk en KNMI over Buys Ballot.

Nu gemeten in plaats van berekend

Alles hierboven gaat over modellen: rekenwerk dat vanuit een raster van kilometers een waarde voor Dordrecht afleidt. Voor de wind ging dat structureel mis. Waar het model afgelopen nacht 1,3 meter per seconde meldde, stond er in werkelijkheid ruim 4. Dat is het verschil tussen "geen zuchtje wind" en "het waait aardig", en dat zie je zelf zodra je naar buiten stapt.

Daarom leest de site nu een echt weerstation in Dordrecht, op ruim een kilometer afstand, met een thermometer, een windmeter en een regenmeter die in de buitenlucht hangen. Een regenmeter op loopafstand weet beter of het regent dan een radar, die naar druppels op honderden meters hoogte kijkt. De actuele waarden op de weerpagina, in de balk bovenaan en in de nieuwsstrook komen daar nu vandaan, met de weermodellen als reserve zodra de meting uitvalt of ouder is dan een kwartier.

Boven de neerslagverwachting staat sindsdien een regel die zegt wat er op dit moment werkelijk valt, en hoeveel er vandaag en het afgelopen uur is gevallen. Daaronder staat, op dezelfde schaal, wat de radar voor het komende uur verwacht. Zo ligt de verwachting van een uur geleden naast wat er daadwerkelijk uit de lucht kwam.

De uitleg onderaan is nagelopen

Onderaan de weerpagina staan uitklapbare stukjes achtergrond: hoe de schaal van Beaufort werkt, wat de UV-index betekent, waarom het dauwpunt eerlijker is dan de luchtvochtigheid. Die teksten stonden er al een tijd en waren nooit gecontroleerd. Dat is nu regel voor regel gedaan, met een bronvermelding onder elk stukje.

Er stonden een paar dingen in die niet klopten. Positieve bliksem stond bij ons op vijf tot tien procent van alle inslagen en op twintig tot dertig kilometer buiten de bui, terwijl de Amerikaanse weerdienst het op minder dan vijf procent en meer dan vijftien kilometer houdt. Bij de UV-index stond dat je vanaf niveau 6 moet smeren, terwijl de Wereldgezondheidsorganisatie bescherming aanraadt vanaf niveau 3. De drempels voor een klam of drukkend dauwpunt lagen een paar graden te hoog. En de omschrijvingen van de waarschuwingskleuren zijn vervangen door die van het KNMI zelf.

Ook uit elkaar gehaald: drie stukjes over onweer vertelden voor de helft hetzelfde verhaal, dat zijn er nu twee. En op de bliksemkaart zijn positieve inslagen eindelijk te onderscheiden van gewone. De uitleg beloofde al jaren een rode ring om zo'n inslag, maar de kaart tekende alleen een klein plusje, naast een kruisje dat door zijn ouderdom tóch al rood kon kleuren. Nu is de kleur van het kruisje de leeftijd en de ring de polariteit.

Bronnen bij dit onderdeel: de uitleg over UV van de Wereldgezondheidsorganisatie, het KNMI over de schaal van Beaufort, het KNMI over mist, de uitleg van het KNMI over de waarschuwingskleuren en de Amerikaanse weerdienst over positieve bliksem en dauwpunt.

Blokken die er alleen nog zijn als ze iets te zeggen hebben

Op de weerpagina stond elke dag een groen kader met "Geen waarschuwingen actief voor deze regio". Dat is driehonderd dagen per jaar waar, en dan is het geen mededeling maar behang. Die sectie verdwijnt nu als er niets speelt, inclusief het kopje en de vermelding in de inhoudsopgave. Is er wél iets aan de hand, dan valt dat meteen op. Hetzelfde gold voor het noorderlichtblokje op de homepagina, dat trouw meldde dat er geen enkele kans op noorderlicht was; dat verschijnt nu alleen nog bij verhoogde activiteit.

Eén blok is juist gaan schuiven in plaats van verdwijnen. De samenvatting van de meetgegevens werd drie keer per dag geschreven en had het over "vandaag". Tussen middernacht en de ochtendronde ging die tekst dus over gisteren, terwijl de dagkaarten erboven al waren doorgeschoven. Er komt nu ook vlak na middernacht een samenvatting, die begint bij de rest van de nacht en daarna de nieuwe dag beschrijft. Elke editie weet bovendien tot hoe laat hij blijft staan, en de dag wordt bij naam genoemd in plaats van "vandaag" en "morgen".

Vliegweer voor drones

Zeven stukken over droneweer. Het vliegcijfer is opnieuw opgebouwd, rekent met wat er echt gemeten wordt, en zegt alleen nog iets over het weer.

Het vliegcijfer rekende met andere wind dan er op het scherm stond

Op droneweer staat een cijfer van nul tot tien dat zegt hoe geschikt het weer is om een drone de lucht in te sturen. Op een nacht stond het blokje Windstoten oranje met "vlagen tot 9,0 meter per seconde", terwijl het cijfer erboven voor wind niets aftrok. Geen van beide was verzonnen: het blokje toonde de waarde uit het weermodel en het cijfer rekende met de gemeten waarde van 4,9. De gemeten wind werd namelijk net te laat in de berekening geschoven, waardoor alle getallen op het scherm al met de modelwaarde waren klaargezet. Die ene regel staat nu bovenaan, en daarmee komt alles op de pagina uit dezelfde bron.

Bij die reparatie viel iets anders op: de meetstations werden nergens genoemd. De gemiddelde wind komt van een meter aan open water, de vlagen en de richting van een station op ruim een kilometer. Die staan nu bij de weertegels, en niet als vaste tekst maar uit de berekening zelf, zodat de bronvermelding meeverandert als er een ander station aan de beurt is.

Een cijfer dat bij nul begint in plaats van bij tien

Het vliegcijfer werkte als een strafblad: beginnen bij een tien en per probleem punten eraf. Een half punt aftrek voor iets onbenulligs woog dan even zwaar als een half punt voor iets gevaarlijks, en negen goede factoren konden één slechte wegpoetsen. In de lucht werkt dat andersom: daar bepaalt de zwakste schakel of je gaat vliegen.

Nu levert elke factor punten óp, naar zijn eigen gewicht: wind en vlagen wegen het zwaarst, dan neerslag en zicht, en zo verder tot de zonneactiviteit die de GPS kan verstoren. Daarbovenop heeft elke factor een plafond. Windstoten van 16 meter per seconde zetten het cijfer op een 1, ook als de rest perfect is, terwijl een geomagnetische storm niet lager komt dan een 4, want daar val je niet van uit de lucht. Binnen een kleur schuift het cijfer nu ook mee, en valt een bron uit, dan telt die factor niet mee in plaats van dat je er stilzwijgend punten door verliest. De schaal is niet aan een bureau vastgesteld maar buiten geijkt: bij de wind van een bepaald moment hoorde volgens de vlieger die er stond "ongeveer een 6,5", en de curve is daarop gelegd.

Eén grens werkt niet als weging maar als regel. De meest verkochte drones, de Mini-klasse, hebben een opgegeven windlimiet van 10,5 meter per seconde. Daarboven zit zo'n toestel buiten zijn eigen specificatie, en dan is "vlieg met beleid" geen eerlijk advies meer. Bij vlagen boven die grens gaat het cijfer daarom hoe dan ook naar hoogstens een 3,5 en luidt het advies "Vliegen afgeraden". Heb je een zwaarder toestel, dan staat erbij dat het daarmee nog kan, laag en dichtbij.

We maten te weinig wind

Toen dat cijfer eenmaal klopte, kwam de vraag of de meting zelf wel klopte. Het station aan het water en het weermodel zaten allebei op ruim 10 meter per seconde aan vlagen, uit het westen. Onze eigen meter gaf 8,5, uit het zuidwesten. Veertig graden verschil in windrichting is geen meetfout maar een handtekening: die meter staat in de luwte, de wind buigt daar om obstakels heen en de scherpe uitschieters worden eruit gefilterd. De gemiddelde wind klopte wel, tot op een tiende.

Voor een drone is dat de verkeerde meter, want die hangt in de vrije lucht en niet tussen de huizen. Voor de vlagen nemen we daarom de hoogste van de meting en het model: onderschatten is hier het risico, overschatten hoogstens een gemiste vlucht. De bronregel zei nog "wind en vlagen: gemeten door", ook als de vlaag uit het model kwam. Er staat nu apart waar de wind vandaan komt en waar de vlagen.

Een waarschuwing die je cijfer niet meer laat schrikken

Boven Dordrecht komt geregeld laagvliegend verkeer over: een traumahelikopter, een politiehelikopter, lesverkeer op een paar honderd meter. Dat werd meegerekend in het vliegcijfer, en dat gaf een onrustig beeld. Een overkomend toestel is een zaak van seconden tot minuten, terwijl het cijfer over je hele vlucht gaat. Het kelderde dus en veerde een minuut later weer op, zonder dat er aan het weer iets veranderd was.

Waarschuwen doen we nog even nadrukkelijk, alleen niet meer via het cijfer. De melding staat nu boven aan de pagina, met wat er vliegt, hoe hoog, hoe ver weg en welke kant het op gaat. Hij knipperde ook, omdat de ontvangst van zo'n toestel af en toe een paar seconden wegvalt: verschijnen gaat nog steeds direct, verdwijnen pas als het toestel 45 seconden weg blijft. En in die melding stonden twee hoogtes door elkaar, de grens waaronder we waarschuwen en de werkelijke hoogte van het toestel. Alleen die laatste staat er nog, meteen vooraan.

Waar je in Dordrecht mag vliegen, per buurt

De regels over waar een drone mag komen stonden er als een landelijke opsomming: niet boven overheidsgebouwen, niet boven spoorlijnen, niet boven wegen vanaf 80 kilometer per uur, en zo nog een stuk of twaalf. Allemaal waar, en allemaal niet te vertalen naar de vraag die je eigenlijk hebt: mag ik hier, bij mij in de straat, de lucht in?

Die vraag is nu beantwoord. Het officiële zonebestand van het ministerie is over de buurtindeling van het CBS gelegd, en daaruit rolt per buurt hoeveel van het oppervlak verboden is, waar je tot dertig meter mag en waar de volle honderdtwintig geldt. Van de 132 Dordtse buurten liggen er 20 volledig in verboden gebied, is in 29 een deel verboden, geldt in 34 een maximum van dertig meter en heb je in 48 alle ruimte. Het verbod zit vrijwel helemaal in het water en de industrie: de havens, het spaarbekken op de Staart dat drinkwatergebied is, en een cirkel om het helikopterplatform van het Albert Schweitzer ziekenhuis. De dertigmetergrens komt van een laagvliegroute over Dubbeldam en de Dordtse Kil.

Onder dat verhaal staat een tabel met alle buurten waarin je kunt zoeken en filteren. Typ je je volledige postcode of je straatnaam, dan wordt het adres opgezocht en zie je precies je eigen buurt. Loopt je straat door meerdere buurten, zoals de Voorstraat, dan krijg je ze alle drie.

Het weer is één ding, of je mag vliegen een ander

In het vliegcijfer zat een factor die er niet in thuishoort: daglicht. Na zonsondergang mag je in de open categorie niet vliegen, en dat drukte het cijfer naar een 1. Maar dat is geen eigenschap van de lucht. Om elf uur 's avonds kan het windstil en helder en vijftien graden zijn, en dan zei het cijfer "slecht" terwijl alleen de regelgeving in de weg zat.

Het cijfer beschrijft nu alleen nog de condities. Of je mag vliegen staat er apart bij, en niet zuinig: zodra de zon onder is verschijnt boven aan de pagina een rode balk met de tijd van zonsondergang en van zonsopkomst morgen. Het eindoordeel luidt dan "Nu niet toegestaan" in plaats van "Vliegen afgeraden", want dat is een ander soort mededeling dan te veel wind. Wat er van duisternis wél toe doet is gebleven, want dat is natuurkunde: je moet je drone kunnen zien, en zijn onderste camera's moeten de grond kunnen zien, anders gaat hij driften bij het stilhangen en landen. Daar is het tot ongeveer drie graden onder de horizon licht genoeg voor. Daaronder loopt het cijfer snel terug en midden in de nacht komt het niet boven de 1,5.

Het verschil zie je in die veertig minuten na zonsondergang. Daar stond eerst één getal dat twee dingen door elkaar haalde. Nu staat er een hoog cijfer met daarboven de mededeling dat je toch niet mag.

Wat we niet beloven

Bij een groen oordeel stond "Veilig om te vliegen". Dat kunnen we niet waarmaken. Of een vlucht veilig is hangt ook af van je toestel, je ervaring en de plek waar je staat, en daar weten wij niets van. Er staat nu "Ideaal om te vliegen", want dát is wat we beoordelen: het weerbeeld. Om dezelfde reden heet de kolom in de dronetabel voortaan "Binnen de windlimiet?" in plaats van "Nu veilig?".

In diezelfde geest is het cijfer opgehouden zich een uursverwachting te noemen. Alles wat erin gaat is een meting of een modelwaarde van dit moment, hooguit een paar minuten oud. Er staat nu wat het werkelijk beschrijft: hoe het nu boven Dordrecht is, geldig voor ongeveer een kwartier, wat aardig overeenkomt met wat één accu je geeft. Ook de teksten bij de gekleurde blokjes zijn nagelopen. Er stond "vlagen tot 8,0 meter per seconde, alleen ervaren piloten", en dat filtert niemand, want iedereen rekent zichzelf tot de ervaren vliegers. Er staat nu wat je merkt en wat je eraan doet: dat een drone onder de 250 gram bij die windkracht aan zijn limiet zit, dat je hem dichtbij houdt en dat de accu tegen de wind in sneller leegloopt.

Nog lang niet uitgekeken

Er staat nog van alles op de lijst en er wordt doorlopend aan gesleuteld. Dit was een ronde langs een handvol pagina's, en de site heeft er ruim tweehonderd, dus er valt nog genoeg te verbeteren en toe te voegen.

En deel 6 is dan ook al begonnen. De eerste hoofdstukken liggen er, over een kaart die laat zien wat het water met deze stad doet, en over wat zo'n kaart wel en niet kan weten. Tot dan.

Naar het bericht
dinsdag 4 augustus
Ethics and Operating Procedures for the Radio Amateur Editie 4
Redactie

Ethics and Operating Procedures for the Radio Amateur Editie 4

Op 31 juli 2026 kondigde IARU Region 1 de officiële release aan van de vierde editie van Ethics and Operating Procedures for the Radio Amateur. Daarmee vervangt het document de derde editie uit 2010, die dus vijftien jaar dienst heeft gedaan. De nieuwe versie is bijgewerkt met de laatste ontwikkelingen en best...

eop ethiek hamradio zendamateurs
Lees verder

Ethics and Operating Procedures for the Radio Amateur Editie 4

Redactie
International Amateur Radio Union Ethics and Operating Procedures for the Radio Amateur
International Amateur Radio Union Ethics and Operating Procedures for the Radio Amateur

Op 31 juli 2026 kondigde IARU Region 1 de officiële release aan van de vierde editie van Ethics and Operating Procedures for the Radio Amateur. Daarmee vervangt het document de derde editie uit 2010, die dus vijftien jaar dienst heeft gedaan. De nieuwe versie is bijgewerkt met de laatste ontwikkelingen en best practices in de hobby, en kwam tot stand na uitgebreide feedback van de aangesloten member societies op een eerdere concepttekst.

Ook praktisch is er wat veranderd: de vierde editie verschijnt als toegankelijke PDF/UA-eBook en staat onder een Creative Commons-licentie (CC BY-SA 4.0). Vertalingen naar andere talen volgen stapsgewijs via de coördinatie van IARU Region 1.

Mooie aanleiding om er eens goed doorheen te lopen.

De IARU-gedragscode is namelijk veel meer dan een lijstje regeltjes. Het is een compleet kompas dat zowel de beginnende luisteramateur (SWL) als de doorgewinterde operator helpt om het maximale uit de hobby te halen zonder anderen in de weg te zitten.

Het boek bestaat uit twee delen. Deel A gaat over ethiek, regelgeving en gedragscode; daar hebben we een Nederlandse samenvatting van gemaakt op /ethiek. Deel B gaat over het échte werk: de operationele procedures. Veertien hoofdstukken lang wordt uitgelegd hoe je je eigenlijk hoort te gedragen zodra je de zendknop indrukt.

Dit handboek is veel meer dan een droge lijst met regeltjes. Het is een compleet, modern kompas dat zowel de beginnende luisteramateur (SWL) als de doorgewinterde operator helpt om het maximale uit de hobby te halen, zonder anderen in de weg te zitten .

Hieronder een samenvatting van wat er in deel B wordt besproken.


Eerst luisteren, dan pas praten

Deel B begint waar de hobby zelf begint: bij het luisteren. Je hebt geen zendvergunning nodig om al bezig te zijn, via gratis online SDR-ontvangers zoals WebSDR en KiwiSDR luister je overal ter wereld live mee. Ideaal om af te kijken hoe ervaren operators het aanpakken, en om de fouten van anderen te analyseren voordat je ze zelf maakt.

Diezelfde houding loopt als een rode draad door het hele deel. Voor je een frequentie in gebruik neemt: luisteren, en dan netjes vragen. "Is this frequency in use?" of gewoon QRL? in CW. En je houdt je aan het bandplan, dat de banden verdeelt op basis van hoe breed je signaal is. Trek je met een overstuurde FT8-zender drie kHz open in plaats van de nette tweehonderd hertz, dan ben je de bumperklever van de ether.

De taal van de hobby

Een flink stuk van Deel B gaat over verstaanbaarheid, want de ether is geen telefoonlijn. Je leert de Q-codes waarmee je in drie letters zegt waar je anders een halve zin voor nodig hebt. QRN voor atmosferische ruis, QSB voor fading, QSY als je wilt verkassen.

Daarnaast het NAVO/ICAO-spellingalfabet, inclusief de eigenaardigheid dat je een 3 als Tree uitspreekt, een 5 als Fife en een 9 als Niner. Klinkt gek in het begin, maar het voorkomt dat je met een heel ander station in gesprek raakt. En je leert RST-rapporten uitwisselen: Readability, Strength en (alleen bij CW) Tone.

Over de inhoud van je gesprekken is de gids kort maar duidelijk. Politiek, religie en verkooppraatjes horen niet thuis op de banden. En voor je humor geldt een simpele meetlat: als een grap niet geschikt is voor de oren van een kind, hoort hij niet op de radio. Afsluiten doe je met 73.

Van gezellig QSO tot digitale moshpit

Een normaal QSO heeft een logische, beleefde opbouw, met altijd je volledige roepnaam erbij, afkorten mag niet en is bovendien illegaal. Maar Deel B beschrijft ook de wat wildere kanten van de hobby.

Bij digitale modi als FT8 en FT4 doet je computer het zware werk in korte, tijd-gesynchroniseerde pakketjes. Voor DXpedities bestaat er een aparte Fox/Hound-modus waarbij één station tot vijf signalen tegelijk uitstuurt, en de nieuwere SuperFox-modus gebruikt digitale handtekeningen zodat piraten meteen door de mand vallen.

En dan de pileups: komt er een zeldzaam station in de lucht, dan wil iedereen hem tegelijk werken. Je leert hoe je overleeft in een simplex- of split-pileup, waarbij je op een andere frequentie luistert dan waarop je zendt. De truc is niet harder roepen, maar het ritme van de operator aanvoelen en op het juiste moment toeslaan. Datzelfde geduld geldt bij DX-jagen: gil niet "UP! UP! UP!" door de microfoon, want dat vergroot de chaos alleen maar, en zonder je eigen roepnaam te noemen zend je ongeïdentificeerd uit.

Contesten krijgt een eigen hoofdstuk, met het verschil tussen Running (een frequentie bezet houden en stations laten aanwaaien) en Search-and-Pounce (over de band jagen). Met één harde afspraak erbij: op de WARC-banden (30m, 17m en 12m) wordt niet gecontest. Die zijn voor de rustzoekers.

Naar buiten, en naar boven

De laatste hoofdstukken trekken de hobby letterlijk de deur uit. Met /P of /M achter je roepnaam ga je portable of mobiel op pad voor SOTA en POTA, en dankzij de CEPT- en HAREC-afspraken mag je in veel landen direct de lucht in.

Op VHF en UHF draait het om lokale repeaters en APRS, maar het echte spektakel begint als je je antenne omhoog richt: werken via amateursatellieten, of je signaal via de maan terugkaatsen naar de aarde. Vergeet alleen niet te compenseren voor het dopplereffect.

En de gids sluit af met misschien wel het minst spannende apparaat in de shack: de dummy load. Testen en afstemmen doe je daarop, niet on-air. Moet je toch even in de lucht, sein dan de herkenbare reeks VVV met je roepnaam erbij. (het woord "TEST" lijkt namelijk erg op ConTEST)


Zelf lezen?

Bron:Ethics and Operating Procedures for the Radio Amateur, John Devoldere ON4UN & Mark Demeuleneere ON4WW. Het document werd in 2008 door de IARU Administrative Council aanvaard als officieel standpunt over ethiek en operationele procedures, en werd in 2016 door de auteurs formeel overgedragen aan de IARU, die het sindsdien onderhoudt.

De 4e editie is recent uitgekomen en is hier te downloaden.

Deel A over ethiek, regelgeving en gedragscode staat samengevat en vertaald in het Nederlands op onze eigen pagina: /ethiek.

Naar het bericht
Grote onderhoudsronde deel 4: Een getal is nog geen antwoord...
Redactie

Grote onderhoudsronde deel 4: Een getal is nog geen antwoord...

Daar zijn we (weer) met een verse lijst updates, bugfixes , verbeteringen en nieuwe features.... In deel 1 ging het over nieuwe functies, in deel 2 over begrijpen wat je ziet, en in deel 3 over repareren wat er stukging. Dit vierde bericht gaat over iets wat daar net naast ligt, en waar we deze ronde steeds...

update website
Lees verder

Grote onderhoudsronde deel 4: Een getal is nog geen antwoord...

Redactie
Een getal is nog geen antwoord...
Een getal is nog geen antwoord...

Daar zijn we (weer) met een verse lijst updates, bugfixes , verbeteringen en nieuwe features....

In deel 1 ging het over nieuwe functies, in deel 2 over begrijpen wat je ziet, en in deel 3 over repareren wat er stukging. Dit vierde bericht gaat over iets wat daar net naast ligt, en waar we deze ronde steeds weer tegenaan liepen: een getal dat er staat, is nog geen antwoord.

Want er ging op deze site verrassend veel niet stuk, en klopte tegelijk toch niet. Er knipperde een groen stipje bij de GPS-klok dat er alleen maar knipperde omdat het mooi stond. Er stond "-1" in een kolom die van 0 tot 100 loopt, wat leest als een rapportcijfer terwijl het "geen oordeel" betekende. Er stond 0,0 MHz waar "we weten het niet" bedoeld werd, en dat las als "dicht". En elke avond opnieuw meldde de propagatiepagina dat de condities verslechterden, terwijl dat gewoon de zonsondergang was. Geen van die dingen gaf een foutmelding. Ze deden het allemaal prima. Ze zeiden alleen niets, of net iets anders dan wat je las.

Daar gaat dit bericht over, en dat werkt twee kanten op. Aan de ene kant staat er nu bij elk getal wat het waard is: gemeten of aangenomen, een schatting of een echte meting, geen dekking in plaats van een nul, en veel of weinig voor dít uur in plaats van in het algemeen. Aan de andere kant is er flink gesleuteld aan de pagina's die je een berg data voorschotelden en het verder zelf lieten uitzoeken. Niet meer één lange lijst met alle misdrijven waar je doorheen scrolt maar een zoekveld en filters die je bij het stuk brengen dat je zocht, niet meer één bruikbare frequentie voor "een pad van 3000 kilometer" maar de route waar jij daadwerkelijk heen wilt, en niet meer een kalender met alles erin maar eentje die je naar je eigen hobby vormt.

Dit is meteen het langste bericht in de reeks tot nu toe, en dat is geen toeval. Er is de afgelopen dagen veel gebouwd, en zeker zo veel opnieuw gebouwd. Sommige dingen hieronder staan er pas in hun derde uitvoering, een enkele in de vierde, en een paar zijn onderweg helemaal weer weggegooid. Dat hoort erbij op een site waar met opzet geëxperimenteerd wordt, zoals in deel 3 al uitgebreid aan bod kwam: nieuwe dingen brengen nieuwe fouten mee, en dat is geen ongelukje maar de werkwijze. Kom je dus iets tegen dat raar of onlogisch aanvoelt, trek het je niet aan en ga er niet mee worstelen. Het wordt vanzelf gerepareerd.

Er zitten flink wat uren in deze ronde. Of dat gelukt is, merk je vooral aan wat je níét meer hoeft te doen: zoeken in een lijst, zelf iets aannemen, of je afvragen of dat getal op je scherm eigenlijk wel betekent wat er staat.


Misdaadcijfers: niet meer scrollen, maar zoeken en filteren

De pagina met misdaadcijfers toonde wat er per wijk en buurt in Dordrecht aan misdrijven bij de politie geregistreerd staat. Dat was ook precies het probleem: hij toonde het. Eén lange lijst, en verder zoek je het zelf maar uit. Wilde je weten waar in de stad relatief veel wordt ingebroken, dan zat je te scrollen en te tellen.

Dat scrollen is er nu grotendeels af, want je kunt zoeken en filteren. De grootste verandering zit in het zoekveld: dat zoekt niet alleen op wijk of buurt, maar ook op soort misdrijf, tot op detailniveau. Typ je "woninginbraak", "straatroof" of "autokraak", dan klappen alle gebieden open waar dat voorkomt, met alléén dat misdrijf erin, op volgorde van aantal. In één handeling zie je waar het speelt. Niets ingewikkelds dus, gewoon een zoekveld dat op meer dingen zoekt dan alleen op een plaatsnaam.

Verder:

  • Wijken of buurten, zelf te kiezen. Die keuze stuurt ook de kaart, zodat kaart en lijst altijd hetzelfde gebiedsniveau laten zien, eerder konden die uit elkaar lopen.
  • Buurten sorteren op aantal, of groeperen per wijk, net waar je naar op zoek bent.
  • Kerncijfers en een verloop over twee jaar bovenaan, met een trendlijn erbij die laat zien welke kant het op gaat. Eén maand zegt namelijk vrij weinig.
  • Eerdere maanden opvragen per wijk.
  • Een inhoudsopgave in het menu links, want de pagina is lang geworden.

En de kaart laadt merkbaar sneller. Wie de pagina vaker opent hoeft de gebiedsgrenzen niet telkens opnieuw op te halen, en de informatieballonnetjes worden pas gemaakt op het moment dat je ergens op klikt in plaats van allemaal vooraf. Meteen meegenomen: de uitklapbare stukken werken nu ook met alleen het toetsenbord en worden netjes voorgelezen door een schermlezer.

Ook opnieuw vormgegeven: het overzicht van de wijkagenten in de regio. Dat stond in een tabel met een kolommetje foto ernaast, en dat werkt niet, een gezicht in een tabelcel leest als een gegeven, terwijl er een mens achter zit die je kunt bellen. Het zijn nu kaartjes: foto, naam, het gebied waar diegene voor staat en het telefoonnummer als aanklikbare link, zodat je vanaf je telefoon meteen kunt bellen. Via de naam kom je op de eigen pagina van de wijkagent bij de politie.

Het stuk waar wat ons betreft de meeste winst zit, staat onderaan. Daar wordt per categorie uitgelegd wat er nu eigenlijk onder valt (wat is horizontale fraude) en waarom de totalen op de pagina onderling niet op elkaar aansluiten. Dat laatste is geen fout maar een gevolg van hoe de cijfers worden bijgehouden, en zonder die uitleg ga je zitten zoeken naar een rekenfout die er niet is.

Blijft staan, en dat kan niet vaak genoeg herhaald worden: dit zijn geregistreerde misdrijven. Wat niet gemeld wordt, staat er niet in. Een buurt met hoge cijfers kan een buurt zijn waar veel gebeurt, maar net zo goed een buurt waar mensen consequent aangifte doen.

Bronnen bij dit onderdeel: CBS Open Data (geregistreerde misdrijven per wijk en buurt, en de wijk- en buurtkaart) en de Politie.

Burgernet: een oproep zie je nu overal op de site

Op Burgernet staan de politieoproepen waarvan het zoekgebied Dordrecht beslaat, een vermist kind, een verwarde man die niet gevonden wordt, een verdachte na een inbraak. Het nut daarvan zit hem volledig in snelheid: een oproep die je een dag later leest, is een oproep waar je niets meer mee kunt.

Precies daar zat het probleem. Je moest de pagina zelf openen om te zien of er iets speelde. Dat is nu andersom: loopt er een oproep, dan zie je dat op elke pagina van de site, in de strook onder de menubalk. Even met de muis erover en je leest waar het over gaat, klik erop en je zit op het volledige bericht.

Bij het aansluiten daarvan kwamen twee dingen boven water die er los van stonden.

De melding gaf zichzelf op na de eerste klik. Bleef je op één pagina, dan werd hij netjes bijgewerkt; klikte je door naar een andere pagina, dan bevroor hij. Niet zichtbaar, want er stond gewoon nog een melding, alleen niet meer de actuele. Uitgerekend bij het soort bericht waar dat het meest uitmaakt.

"Geen meldingen" betekende twee heel verschillende dingen. Er was geen enkel verschil te zien tussen er speelt op dit moment niets en we krijgen de gegevens niet binnen. Een lege pagina las als geruststelling, terwijl het net zo goed een storing kon zijn. Nu staat erbij welke van de twee het is. Dat is dezelfde les als in deel 3, en hij blijft terugkomen: een storing die zichzelf niet meldt, is het echte probleem.

Tot slot iets waar we zelf niet blij mee waren. Voor het testen van de opmaak bestaat een weergave met verzonnen meldingen erin, geloofwaardige politieteksten met signalement en al. Die was voor iedereen op te roepen. Wie de juiste link deelde, kon daarmee een scherm laten zien dat niet van een echte vermissingsoproep voor Dordrecht te onderscheiden was. Dat is precies het soort screenshot waar je liever niet aan meewerkt. De testweergave is nu afgeschermd, en wie hem wél krijgt, ziet er een waarschuwing boven staan die niet weg te knippen valt.

Voor alle duidelijkheid: deze pagina is een spiegel, geen kanaal. Wil je echt meehelpen zoeken, meld je dan aan bij Burgernet zelf, daar krijg je de oproepen die bij jouw buurt horen, en op tijd.

Bronnen bij dit onderdeel: Burgernet (politie, gemeenten en burgers).

Schalen de hulpdiensten op, dan zie je dat meteen

In deel 3 kwam de term al langs: GRIP, de code waarmee de hulpdiensten aangeven dat een incident groter is dan één ploeg aankan. Dat loopt in stappen. Bij GRIP 1 stemmen de diensten hun aanpak ter plaatse op elkaar af. Bij GRIP 2 wordt ook alles bestreden wat buiten de plek van het incident gebeurt, denk aan rook die over een woonwijk trekt. Bij GRIP 3 is het welzijn van een grote groep inwoners in het geding en neemt de burgemeester het met een beleidsteam over. Bij GRIP 4 loopt het over de gemeentegrens heen en gaat de voorzitter van de veiligheidsregio erover.

Die meldingen stonden al op P2000 GRIP en kwamen voorbij in de nieuwsbalk onderaan de pagina. Alleen: dan moet je daar net naar kijken op het moment dat het langskomt. Sinds deze ronde staat een lopende opschaling in de strook onder de menubalk, op elke pagina van de site, naast de aftellers die daar al stonden. Precies zoals de Burgernet-oproep en de traumahelikopter uit de vorige delen.

Niet alles trouwens. GRIP 1 blijft eruit: dat is dagelijkse kost, meerdere keren per week ergens in het land, en een strook die daar telkens rood van kleurt kijk je binnen een week niet meer aan. Vanaf GRIP 2 verschijnt de melding, in oranje. Vanaf GRIP 3 wordt hij rood met een knipperend icoon, dezelfde opmaak als een lopende Burgernet-oproep.

Blijf je er met de muis op hangen, dan staat er wat je wilt weten: welk niveau het is en wat dat betekent, waar het speelt, waar het over gaat, hoe lang het al loopt en wanneer het laatste bericht erover binnenkwam. Dat laatste is niet voor de sier. Het is het antwoord op de vraag of dit nog actueel is of dat je naar een restje van vanmiddag kijkt.

Want daar zit het venijn van dit soort meldingen. Een opschaling wordt wel omgeroepen, maar een afschaling niet: er komt geen bericht dat het voorbij is. Stilte is het enige einde dat er is. Daarom verdwijnt de melding drie uur nadat het laatste bericht erover binnenkwam. Komen er in die tijd nieuwe berichten, dan schuift dat venster mee en blijft de melding staan zolang het incident loopt. Dat is een keuze en geen wetenschap: kort genoeg om niet dagenlang een afgelopen incident te tonen, lang genoeg om een brand die uren duurt niet halverwege van het scherm te halen.

En een incident dat opschaalt blijft één incident. De natuurbrand bij Venray die op 4 augustus van GRIP 2 naar GRIP 3 ging, gaf drie soorten berichten: eentje op elk niveau. In de strook staat daar één melding voor, op het zwaarste niveau dat is bereikt, met de tijd van het laatste bericht erbij. Drie meldingen naast elkaar over hetzelfde bos zouden alleen maar suggereren dat er drie dingen aan de hand zijn.

Bronnen bij dit onderdeel: P2000-alarmeringen uit onze eigen ontvangers · het Referentiekader GRIP voor de betekenis van de niveaus.

De sprekende klok heeft nu een eigen telefoonlijn

Wie oud genoeg is, kan het nummer nog dromen. Je belde, je kreeg een stem die de tijd omriep, en dan die toon ("bij de volgende toon is het...") waarop je je horloge gelijkzette. Die tijdmelding staat op deze site nagebouwd: het hele belritueel, van kiestoon tot slottoon, en die slottoon valt exact op de seconde.

Alleen zat hij verstopt achter een knop op de GPS Klok-pagina, en dat is bij nader inzien een vreemde plek. Die pagina gaat over hoe nauwkeurig tijd tegenwoordig te meten valt, tot in de milliseconden. De sprekende klok gaat over precies het tegenovergestelde gevoel: hoe je dat vroeger deed, met een telefoon aan je oor.

Daarom staat hij nu op een eigen pagina, sprekende klok, bij de andere retrozaken waar hij thuishoort. De telefoon staat meteen open, geen knop meer om eerst te vinden. En er staat een klok boven, dezelfde die op de GPS-pagina de tijd tot op de milliseconde bijhoudt. Dat is geen versiering: de stem noemt een tijd, en je moet kunnen controleren of die ook echt klopt. Hij klopt.

Bronnen bij dit onderdeel: de eigen tijdserver, die zijn tijd rechtstreeks van de satellieten haalt.

GPS Klok: het blok dat al die tijd op streepjes stond

De GPS Klok houdt daarmee over waar hij voor bedoeld is: laten zien hoe nauwkeurig tijd te meten valt als je hem rechtstreeks van de satellieten haalt, in plaats van van een server ergens op internet.

Onder die klok hoort een blok met details te staan, hoe de ontvanger ervoor staat, welke satellieten in zicht zijn, hoe stabiel de tijdpuls binnenkomt. Dat blok stond voor het grootste deel op streepjes. Alleen het aantal satellieten en de status van de fix vulden zich; de rest bleef leeg. Zonder foutmelding, zonder lege pagina. Gewoon een rij streepjes die er precies zo uitzag als een waarde die er nog niet was. Dat is weer opgelost, en er staan meteen meer meetwaarden in dan eerst: hoe lang geleden de laatste tijdpuls binnenkwam, wanneer de ontvanger voor het laatst met de satellieten gelijkliep, de gemeten hoogte en hoe het kastje er verder voor staat.

Het leukste is een klein groen stipje rechtsboven in de klok. Dat stond er al, maar het was decoratie. Het knipperde omdat het mooi stond. Nu knippert het mee met de werkelijke puls uit de GPS-ontvanger, precies op de secondegrens, met een zachte nagloei. Komt er geen puls binnen, dan dooft het. Wat een plaatje was, is een meetinstrument geworden.

Verder is er gesleuteld aan leesbaarheid. De klok liet drie cijfers achter de seconde zien, en dat rolt zo snel voorbij dat je er niets van meekrijgt; dat is er één geworden. En de getallen op de pagina gebruiken nu een Nederlandse decimaalkomma in plaats van een punt.

Tot slot de uitleg onderaan, over hoe tijd over internet wordt verdeeld. Daar staat nu per onderdeel bij waar het vandaan komt, en er stonden twee fouten in. De eerste is er eentje om te onthouden: er stond dat het pulsstipje links van de klok zit, terwijl het rechts staat. De tweede was inhoudelijk, een schrikkelseconde wordt aan het eind van de máánd ingelast, niet aan het eind van de dag. Beide gecorrigeerd.

Bronnen bij dit onderdeel: de eigen tijdserver met GPS-ontvangst, en het landelijke referentienet voor satellietnavigatie.

Het weer staat nu overal waar je toch al kijkt

Bovenin de pagina, rechts van de klok, stond altijd al de temperatuur. Nou ja, temperatuur: er stond een thermometertje bij, en daar viel weinig aan af te lezen wat het rondje met het getal niet al zei. Dat thermometertje is vervangen door het weer zelf. Is het bewolkt, dan zie je bewolking; regent het, dan zie je regen; en 's nachts krijg je de nachtvariant, met een maan in plaats van een zon. Eén blik en je weet het, zonder de zin te lezen.

Blijf je er met de muis op hangen, dan klapt er een stuk meer open dan er ooit stond. De gevoelstemperatuur, en die wordt alleen genoemd als hij ook echt afwijkt van wat de thermometer zegt, anders is het ruis. De wind in Beaufort, met de richting uitgeschreven in woorden in plaats van in graden, want "uit het zuidwesten" zegt iets en "232°" niet. Bewolking, luchtdruk, en hoe laat de zon op- en ondergaat. Neerslag staat er alleen bij als er ook echt iets valt: een regel "0 mm" bij droog weer is geen informatie, en juist het ontbreken van die regel is het antwoord.

Klein detail waar wel over nagedacht is: die gegevens ververst de pagina zelf om de zoveel minuten, en dat gebeurt precies zoals het bij het laden van de pagina ging. Zag je eerst "licht bewolkt" en daarna ineens een ander icoon bij dezelfde waarde, dan zou je terecht denken dat er iets niet klopt. Nu kan dat niet meer verschillen.

En dan het onweer. Op de weerpagina staat een kaart die blikseminslagen laat zien zodra ze gemeten worden, en de manier waaróp is aangepakt. Een inslag is nu een korte felle flits die opzwelt en binnen een halve seconde wegsterft, zoals het buiten ook gaat. Daarna dijt er een ring uit vanaf de plek van de inslag, en die ring loopt op de snelheid van het geluid. Je kunt dus letterlijk meekijken wanneer de klap bij jou aankomt. Wat er van een inslag overblijft is een stip, en de kleur daarvan zegt hoe dichtbij het was. Klik erop en je ziet de afstand, uit welke windstreek het kwam en hoe laat het was. Die stippen houden bovendien hun formaat als je in- of uitzoomt, zodat een ver weg gelegen onweersfront niet in het niets verdwijnt zodra je uitzoomt om het geheel te zien.

Bronnen bij dit onderdeel: het weerbeeld en de gegevens in de balk komen van OpenWeatherMap, de blikseminslagen van het Blitzortung-netwerk.

De nodelijst is een overzicht geworden waar je iets mee kunt

Op Realtime Nodes & Kaart staan de apparaten die zich in het LoRa-netwerk kenbaar maken. Dat zijn er inmiddels honderden, en daar wrong de schoen: de pagina zette ze allemaal tegelijk op het scherm en liet je verder zelf zoeken. Zoeken en sorteren werkten bovendien alleen over het stukje dat je toevallig voor je had, niet over de hele lijst. Je kon dus een node missen die er wel degelijk was.

Dat is omgedraaid. De lijst laadt nu in blokken bij terwijl je scrollt, en zoeken en sorteren gaan over álles. De kaart doet mee: filter je op een naam of op een rol, dan verdwijnen de andere stippen ook, zodat lijst en kaart hetzelfde verhaal vertellen.

Onder de kaart staan nu een paar knoppen die eerder niet bestonden. Je kunt het clusteren van dicht bij elkaar liggende nodes aan- en uitzetten, en je kunt kiezen of de namen bij de nodes staan, altijd, nooit, of alleen als er ruimte voor is. Dat laatste stond voorheen vast aan, en met honderden apparaten leverde dat een muur van tekst op waar de kaart zelf onder verdween. De kaartlagen zijn dezelfde als bij het openbaar vervoer: rustig, licht, donker en satelliet, en ze lopen mee met het donkere thema.

Verder een reeks dingen die klein klinken maar het gebruik schelen. De eigen ontvanger stond als een lege regel tussen de nodes in en heeft nu een eigen strook boven de tabel, waar hij thuishoort. Bij "Adverts" staat er nu bij over welke periode het gaat (de afgelopen zeven dagen) in plaats van het nietszeggende "de observatieperiode". Het filter op path hash mode kende alleen 2-byte aan of uit, waardoor apparaten met 1 of 3 byte simpelweg onvindbaar waren; alle drie kunnen nu. De exportknop geeft precies wat je filter oplevert in plaats van iets anders. En de knop bij een node brengt je rechtstreeks naar het ruwe pakket, voor wie wil zien wat er letterlijk over de lucht kwam.

Bronnen bij dit onderdeel: het eigen ontvangststation in Dordrecht.

De berichten die er nooit in kwamen

Op ontvangen berichten staat wat er over het mesh-netwerk aan kanaalberichten voorbijkomt. Daar zat een filter op dat rommel moest tegenhouden, berichten die niet goed ontcijferd zijn en als een reeks vreemde tekens binnenkomen. Op zich verstandig. Alleen keek dat filter naar het verkeerde.

Het rekende namelijk alles buiten het gewone Latijnse alfabet als rommel. Emoji dus, maar ook Grieks, Cyrillisch en Chinees. En het keek naar de verhouding: hoe korter het bericht, hoe zwaarder één zo'n teken meewoog. Het gevolg laat zich raden. Stuurde je "Klaar ✅", dan haalde dat vinkje de drempel en verdween je bericht. Zette je hetzelfde vinkje achter een langere zin, dan bleef het gewoon staan. Wie iets in het Grieks stuurde was per definitie kansloos.

Erger was waar dat gebeurde: niet bij het tonen, maar bij het opslaan. Het bericht werd weggegooid voordat het ergens werd vastgelegd, en was daarmee weg. Niet terug te halen, niet later alsnog te bekijken. Er verdwenen op die manier zo'n vijftig berichten per uur, voornamelijk verkeer op kanalen waarvan wij de sleutel niet hebben, maar dus ook af en toe iets van iemand die simpelweg een vinkje gebruikte.

Nu wordt alles bewaard en gebeurt het beoordelen pas bij het tonen, waar het thuishoort. Het filter kijkt niet meer naar taal of tekenset maar naar wat écht op een mislukte ontcijfering wijst. En je kunt het zelf uitzetten: bovenaan staat een knop Spam verborgen / Spam zichtbaar, met een teller ernaast die laat zien hoeveel er is weggenomen en welk deel van het verkeer dat is. Zet je hem om, dan zie je meteen wat er onder zat, geen wachten op nieuw verkeer, want het staat er al.

Berichten op een kanaal waarvan we de sleutel niet hebben komen nu ook binnen. Lezen kunnen we ze niet, maar je ziet nu wel dát ze er zijn, onder "onbekende kanalen". Dat is eerlijker dan doen alsof het stil is op die kanalen.

Waar het op neerkomt: een filter dat zijn werk stil doet, is een filter dat je niet kunt controleren. Nu is het zichtbaar, omkeerbaar, en gooit het niets meer weg.

Bronnen bij dit onderdeel: het eigen ontvangststation in Dordrecht.

Draai ik nog de nieuwste MeshCore-firmware?

Draait er bij jou een MeshCore-node, dan komt er één vraag steeds terug: is er alweer iets nieuws uit? Je node doet gewoon zijn werk, dus je merkt het niet, en om het te controleren moet je een releasepagina langs en twee appwinkels. Daarvoor staat MeshCore Software al een tijdje op de site: alle actuele versies naast elkaar, met de datum en de release notes erbij, zodat je in één oogopslag ziet of je achterloopt. Die pagina heeft nu een flinke opknapbeurt gehad.

Om die vraag te kunnen beantwoorden moet je wel weten wélke versie voor jou telt, en daar begint de pagina nu mee. Er zijn drie firmwares, en welke je nodig hebt hangt niet af van je apparaat maar van wat je dat apparaat wilt laten doen. Companion is de gewone keuze, een node die je via Bluetooth of USB aan de app op je telefoon hangt en waarmee je zelf berichten stuurt. Repeater maakt er een doorgeefstation van dat zelf niets verstuurt maar het bereik van iedereen vergroot. Room Server draait een gedeelde ruimte waar berichten blijven staan, zodat iemand die later aansluit ze alsnog ziet. Ze verschijnen alle drie tegelijk en dragen hetzelfde versienummer, dus als je drie kaarten met dezelfde datum ziet staan is dat geen vergissing.

Blijkt er inderdaad iets nieuwers te zijn, dan staat er ook bij hoe je het erop krijgt. Dat doe je met de Web Flasher, een tool van MeshCore zelf waar wij alleen naar verwijzen: node aan de USB, bord kiezen, klaar. Eén ding is handig om vooraf te weten, want anders ben je er een avond mee bezig: die tool laat de browser rechtstreeks met de seriële poort praten, en dat kunnen alleen Chrome, Edge en andere browsers op Chromium. In Firefox en Safari lukt het niet. Dat is niets wat aan onze kant op te lossen valt, het zit in de browsers zelf, dus pak er een Chromium-browser bij en het gaat vanzelf.

Voor de app is er hetzelfde verhaal voor Android en iPhone, mét de lijst met wat er per versie veranderd is. De datums staan er in het Nederlands bij in plaats van in het Engels, en de verwijzing naar de uitgebreide release notes is gewoon een link geworden in plaats van een kale URL midden in de tekst. Verder is de hele pagina opnieuw vormgegeven, met een eigen kleur per kaart: de appwinkels dragen nu hun eigen groen en blauw, dus je ziet aan de kleur al waar je klikt.

En wie die vraag helemaal niet meer zelf wil stellen, laat het zijn eigen machine doen: dezelfde gegevens zijn als JSON op te vragen. Die is bewust vrij toegankelijk. We hebben ook een variant die achter een bezoekerstoken zit, en die werkt prima zolang het onze eigen pagina's zijn die hem gebruiken, maar niet voor iemand die dit vanaf zijn eigen machine wil ophalen. Deze staat dus gewoon open, net als de pagina zelf.

Wat er verder in dat antwoord zit is misschien wel het aardigste. Er staat een blokje bij over hoe vaak je het zou moeten opvragen: het advies is één keer per uur, een kwartier is de ondergrens, we halen zelf elke drie uur op en er staat bij wanneer onze volgende ronde is. Vaker vragen levert dus letterlijk niets nieuws op. En vraag je hem opnieuw op met de kenmerkcode die je de vorige keer meekreeg, dan krijg je een leeg antwoord terug dat zegt dat er niets veranderd is. Dat scheelt jou verkeer en ons ook. Zulke informatie hoort er wat ons betreft gewoon bij als je zelf een feed aanbiedt, in plaats van dat iedereen het maar moet raden.

Bronnen bij dit onderdeel: de releases van MeshCore op GitHub · de app in Google Play en de App Store · release notes op blog.meshcore.io.

Geluid als er iets binnenkomt

Op de pagina's waar een stroom meldingen binnenkomt kon je al geluid aanzetten, maar alleen op P2000, en de andere pagina's hadden hooguit één pieptoon. Die keuzelijst is nu gedeeld: DX Cluster, ontvangen berichten en Realtime Nodes hebben dezelfde geluiden gekregen, met een eigen volume en een eigen keuze per pagina. Wat je op de ene pagina instelt, staat de andere niet in de weg.

Op het DX Cluster is er iets bijgekomen dat daar en nergens anders thuishoort: de roepletters van het gespotte station in morse, achter het attentiegeluid aan. Voor wie de code kent is dat sneller dan kijken, je hoort wie er zit terwijl je met iets anders bezig bent. De snelheid is instelbaar; standaard staat hij op een tempo waarop een gemiddelde roepnaam in bijna drie seconden voorbij is.

Dat laatste is meteen het lastige eraan, want op een drukke band komen de spots sneller binnen dan dat. Daar zit nu een wachtrij tussen: meldingen gaan netjes op volgorde in plaats van door elkaar heen, hetzelfde station wordt niet twee keer achter elkaar geseind (op een cluster melden vaak vijf mensen dezelfde DX binnen een paar tellen) en loopt de rij te ver achter, dan slaat hij over. Liever een gemiste spot dan een morsesignaal van twee minuten geleden.

Bronnen bij dit onderdeel:(n.v.t., eigen werk)

Zendbeperkingen staan nu gewoon in je agenda

Een paar keer per jaar zijn er stukken van de amateurbanden tijdelijk niet te gebruiken, omdat er iets anders op die frequenties gebeurt, een oefening, een meting, een evenement. De RDI publiceert dat vooraf, en op zendbeperkingen staat die lijst overzichtelijk bij elkaar. Het probleem met zo'n lijst is alleen dat je hem moet openen om er iets aan te hebben. Je onthoudt niet uit jezelf dat er over drie weken een beperking op 13cm ingaat.

Daarom kun je die beperkingen sinds deze ronde in je eigen agenda zetten. Dat kon in aanleg al, maar het was een proefsel: het werkte in de ene agenda-app wel en in de andere niet, en er stond geen fatsoenlijke knop voor op de pagina. Dat is nu allemaal rechtgetrokken. De feed is getoetst aan de standaard waar agenda-apps zich aan houden en doet het in Google Agenda, Apple Agenda en Outlook. Op de pagina staat een blok met abonneerknoppen: één klik voor je eigen agenda, een link om te kopiëren als je hem ergens anders wilt plakken, en een losse download voor wie liever eenmalig een bestand invoert.

Het verschil tussen abonneren en downloaden is de moeite waard om te weten. Een download is een momentopname; verandert er daarna iets, dan merk je dat niet. Bij een abonnement haalt je agenda-app de lijst zelf periodiek opnieuw op, en dan lopen wijzigingen vanzelf mee.

Precies daar zat nog een venijnig detail. Corrigeerde de RDI achteraf een datum (dat gebeurt) dan verscheen die beperking er als een tweede afspraak náást de oude in. Je agenda liep vol met dubbelingen en je wist niet meer welke van de twee klopte. Een afspraak wordt nu herkend als dezelfde afspraak, ook als de datum verschuift, zodat een correctie het bestaande item bijwerkt in plaats van er eentje bij te zetten.

Verder is de pagina zelf opgeknapt. Bovenaan staan vier kerncijfers, zodat je in één oogopslag ziet of er iets loopt of aankomt. Achter elke frequentie staat nu de amateurband waar het om gaat (13cm, 70cm, 4m) met een link door naar het bandplan; de RDI noemt zelf alleen het aantal megahertz, en dat is voor lang niet iedereen meteen een band. De tabel is sorteerbaar en zet lopende beperkingen vooraan, met erachter hoe lang het nog duurt ("over 9 dagen"). En de uitleg onderaan, die eerst als een lap tekst onder de tabel stond, zit nu in uitklappers: open wat je wilt weten, en laat de rest dicht.

En voor wie er zelf iets mee wil bouwen: naast het agenda-abonnement is dezelfde lijst ook als JSON op te vragen. Beide links staan onderaan de pagina, in de uitleg over waar de gegevens vandaan komen.

Bronnen bij dit onderdeel: Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI), beschikbaarheid frequenties radiozendamateurs.

Het ruimtestation: welke radio staat er nu eigenlijk aan?

Boven ons hoofd hangt het enige bemande object waar je met een simpele antenne zelf iets van kunt opvangen, en op ISS staat wanneer het over Dordrecht komt. Die pagina heeft deze ronde een flinke opknapbeurt gehad, en het meeste daarvan gaat over eerlijk zijn over wat je laat zien.

Het zichtbaarste eerst: de kaart. Die stond altijd in het donker, ook als je de site in lichte modus gebruikt, wat op een lichte pagina een groot zwart gat opleverde. De kaart volgt nu gewoon het thema, en je kunt zelf kiezen tussen een rustige, een lichte, een donkere en een satellietondergrond. Kies je bewust voor satelliet, dan blijft die staan als je het thema omzet. Verder schaalt de kaart mee met je scherm in plaats van een vaste hoogte aan te houden, en de passagetabel is op een telefoon leesbaar geworden.

Nieuw is het blok Staat het nu aan?. Daar staat van elke radio aan boord in welke stand hij op dit moment staat, rechtstreeks van de amateurorganisatie die de apparatuur op het station beheert. Dat klinkt als een detail, maar het is meestal het antwoord op de vraag waar het altijd op uitdraait: waarom hoor ik niets? Dan blijkt de repeater uit te staan vanwege een ruimtewandeling, of omdat er die dag een schoolcontact gepland is. Voorheen zat je dan naar een frequentie te luisteren waar niets gebeurde en wist je niet of het aan jou lag.

Dat blok liet meteen zien waarom een vaste frequentietabel nooit het hele verhaal vertelt. Op de dag dat het werd aangesloten, zond een van de radio's zijn positieberichten niet uit op de gebruikelijke frequentie in de 2 meterband, maar tijdelijk op 70 centimeter, omdat hij nog getest werd. Precies het soort afwijking dat je nergens ziet als je op een lijstje afgaat. De tabel houdt daarom de normale waarden aan en verwijst voor "wat doet hij nu" naar het statusblok.

Bij die gelegenheid zijn alle frequenties nagelopen bij de amateurorganisaties die erover gaan, en er stond meer op de pagina dan er was. Er hangt namelijk niet één radio aan boord maar meerdere: naast de bekende in de Europese module staat er een tweede in de Russische, en er is ook nog een zender voor amateurtelevisie die beeld uitzendt in de 13 centimeterband. Bij de plaatjes die het station soms uitzendt staat nu welk formaat dat is, zodat je je ontvangprogramma goed kunt zetten. En voor wie zelf wil proberen een verbinding te maken: de zendfrequentie van de bemanning verschilt per deel van de wereld, en dat stond er wel bij maar zonder de getallen erbij.

Ook uitgebreid is de uitleg over dopplerverschuiving, het verschijnsel dat de frequentie verloopt doordat het station met bijna 28.000 kilometer per uur naar je toe komt en daarna weer weg. Daar staat nu bij hoe dat in de praktijk werkt: de verschuiving is het grootst als het station opkomt, is nul op het moment dat het recht boven je dichtstbijzijnde punt zit, en draait daarna om. Je stemt dus niet vanaf het begin dezelfde kant op.

Tot slot iets waar we in deze reeks steeds op terugkomen: waar de getallen vandaan komen. De passagetijden zijn niet zomaar een tabel, ze worden berekend uit de baangegevens van het station, en die worden regelmatig bijgewerkt. Nu staat erbij van wanneer de gebruikte gegevens zijn en hoe oud ze zijn. Dat is relevant, want na een baancorrectie loopt een oude berekening tientallen seconden uit de pas. En bij de zichtbare passages staat er nu eerlijk bij dat de schaduwberekening een benadering is: grensgevallen vlak na zonsondergang kunnen er net naast zitten. Liever dat, dan een tijd tot op de seconde die zekerheid suggereert die er niet is.

Bij het naspelen van dat alles kwam een tweede ding boven water, en dat was het aardigste van de hele middag. De pagina zei: de komende tien dagen valt er niets te zien. Dat klopte ook, alleen was het maar de halve waarheid. De berekening keek tien dagen vooruit, en zichtbaarheid komt nu eenmaal in periodes: het station komt wekenlang alleen overdag over, en dan opeens elke ochtend in de schemering. Op 4 augustus stond de teller op nul zichtbare passages in tien dagen. Rekenden we een maand door, dan waren het er zesentwintig, waarvan de eerste op 19 augustus. Je hoorde dus pas op het laatste moment dat er iets te zien was.

De berekening kijkt nu een maand vooruit. Daar zit een ruil aan vast die we er eerlijk bij zetten: de baangegevens van het station zijn een dag of tien betrouwbaar, en daarna kan de klok gaan schuiven, zeker als het ISS zijn baan bijstuurt. Vandaar dat er achter zulke tijden een plusminus staat. De dag en de richting kloppen, de tijd wordt vanzelf scherper naarmate de datum dichterbij komt, want de baan wordt elk uur opnieuw doorgerekend.

De passagetabel toont daardoor niet meer de eerste tien passages maar allemaal, in een eigen scrollvenster met een kop die blijft staan. En bij een passage die niet te zien is, staat nu waarom niet: het is dan nog te licht, of het station zit in de schaduw van de aarde. Twee voorwaarden moeten namelijk tegelijk gelden, en welke van de twee ontbreekt is precies wat je wilt weten.

Daar hoort meteen een misverstand bij dat we zelf bijna maakten. Niet zichtbaar is niet hetzelfde als niets mee te doen. Voor radiocontact via de repeater, APRS of de plaatjeszender maakt daglicht helemaal niets uit: elke overkomst boven de horizon is te werken, alleen het kíjken vraagt een donkere hemel. De agenda-afspraken zeggen dat nu ook met zoveel woorden.

Van die agenda zijn er trouwens twee. Wil je het station zien, dan neem je de zichtbare passages: een handvol per maand. Wil je het werken, dan neem je alle overkomsten, met in elke afspraak of hij te zien is en zo niet waarom niet, plus hoe hoog hij komt en uit welke richting. Beide staan ook in de Ham Events-kalender, die de volledige lijst gebruikt.

Bronnen bij dit onderdeel: baanelementen van Celestrak · de stationsstatus, de frequenties en de dopplergegevens van ARISS en AMSAT · eigen berekening voor de passages en de zichtbaarheid.

De evenementenkalender laat zich nu naar je eigen hobby vormen

Op Ham Events komen de agenda's van een stuk of twaalf clubs, verenigingen en contestkalenders samen. Dat is meteen het probleem met zo'n verzamelkalender: wat voor de een de kern is, is voor de ander ruis. Wie nooit contest doet, kijkt tegen honderden contesten aan. Wie juist alleen contest doet, moet daar de Belgische vriendenrondes tussenuit vissen.

Boven de kalender staat daarom nu een rij met alle bronnen. Eén klik zet er een uit, nog een klik zet hem weer aan, en de kalender tekent zichzelf meteen opnieuw. De tabel eronder gaat mee, inclusief het aantal resultaten, zodat het getal klopt met wat je ziet. Je keuze wordt in je eigen browser bewaard: kom je morgen terug, dan staat de kalender nog steeds zoals jij hem hebt gezet. Er gaat niets naar ons toe en er verandert niets voor een ander.

Nieuw in die rij: de agenda van VERON afdeling 12 Dordrecht, met de clubavonden, lezingen en velddagen. Dat is de eigen afdeling, dus die hoorde er eigenlijk al lang in te staan. En de ISS-passages uit het vorige hoofdstuk staan er nu ook in, allemaal, want voor radiocontact is elke overkomst bruikbaar.

Het zoek- en filterblok onder de kalender is meteen meegegaan met de rest van de site: geen kaart meer met vier gelabelde velden onder elkaar, maar één smalle balk met het zoekveld, de bronkeuze, een knop voor meerdaagse evenementen en een knop om alles te wissen, met het aantal resultaten erachter. Datzelfde balkje staat op P2000 en op een paar andere pagina's, en het scheelt hier ruim honderd pixels hoogte, zodat de tabel eerder in beeld staat.

Twee kleinigheden die opvielen toen we er toch in zaten. Bij een handvol evenementen stond een rare tekencombinatie in de titel, zoals "BCA & ONBOTA" waar gewoon een ampersand hoort. Dat kwam doordat de tekst twee keer beveiligd werd bij het tonen; nu gebeurt dat één keer, op de plek waar het hoort. En een agenda die tijdelijk niets oplevert, houdt zijn knop in de rij staan in plaats van te verdwijnen. Dat klinkt als een detail, maar het is het verschil tussen "die agenda bestaat niet" en "die agenda heeft deze maand even niets".

Bronnen bij dit onderdeel: de agenda's van de deelnemende verenigingen en clubs, waaronder VERON, VRZA, DARES, PI4DEC, VERON afdeling 12 Dordrecht en de contestkalender van WA7BNM.

Ham Nieuws heeft er bronnen bij

Op Ham Nieuws staat het nieuws uit de hobby, samengevoegd uit de bronnen die er toe doen. Daar zijn er deze ronde acht bij gekomen. De belangrijkste: IARU Region 1, de regio waar wij zelf in zitten en waar het bandplan en de beleidsstukken vandaan komen. Tot nu toe stond alleen de wereldwijde IARU erin, en dat is net een stap te ver weg. Verder de satellietkant, met AMSAT en AMSAT-UK, wat mooi aansluit op de ISS-pagina en het bandplan. En dichter bij huis: het nieuws van VERON afdeling 12 Dordrecht.

Daarnaast vier blogs die niet zozeer nieuws brengen als wel verhalen en experimenten: QRPer over portable werken met weinig vermogen, SWLing Post over luisteramateurs en ontvangers, KB6NU over de hobby in de breedte en Zero Retries over de digitale kant.

Bij het zoeken naar die bronnen bleek en passant hoe hard het landschap verandert. Southgate Amateur Radio News, jarenlang dé plek waar het hamnieuws samenkwam, is van het net verdwenen: het domein geeft geen site meer terug. En let op met dkars.nl, het adres van de gestopte vereniging DKARS: dat domein is inmiddels door iemand anders opgepikt en serveerde op het moment van schrijven een gokwebsite. Staat het nog in je bladwijzers, gooi het er dan uit.

Bronnen bij dit onderdeel: de RSS-feeds van de genoemde organisaties en blogs; de volledige lijst met bronnen staat als filter op de pagina zelf.

Vijfduizend frequenties, met toestemming van de luisteraar zelf

Er is een pagina bij, en die is van iemand anders. PD8RSP uit de Alblasserwaard houdt al jaren bij wat hij op zijn ontvangers tegenkomt: ruim vijfduizend frequenties, van een baken op 16,4 kilohertz tot een straalverbinding boven de 12 gigahertz. Maritiem, luchtvaart, zendamateurs, omroep, portofoons en de hele rimboe aan utility-diensten die niemand ooit uitlegt. Per waarneming zocht hij uit wát er nou eigenlijk op die frequentie zit, met naslagwerken en veel geduld, en elke maand werkt hij de lijst bij samen met zijn logs voor de Benelux DX Club.

Dat staat op zijn site als één lange tabel, en dat is precies waar zo'n verzameling in vastloopt: je kunt er alleen met Ctrl-F doorheen. Op Frequentielijst PD8RSP is het nu doorzoekbaar op alles tegelijk, inclusief zijn eigen notities. Je filtert op soort dienst, op mode en op band, en de lijst is gegroepeerd per ITU-band met zijn eigen banddindeling als tussenkop, dus "OMROEP 49 meterband" of "LUCHTVAART Civiel VHF". Bij elke band staat de bijbehorende golflengte. Zoeken werkt zowel op de ruwe waarde als op de leesbare: typ "1,84 MHz" en je vindt het.

Het aardige zit hem in de volgorde waarin dit ging. De pagina was af voordat we het hadden gevraagd, en stond daarom op slot: alleen zichtbaar na inloggen, want zonder toestemming publiceer je andermans werk niet. Vervolgens is hem gemaild wat we hadden gebouwd, met de mededeling erbij dat een nee prima was en dat de pagina dan gewoon weg zou gaan. Hij antwoordde dat hij zijn site destijds juist begonnen is omdat hij die informatie zelf nergens goed kon vinden, en dat het wat hem betreft alleen maar beter is als meer mensen er iets aan hebben.

Dus staat de pagina nu open, met zijn naam erboven, in de menutitel, in de toelichting en bij de bron. De waarnemingen en de duiding zijn van hem; wij maken ze alleen doorzoekbaar. Wie meer van zijn werk wil zien, kijkt op pd8rsp.nl; het logboek zelf staat op pd8rsp.nl/Logboek.html.

Bronnen bij dit onderdeel: het ontvangstlogboek van PD8RSP, overgenomen met zijn toestemming · zijn site: pd8rsp.nl.

De propagatiepagina is omgedraaid

Propagatie is de drukste pagina van de site en dat was te merken: alles stond erop, maar in de volgorde waarin het ooit was aangebouwd. De metingen waar de hele pagina op leunt stonden achteraan, en het antwoord op de vraag waarvoor je kwam moest je zelf bij elkaar zoeken.

De pagina staat nu in de volgorde waarin je hem leest. Eerst de uitkomst, dus wat de banden doen. Dan de metingen waar die uitkomst op rust, met de ionosondetabel vooraan in plaats van als sluitstuk. Daarna wat dat per richting betekent, vervolgens de overige manieren waarop een signaal zich voortplant, en pas achteraan het ruimteweer dat het allemaal aandrijft. Dat laatste is interessant, maar het is de motor, niet het antwoord.

Het cijfer voor de kortegolfcondities heeft diezelfde behandeling gekregen: groter, met de factoren die eraan bijdragen er direct onder, alle meldingen in dezelfde vorm, en de lange verantwoording achter een uitklapper zodat hij er is voor wie hem wil, zonder de rest weg te drukken. Grotere letters ook. En in de uitleg onderaan de pagina staan vier hoofdstukken bij: wat die MUF-paden nu eigenlijk zijn en hoe je de tabel en de kaart leest, wat een ionosonde meet en waarom er wereldwijd nog maar een handvol over is, hoe je het hoogteprofiel leest, en hoe je de straalsimulatie gebruikt, met nadruk op wat er niet in zit.

Bronnen bij dit onderdeel:(n.v.t., eigen werk)

Van één getal naar een echte route

De hoogst bruikbare frequentie stond hier altijd als één getal op de pagina, geldig voor "een pad van 3000 km". Dat is een prima vuistregel, maar het is geen antwoord op de vraag die je werkelijk hebt, namelijk of het richting Japan of richting Brazilië iets gaat worden.

Boven de tabel met paden staat nu een wereldkaart. Elk pad is een grootcirkel vanaf Dordrecht met de sprongpunten erop, de plekken waar je signaal de ionosfeer raakt. Zit daar een ionosonde in de buurt, dan is dat punt gevuld; hebben we het moeten invullen met de waarde van hier, dan is het hol. Daaroverheen ligt de dag-en-nachtgrens, en juist dat maakt in één blik duidelijk waarom het ene pad wel een grayline-opening heeft en het andere niet. De lijnen op de kaart worden met dezelfde berekening gemaakt als de getallen in de tabel, dus die twee kunnen niet uit elkaar gaan lopen.

De tabel heeft er een kolom Ondergrens bij, en dat is misschien wel de nuttigste toevoeging. De MUF zegt hoe hóóg je kunt, maar niet hoe laag: onder een bepaalde frequentie vreet de D-laag je signaal op, ook al staat de MUF de band toe. Die ondergrens werd tot nu toe op één plek bepaald en op de hele route toegepast, wat bij een pad naar Japan neerkwam op een punt in Siberië. Nu wordt hij op elk sprongpunt apart berekend en telt het meest verlichte punt, want dat is de schakel waar je signaal blijft. Daardoor is nu ook te zien wat een grayline doet: ligt de hele route in de schemer, dan valt die ondergrens weg en gaan de lage banden open. Paden waarvoor dat geldt krijgen een badge.

Klik je op een sprongpunt, dan zie je welke ionosondes die waarde hebben gemaakt: welke plaats, hoe ver weg, wat ze zelf meten en hoe zwaar ze meetellen. Staat er niets in de buurt, dan zegt de popup dat met zoveel woorden in plaats van een getal te tonen dat nergens op steunt. In diezelfde geest: een pad waarvoor helemaal geen ionosonde beschikbaar is meldt nu "geen dekking". Daar stond eerst 0,0 MHz met geen enkele band open, en dat las als "dicht" terwijl het "onbekend" betekende. Ontbreekt een deel van de sprongpunten, dan staat er een sterretje bij de MUF met hoeveel er misten. En de stations elders op de wereld, die al die tijd al werden gebruikt om deze paden mee te berekenen maar nergens te zien waren, staan nu in een uitklapper onder de tabel.

Onderweg kwam er een stille fout boven water, en dat is het vervelendste soort. Stations waarvan de meting te oud was werden in de tabel netjes doorgestreept weergegeven, maar ze telden nog wel gewoon mee bij het berekenen van de paden. De pagina zei dus zelf al dat die metingen niet deugden, en gebruikte ze ondertussen toch. Dat gebeurt nu niet meer.

Bronnen bij dit onderdeel: metingen van het wereldwijde GIRO-ionosondenetwerk, via prop.kc2g.com.

Waar gaat mijn signaal eigenlijk heen?

Er stond een grafiek op de pagina die "Ionosfeer Doorsnede" heette en die eerlijk gezegd niets toevoegde: hij tekende een formule uit op basis van twee getallen die vlak eronder al in de tabel stonden. Die is vervangen door een echt hoogteprofiel, gemeten boven Dourbes, de ionosonde die op ongeveer 190 kilometer hiervandaan staat. Je ziet de hoogte tegen de frequentie waarop het plasma daar terugkaatst, met de E-laag en sporadische E als losse gemeten punten erin, en de lagen E, F1 en F2 apart aangegeven. Er staat meteen bij hoe ver je in één sprong komt bij de gemeten laaghoogte.

Daaronder is iets nieuws gekomen waar je zomaar een half uur in kunt blijven hangen: een simulatie met twee schuifjes, frequentie en opstralingshoek, die laat zien waar je signaal heen gaat. De straal buigt door het gemeten profiel en keert om waar het plasma dicht genoeg is, of hij schiet er bovenuit en verdwijnt de ruimte in. Dezelfde frequentie onder andere hoeken staat er dun bij, zodat de dode zone rond je eigen zender zichtbaar wordt, met op de grond de ring waarbinnen die frequentie landt. De rand van die ring is precies de afstand waarop jouw frequentie de MUF wordt.

Sinds kort kun je er ook je antenne bij kiezen, een dipool of een rondstraler, en de hoogte instellen. De stralen krijgen dan de dikte van wat jouw antenne op die hoek werkelijk uitstuurt, met het stralingsdiagram rechtsboven. Daarmee wordt in beeld gebracht wat veel mensen wel weten maar zelden zien: waarom een dipool op 20 meter een prima Europa-antenne is en tegelijk een matige DX-antenne. Voor Japan heb je 2,8 graden nodig, en laat dat nou net de hoek zijn waar zo'n dipool niets uitstraalt.

Wel met een uitdrukkelijke slag om de arm, die ook op de pagina zelf staat: dit is als experimenteel gemarkeerd. De berekeningen erachter worden nog voorgelegd aan mensen die er meer verstand van hebben dan wij. Gebruik het om te snappen hoe het werkt, niet om je antenne op af te rekenen.

Bronnen bij dit onderdeel: het gemeten hoogteprofiel van de ionosonde in Dourbes, via prop.kc2g.com.

Wat er niet klopte op de propagatiepagina

Bij zoveel verbouwing komt er ook een en ander boven water dat er gewoon niet klopte. Vijf dingen, allemaal zichtbaar geweest voor wie de pagina bezocht.

De ergste zat in de bandstatus. Sporadische E kon banden op groen zetten terwijl er helemaal geen sporadische E gemeten was, waardoor 20m tot en met 12m als open stonden aangemerkt bij een hoogst bruikbare frequentie van 12,9 MHz. Dat kan niet allebei waar zijn. De zin bovenaan de pagina liep daarin mee en noemde een band die op sporadische E berustte, met de waarde van de F2-laag erachter. Allebei rechtgezet, en sporadische E telt voortaan alleen nog mee met een meting van hoogstens een uur oud, want zulke wolken leven korter dan dat.

Dan de analyse in woorden. Daar stond elke avond opnieuw "de MUF daalt, condities verslechteren", terwijl de F2-laag na zonsondergang nu eenmaal altijd wegzakt. Dat is geen verslechtering, dat is de avond. Er staat nu bij of de beweging past bij het tijdstip of er juist tegenin gaat, en dat laatste is pas nieuws. De zin over de nacht hing bovendien aan de gemeten absorptie in plaats van aan de stand van de zon, wat op de verkeerde momenten "nacht" opleverde.

Het cijfer voor de ionosfeer heet nu MUF-niveau, want dat is wat het meet: de absolute hoogte van die frequentie. Die zakt elke nacht vanzelf, dus een laag cijfer om drie uur 's nachts betekende niets. Ernaast staat nu of het veel of weinig is voor dít tijdstip, zodra er genoeg metingen per uur verzameld zijn om dat te kunnen zeggen.

De hoogte van de F2-laag werd stilzwijgend op een vaste aanname gezet als een station hem niet meldde. Nu staat erbij of hij gemeten of aangenomen is, en beter nog: als de meting ontbreekt wordt hij afgeleid uit een andere waarde die datzelfde station op datzelfde moment wél levert. Dat vult op dit moment vier van de zes gaten. Klik je op een reflectiepunt, dan zie je welke van de twee het is.

En tot slot twee kleine. In de ionosondetabel stond bij sommige stations "-1" in een kolom die van 0 tot 100 loopt, wat leest als een rapportcijfer terwijl het "geen oordeel" betekent; daar staat nu een streepje, met bij het aanwijzen het verschil tussen "de bron levert geen beoordeling" en "niet beoordeeld". En de tijdlijn van de MUF stond in UTC zonder dat daar ergens iets over stond, wat in de zomer twee uur scheelt. Die staat nu in Nederlandse tijd, met een schaal die de metingen volgt zodat je de beweging ook echt ziet.

Bronnen bij dit onderdeel: metingen van het GIRO-ionosondenetwerk via prop.kc2g.com.

Een magnetische storm zien terwijl hij begint, niet drie uur later

Op Propagatie en Noorderlicht draait veel om één getal: de Kp-index, de standaardmaat voor hoe onrustig het aardmagnetisch veld is. Rustig betekent goede kortegolfverbindingen en geen poollicht; onrustig betekent het omgekeerde van allebei. Dat getal heeft alleen een eigenaardigheid die zelden wordt uitgelegd: het is een waarde per drie uur, en hij is pas klaar als die drie uur voorbij zijn. Begint er om tien over twee 's middags iets, dan staat dat pas na drie uur in het cijfer.

Er blijkt een tweede getal te bestaan dat hetzelfde meet, van hetzelfde observatorium en op precies dezelfde schaal, maar dan elke dertig minuten. Dat staat er nu bij, op beide pagina's.

Het verschil is geen theorie. Vannacht kwam de half-uurswaarde uit op 5,00, de drempel waarboven van een geomagnetische storm gesproken wordt. Het drie-uursgemiddelde over exact diezelfde periode kwam uit op 4,3, net eronder. Dezelfde meting, hetzelfde instituut, en toch verdween de piek in het gemiddelde. Precies dat soort momenten wil je zien als je op de banden zit of buiten staat te kijken.

Op Propagatie staat er nu een grafiek van achtenveertig uur met alle half-uurswaarden naast elkaar, waarin geel gemarkeerd staat waar "nu" zit, zodat je niet hoeft te zoeken. Het getal telt ook mee in de conditiescore, maar bewust alleen voor het verschil met de gewone Kp. Beide meten hetzelfde veld, dus dezelfde storing twee keer laten meetellen zou het cijfer onnodig omlaag trekken. Wat er wél in verwerkt wordt is de voorsprong: wijst het snelle getal op iets wat het trage nog niet laat zien, dan zakt de score alvast, en is de storing alweer aan het uitwerken terwijl de trage waarde nog de piek toont, dan gaat hij weer wat omhoog. Wat er precies mee gebeurt staat in de uitleg onderaan de pagina, in de tabel waarin de hele berekening open ligt.

Op Noorderlicht doet het iets anders. Daar stond het grote getal al op een schatting die elke minuut wordt bijgewerkt, want als er iets gebeurt wil je dat meteen weten. Die snelheid heeft een prijs: het is een berekening, geen meting, en die schiet af en toe uit. Daar staat nu de gemeten half-uurswaarde naast, en de pagina zegt er ook bij wat de twee samen betekenen. Bevestigt de meting de schatting, dan is het echt. Staat de schatting hoger, dan kan dat een net begonnen piek zijn of een uitschieter, en weet je dat je nog even moet kijken. Er staan daarmee drie lagen naast elkaar: de snelle schatting van elke minuut, de gemeten waarde van elk half uur, en de officieel bevestigde waarde van elke drie uur.

Eerlijk blijven over wat het niet is: ook dit half-uursgetal is geen live meting. Het wordt een half uur tot een uur na afloop van de gemeten periode gepubliceerd. Dat is geen "nu", maar het is wel een stuk minder achterstand dan de drie uur die we gewend waren, en dat scheelt op beide pagina's precies op de momenten waar het om gaat.

Aanleiding was overigens een vraag over de ruimteweer-viewer van het KNMI, en of daar iets bruikbaars in zat. Dat bleek zo te zijn, al staat het er niet zelf: de gegevens komen van het geomagnetisch observatorium in Niemegk. Die halen we sindsdien rechtstreeks bij de bron op.

Bronnen bij dit onderdeel: de half-uurs geomagnetische index van het GFZ Helmholtz Centre for Geosciences, observatorium Niemegk (CC BY 4.0) · de ruimteweer-viewer van het KNMI als aanleiding.

Onder de motorkap

Niet alles wat er in deze ronde is gebeurd, is te zien. Zo is ook de module waar deze nieuwsberichten zelf uit komen onder handen genomen, met één merkbaar gevolg: de berichten sluiten nu beter aan op zoekmachines.

Dat klinkt saaier dan het is. Een bericht dat hier verschijnt, is voor een zoekmachine niet meteen zichtbaar: die moet toevallig langskomen om te ontdekken dat er iets nieuws staat, en dat kan dagen duren. Nu gaat het andersom, zodra een bericht wordt gepubliceerd, meldt het zichzelf aan. En verandert er later nog iets aan, dan gebeurt dat opnieuw, zodat een zoekmachine niet maandenlang een oude versie blijft tonen. Dat laatste is voor een site als deze eigenlijk het belangrijkste: hier wordt geregeld een bericht bijgewerkt als er nieuwe informatie is.

Geen zorgen overigens dat het die kant op gaat waar het internet zo moe van wordt: er komen geen teksten die voor een zoekmachine geschreven zijn in plaats van voor jou. Het gaat er alleen om dat wat er staat, ook gevonden kan worden.

Bronnen bij dit onderdeel:(n.v.t., eigen werk)

Tot deel 5 .. want we zijn er nog niet!


Naar het bericht
maandag 3 augustus
Grote onderhoudsronde deel 3: Fix It Forward
Redactie

Grote onderhoudsronde deel 3: Fix It Forward

In deel 1 ging het over nieuwe functies, in deel 2 over begrijpen wat je ziet. Dit derde bericht gaat over iets wat minder glimt maar er net zo goed bij hoort: dingen die niet meer werkten, en die we hebben gerepareerd. (maar natuurlijk ook over nieuwe features en probeersels die we hebben toegevoegd) Daar...

update website
Lees verder

Grote onderhoudsronde deel 3: Fix It Forward

Redactie
Dordrecht Fix it Forward
Dordrecht Fix it Forward

In deel 1 ging het over nieuwe functies, in deel 2 over begrijpen wat je ziet. Dit derde bericht gaat over iets wat minder glimt maar er net zo goed bij hoort: dingen die niet meer werkten, en die we hebben gerepareerd. (maar natuurlijk ook over nieuwe features en probeersels die we hebben toegevoegd)

Daar bestaat een term voor die we op deze site hebben omarmd: fix it forward. In de softwarewereld betekent dat: gaat er iets stuk, dan draai je niet halsoverkop alles terug naar hoe het gisteren was, maar zet je een stap vooruit, je repareert het en gaat verder. Bij grote bedrijven is dat een zorgvuldige afweging, met draaiboeken en een team dat 's nachts gebeld wordt.

Hier ligt dat eenvoudiger. Dit is een hobbysite, geen organisatie met miljoenen klanten die uren stilstand niet kunnen hebben. Er is geen changeprocedure, geen wachtrij, geen vergadering. Zien we dat iets niet meer goed werkt, dan fixen we het, vaak dezelfde avond nog. Dat is geen slordigheid maar een bewuste keuze: liever een pagina die vandaag klopt dan een pagina die volgende maand perfect is.

Het heeft ook een keerzijde, en die staat er net zo goed in. Wie doorlopend sleutelt, bouwt af en toe iets kapot. En wie op honderd externe bronnen leunt, krijgt te maken met bronnen die zonder aankondiging veranderen of verdwijnen. Dat is precies waarom in deze berichten steeds ook de fouten staan: ze horen bij de werkwijze. Niet elk probleem hieronder is door onszelf veroorzaakt, en niet elk probleem was met meer voorzichtigheid te voorkomen geweest.

Laten we daar meteen eerlijk over zijn: nieuwe functies brengen nieuwe fouten mee. Dat is geen ongelukje dat we er nog even uit gaan halen, dat is hoe het werkt. Deze site is óók een speeltuin, er wordt hier graag met nieuwe technieken gespeeld en volop geëxperimenteerd, en experimenteren betekent per definitie dat het soms misgaat. We breiden uit, we verbeteren, en waar we zien dat het spaak loopt repareren we het. Voor een hobbysite is dat een prima ruil: liever tien nieuwe dingen waarvan er eentje hapert, dan drie dingen die na maanden testen eindelijk af zijn.

Wat wél elke keer terugkomt als les: een storing die zichzelf niet meldt, is het echte probleem. Niet de storing zelf. Daar gaat een flink deel van deze ronde over.


Dordt in Cijfers: actueel, en per cijfer verantwoord

Op Dordt in Cijfers stond het inwonertal van Dordrecht al sinds 1 juli op hetzelfde getal. Niet omdat er niets veranderde, maar omdat het ophalen bij het CBS stuk was, en dat op precies dezelfde manier stil als bij de buurtberichten in deel 2: geen storingsmelding, geen leeg scherm, gewoon de cijfers van vorige maand die bleven staan.

De oorzaak zit in hoe het CBS zijn cijfers aanbiedt. Elk veld heeft een naam met een volgnummer erachter, en bij een herziening van de tabel verandert dat nummer. In juli schoven 22 van de 30 velden op. Vanaf dat moment vroeg de site om velden die niet meer bestonden, en kreeg hij op elke poging een foutmelding terug die nergens werd opgemerkt.

Dat is nu op drie manieren rechtgezet:

  • De veldnamen worden opgezocht in plaats van vastgelegd. Bij elke ophaalronde kijkt de site eerst welke nummers het CBS op dat moment gebruikt. Een volgende hernummering merkt niemand meer.
  • Mislukken is niet meer stil. Faalt het ophalen, dan komt dat in het interne foutenlogboek terecht, en worden de oude cijfers bewust bewaard in plaats van vervangen door een half gevuld overzicht.
  • De pagina laat zien wanneer de cijfers zijn opgehaald, zodat je zelf kunt zien of ze vers zijn.

Bij het herstel kwamen nog twee dingen boven water.

Elk cijfer heeft nu zijn eigen jaartal. Het CBS levert niet alles tegelijk: het inwonertal van 1 januari 2026 stond er al, maar de WOZ-waarde, het aantal huishoudens en de bevolkingsdichtheid waren nog van 2025. Die stonden eerder onder één gezamenlijk jaartal; nu draagt elke tegel het jaar waar dat cijfer werkelijk uit komt.

De herkomstgrafiek volgt de huidige CBS-indeling. Die toonde nog westers/niet-westers met cijfers uit 2022, een indeling die het CBS zelf heeft losgelaten en niet meer publiceert. Vervangen door de indeling die het CBS nu wél gebruikt, naar herkomstland (Nederland, Europa buiten Nederland, buiten Europa), met cijfers van 1 januari 2026.

Verder heeft elke sectie op de pagina een zichtbare bronregel gekregen die er ook bij vertelt wat een cijfer niet zegt. Bij veiligheid staat er nu bijvoorbeeld bij dat het om geregistreerde misdrijven gaat: wat niet gemeld wordt telt niet mee, en een stijging kan dus ook betekenen dat mensen vaker aangifte doen. Bij de antennes heet "masten" nu antennelocaties, want de meeste zitten gewoon op een dak. En de parkeergarages hadden wel een eigen pagina, maar geen enkele verwijzing vanaf het dashboard. Die staat er nu.

Bronnen bij dit onderdeel: CBS Open Data (kerncijfers wijken en buurten, bevolking naar herkomstland, woningvoorraad, verkoopprijzen, afvalstatistiek en geregistreerde misdrijven), OpenStreetMap, het Antenneregister van de RDI, het Nationaal Parkeer Register en Drinkwaterkaart.nl.

Traumahelikopter: nu bij vrijwel elke inzet in beeld

Sinds deel 2 laat de site zien wanneer er een traumahelikopter in de buurt vliegt, met daarbij waar hij naartoe gaat, de bijbehorende P2000-inzet. Dat werkte, maar veel minder vaak dan het hoorde te doen. En dat is het verraderlijke: er ging niets kapot en er verscheen geen foutmelding. Er stond alleen regelmatig niets, terwijl er wel degelijk een helikopter onderweg was.

Het zat in een aanname die logisch leek. Je zou verwachten dat een traumaheli-inzet in P2000 binnenkomt als een melding vóór de traumahelikopter. Dat is meestal niet zo: het is gewoon een ambulancemelding, met daarin de oproepcode waarmee de heli-bemanning wordt gealarmeerd. Wij keken naar het etiket van de melding in plaats van naar wie er werkelijk werd opgeroepen.

Wat dat kostte, nagemeten over twee maanden archief:

meldingen met een traumaheli-oproep949
daarvan met een ander etiket, dus gemist419 (44%)
inzetten rond Dordrecht die in beeld kwamen4 van de 19

Uitgerekend de helikopter die hier het vaakst komt, die vanaf Rotterdam The Hague, wordt vrijwel altijd op die manier gealarmeerd. Voor Dordrecht werkte de koppeling daardoor in de praktijk eigenlijk nooit.

Er speelde nog iets. Vloog er een traumahelikopter over, dan werd die gekoppeld aan élke inzet die geografisch een beetje paste, ook als het om een heel andere helikopter ging. Nu wordt het toestelnummer aan de bijbehorende oproepcode gekoppeld, zodat een waargenomen helikopter alleen nog bij zijn éígen melding hoort.

Het resultaat zie je in de strook onder de header, tussen de aftellers en de andere meldingen: daar staat nu de bestemming (Traumahelikopter naar Breda) in plaats van alleen het gebied waar hij op dat moment hangt. De volledige omschrijving, met afstand en richting, staat in de tooltip.

Ook nieuw: op Verkeer verschijnt een melding wanneer er een traumahelikopter naar een incident onderweg is. Bewust alleen dán: dat er ergens een helikopter vliegt is op een verkeerspagina geen informatie, dat hij naar een ongeval onderweg is wel.

Inmiddels staat het ook op Luchtverkeer zelf. Zie je daar een traumahelikopter vliegen, dan staat er boven de kaart en in het kaartje bij dat toestel waaróm hij vliegt: welke LifeLiner het is, of hij onderweg is, ter plaatse of alweer op de terugweg, naar welke plaats, en de meldingstekst met prioriteit en tijd erbij. Dat komt uit dezelfde berekening als de nieuwsticker en de melding in de header, zodat die drie plekken nooit iets anders kunnen beweren dan elkaar.

Bij het aansluiten daarvan kwam nog een grens boven water die te krap stond. Inzetten verder dan tachtig kilometer werden weggegooid, precies de lange vluchten, van Rotterdam naar Limburg bijvoorbeeld, waarvoor je nu juist op zo'n kaart kijkt. Staat de oproepcode van de helikopter zelf in de melding, dan mag die afstand nu oplopen tot honderdzestig kilometer.

Eén kanttekening die erbij hoort: politiehelikopters staan niet in P2000. Zie je die in beeld, dan staat er dus wel wáár hij vliegt, maar niet waarom. Dat is geen omissie van ons. Die inzetten worden simpelweg niet op deze manier gealarmeerd.

Bronnen bij dit onderdeel: P2000-alarmeringen en positiegegevens uit onze eigen ontvangers · gebiedsindeling van het CBS via de PDOK Locatieserver.

Alarmering op de telefoon: nu met bevestiging

Op zondagmiddag 2 augustus ging in Urk iemand te water. Grote inzet: brandweer, KNRM, reddingsbrigade, ambulances, in totaal 23 eenheden, en een opschaling naar GRIP 1, de code die aangeeft dat de hulpdiensten hun aanpak op elkaar moeten gaan afstemmen. Op de site kwam die melding keurig binnen. Op de telefoon niet.

Dat is een klein ongemak met een groot randje eraan, want het is exact het patroon uit de inleiding: er ging niets stuk. De melding was ontvangen, correct herkend als GRIP-opschaling, netjes opgeslagen en aantoonbaar doorgestuurd. Het logboek meldde drie keer "succesvol verstuurd". En toch kwam er niets aan.

De oorzaak is een keuze die er jarenlang niet toe deed. Een melding doorgeven aan de Telegram-bot ging zonder ontvangstbevestiging. Versturen en doorlopen, zoals je een brief in de bus gooit. Zolang beide kanten draaien gaat dat goed en scheelt het tijd. Maar was de ontvangende kant net even een seconde weg (een herstart, een haperende verbinding) dan viel de melding in het niets. Niemand die het merkte: de verzender was tevreden, want hij had hem verstuurd.

Dat is nu op twee plekken rechtgezet. Bij het versturen wordt op een bevestiging gewacht. Blijft die uit, dan verschijnt dat als storing in het foutenlogboek in plaats van als "succesvol". En de ontvangende kant onthoudt zijn plek: is die kort offline, dan worden de gemiste meldingen alsnog nagestuurd zodra hij terug is. Wat je daarvoor inlevert is een tiende seconde per melding. Dat is bij een alarmering een prima ruil.

In dezelfde ronde is meteen de lengte aangepakt. Bij een grote opschaling wordt élke gealarmeerde eenheid opgesomd, en dan loopt zo'n bericht hard op, de melding uit Urk werd bijna tweeduizend tekens. Meldingen worden nu afgekapt op wat er past, met daaronder een regel die vertelt hoeveel eenheden er niet meer bij pasten, zodat je in elk geval ziet dát er meer op af ging. De kaartlink is uit het bericht gehaald en eronder gezet, waar hij zijn eigen ruimte heeft.

En dan de kleinste vondst, die het aardigst is. In de opsomming van eenheden staan namen als Logistiek & Ondersteuning en Gooi & Vechtstreek. Dat en-teken heeft in opgemaakte berichten een speciale betekenis en werd niet als gewone tekst behandeld, waardoor zo'n melding onderweg kon sneuvelen. Het gaat om twintig meldingen in het archief. Eén leesteken in een organisatienaam, en het hele bericht is weg. Ook dat, uiteraard, zonder dat er ergens iets rood ging kleuren.

Bronnen bij dit onderdeel: P2000-alarmeringen uit onze eigen ontvangers · de documentatie van de Telegram Bot API voor de opmaak- en lengteregels.

OV: van verspringende stipjes naar rijdend openbaar vervoer

Van alles in deze ronde is OV Dordrecht het verst doorgeschoten. De pagina toonde bussen als stipjes die elke seconde een eindje verderop opnieuw verschenen, en haltes met een nummer in plaats van een naam. Er is in twee dagen zoveel aan gebeurd dat een opsomming niemand meer leest, dus hier het resultaat, per onderdeel.

Vooraf één ding, want het hoort bij het verhaal van dit bericht: een flink deel van die stappen was het repareren van wat de vorige stap kapotmaakte. Een bus die de goede kant op reed maar op de verkeerde rijbaan stond. Daarna de goede rijbaan, maar met een schokje bij elke halte. Daarna vloeiend, maar hij viel stil zodra de bus even niets meldde. Zo werkt fix it forward in de praktijk: je ziet het, je repareert het, en de volgende dag zie je het volgende.

De bussen rijden nu echt

Een bus meldt zijn positie maar af en toe. Daartussenin stond hij vroeger stil om vervolgens naar zijn nieuwe plek te springen. Nu rijdt hij dóór: de site weet uit de dienstregeling hoe lang hij over elk stuk doet, en beweegt hem in dat tempo over de werkelijke route, inclusief bochten en rotondes, niet in rechte lijnen tussen de haltes.

Elk voertuig heeft daarbij zijn eigen tempo. Loopt hij achter op zijn laatst gemelde plek, dan rijdt hij wat harder tot hij bij is; zit hij te ver vooruit, dan zakt het tempo. Bij een halte weten we exact waar hij is, dus daar wordt hij opnieuw geijkt en verdwijnt alle opgebouwde afwijking in één keer. Aankomen gaat vloeiend: hij rolt de halte in en staat vanzelf stil, in plaats van er met een schokje op zijn plek gezet te worden.

Twee hardnekkige fouten zijn onderweg opgelost. Bij haltes liggen de heen- en terugweg soms een paar meter uit elkaar, en dan koos een bus telkens een andere rijbaan, waardoor hij een straat verderop opdook. En op een tweebaansweg kon hij de verkeerde kant op rijden, omdat de afstand bepaalde welke rijbaan hij volgde. Nu bepaalt de rit zelf de richting: van welke halte hij komt en welke eraan komt.

Meldt een bus een tijdje niets, dan verdwijnt hij niet meer plotseling. Hij vervaagt eerst (zichtbaar stilte, geen stilstand) en gaat er pas na vijf minuten af.

De trein is erbij

Nieuw op de pagina: vertrekborden voor Dordrecht, Dordrecht Stadspolders, Dordrecht Zuid en Zwijndrecht, met tijd, treinsoort, bestemming, spoor en de actuele vertraging. Die komen van de reisinformatie van NS, waardoor er ook bij staat wat je op het perron hoort: een spoorwijziging licht rood op, en meldingen als "Stopt niet in Blauwe Zoom" staan bij de trein zelf. Valt die bron weg, dan toont het bord gewoon de dienstregeling.

Het spoor staat op de kaart getekend, de stations staan er als eigen punten op (van Zwijndrecht tot Geldermalsen) en rijdende treinen staan erop met hun nummer en snelheid. Klik je er een aan, dan zie je wie hem rijdt, waar hij heen gaat, wat de volgende halte is en hoe laat hij daar vertrekt, welke route hij rijdt en zelfs met welk materieel.

Klik je een station aan, dan zie je wat voor station het is, welke sporen er zijn, of het zelfstandig toegankelijk is en de eerstvolgende vertrekken, ook voor Sliedrecht, Gorinchem en de rest van de lijn, dus niet alleen voor de vier grote borden.

Eén lijn verdient een aparte vermelding, omdat we daar iets doen wat we normaal juist níét doen. Van de MerwedeLingelijn wordt geen positie uitgezonden, niet door het NDOV-loket en niet door NS. Zijn plek op de kaart is dus berekend uit de dienstregeling plus de gemeten vertraging. Dat is een aanname, en dus zie je het ook: zo'n trein heeft een onderbroken rand en een tilde voor zijn nummer, en het kaartje zegt erbij dat de positie berekend is. Liever een zichtbaar geschatte trein dan een onzichtbare lijn, of erger, een geschatte trein die zich voordoet als een gemeten.

Haltes hebben weer een naam

Op de kaart stond letterlijk "Aankomst bij 53705060". De haltecode die de bussen uitzenden bleek in het landelijke dienstregelingbestand nauwelijks voor te komen: van 42 codes waren er drie te vinden. Ze staan wél in het Centraal Halte Bestand, en daarmee werd 53705060 gewoon weer Pearl Buck-erf.

Daar is een landelijke naamlijst bij gekomen van ruim 53.000 haltes, want de bussen hier rijden door naar Rotterdam en Gorinchem, en die haltes heetten "onbekend". Wat we nog steeds niet weten, blijft nu leeg in plaats van dat er een nummer staat.

Klik je een halte aan, dan krijg je de eerstvolgende vertrektijden. Rijdt er die dag niets meer, dan staat dat er expliciet bij; op zondag heeft ruim een kwart van de haltes helemaal geen dienst, en zonder die melding leest "06:27" als een bus die zo komt. Vertrektijden na middernacht stonden er trouwens als "24:01". Zo telt een dienstregeling, maar op de klok bestaat dat niet. Nu 00:01.

Elke lijn als lus, met de bussen erin

Het lijnoverzicht is een routediagram geworden: de heenweg langs de bovenlijn, de terugweg langs de onderlijn, aan de uiteinden verbonden, een buslijn rijdt tenslotte rondjes. De afstanden tussen de bolletjes kloppen met de werkelijkheid, en de rijdende bussen staan erin, op de plek waar ze zijn, met kleur naar hun stiptheid.

Het aantal lijnen met een uitgewerkte route ging van 29 naar 64, inclusief de lijnen die Dordrecht niet aandoen en de waterbussen: die rijden onder een andere vervoerder en vielen daardoor eerst buiten de dienstregeling.

Verstoringen, en snelheid

Vervallen haltes, omleidingen en tijdelijke haltes staan nu op de pagina: in de haltepopup, boven de route van de lijn, en samengevat in een balk bovenaan. Vervoerderscodes staan daarin voluit ("Connexxion" in plaats van "CXX"), en tot wanneer het duurt en naar welke halte je dan moet staan apart vermeld in plaats van verstopt in een lopende zin.

Tot slot iets wat je vooral merkt aan je accu: de kaart tekent alleen nog wat je werkelijk ziet, en alle voertuigen worden op één tekenvlak getekend in plaats van als losse elementen. Ingezoomd scheelt dat ruim negentig procent van wat de browser moet bijhouden, en het tekenwerk ging met zo'n zeventig procent omlaag. Ook met vijftig bussen tegelijk blijft het soepel.

De laatste slag

Een dag later kwamen daar nog drie dingen bij die de pagina vooral prettiger maken in het gebruik. Klik je een bus of waterbus aan, dan verschijnt meteen zijn route op de kaart met de haltes die hij aandoet; sluit je het kaartje, dan is de kaart weer precies zoals je hem had staan, had je een lijn in het filter, dan komt díe route terug. Het kaartje blijft voortaan ook aan het voertuig plakken in plaats van achter te blijven op de plek waar je klikte.

De vertrekborden bleken op een telefoon slecht leesbaar: de kleurmerkjes bij "Sprinter" en "Stoptrein" waren te licht en te klein, en wie zijn telefoon op donker had staan maar de site op licht kreeg zelfs lichtgroene tekst op wit. Opgelost. En bij een waterbus stond "Rijdt over" met daarachter de dichtstbijzijnde straat op de oever, een boot vaart, en over welke weg zegt niets. Die regel is er bij waterbussen uit.

Dat gezegd hebbende: deze pagina is in een paar dagen zo ver omgebouwd dat hij zeker nog niet af is. Er zitten ongetwijfeld nog fouten in, en een aantal dingen die we er graag bij willen hebben zitten er simpelweg nog niet in. Kom je iets tegen dat niet klopt, laat het weten. Dan staat het in een volgend bericht bij de opgeloste dingen.

Bronnen bij dit onderdeel: live voertuigposities (KV6/BISON) via het NDOV-loket · dienstregeling, routegeometrie en lijninformatie uit het landelijke GTFS-bestand · haltenamen en voorzieningen uit het Centraal Halte Bestand · verstoringen uit de landelijke GTFS-Realtime meldingen · vertrektijden, spoorinformatie en reismeldingen van de trein via NS.

DX Cluster: de live-stroom houdt nu vol

Op DX Cluster lopen de spots binnen die zendamateurs wereldwijd melden: wie hoort wie, op welke band. Die stroom komt live binnen, en dat werkte, tot hij een keer haperde. Daarna kwam hij niet meer op gang, en dat was aan niets te zien: de spots hielden gewoon op.

Het zat in de code waarmee de pagina zich aanmeldt voor die live-stroom. Die werd meegegeven op het moment dat je de pagina opende, maar was daarna maar kort geldig. Viel de verbinding even weg (wat over een langere sessie nu eenmaal gebeurt) dan kwam een herverbinding er niet meer doorheen. Die code gaat nu een uur mee, ruim genoeg voor een sessie.

In dezelfde ronde is opgeruimd wat er ná je bezoek bleef draaien: navigeerde je door naar een andere pagina, dan bleef de live-stroom openstaan. En de stroom sluit zichzelf nu na een half uur af, waarna je browser vanzelf opnieuw verbindt, zodat een vergeten tabblad geen verbinding blijft bezetten.

De tellingen in de zijbalk lopen voortaan over de volle drie uur die er bewaard worden. Dat beloofden de kopjes al, en nu doen de cijfers het ook. "Spots per uur" rekent bovendien met de tijd die er werkelijk in zit, wat vooral scheelt kort na een herstart.

Verder is de achtergrondtekst nagelopen en van bronnen voorzien. De passage over ITU-zones noemde het WAC-award, terwijl dat over werelddelen gaat, Worked All Continents; ITU-zones zijn onder meer de uitwisseling in de IARU HF World Championship. Ook de uitleg bij de zone-informatie op de QTH-locator is meegenomen, en de twee pagina's verwijzen nu naar elkaar door: op de QTH-locator staan die zones namelijk op de kaart.

Tot slot iets wat er nu expliciet bij staat, omdat het anders op een vergissing lijkt: de bandgrenzen op deze pagina zijn ruimer dan op het bandplan. Dat is bewust. Het bandplan toont de indeling voor onze regio; een DX-cluster ziet de hele wereld, inclusief Noord- en Zuid-Amerika waar bijvoorbeeld de 40-meterband verder doorloopt. Met onze eigen grenzen zou een Amerikaanse spot op 7,25 MHz onder "overig" belanden in plaats van op 40 meter.

Bronnen bij dit onderdeel: spots van het DX-cluster · de DXCC-entiteitenlijst waarop de landenherkenning draait · WAC-voorwaarden van de ARRL · contestregels van de IARU en de RSGB voor de zone- en uitwisselinguitleg.

QTH-locator: van rekenhulpje naar kaart

De QTH-locator rekende locators om naar posities en terug. Nuttig, maar niet meer dan dat. Er is deze ronde flink wat bij gekomen, en één ding weer afgehaald.

Nieuw is dat je in het zoekveld ook gewoon een roepletter kunt invullen, PA3BWK, W1AW. De kaart springt naar dat station en rekent meteen afstand, peiling en bandadvies uit vanaf jouw eigen locatie. Is er van dat station geen locator bekend, dan komt de positie uit de woonplaats, en dan staat er ook eerlijk bij dat het een benadering is.

Het berekende pad loopt nu als grootcirkel over de kaart in plaats van als rechte lijn. Dat is niet cosmetisch: bij een pad naar Japan scheelde die rechte lijn duizenden kilometers met de route die het signaal werkelijk aflegt. De peiling eronder klopte overigens al wel. Het was alleen de lijn op de kaart die iets anders beweerde dan het getal ernaast. Sla je je eigen locatie op, dan komt er een kompasroos omheen te staan waarop je afleest waar je de beam heen draait, en een nieuwe knop tekent de grayline met jouw zonsopkomst en -ondergang erbij. Onder een berekende afstand staat voortaan welke banden op dát pad op dit moment kansrijk zijn, met dezelfde ionosondeberekening als de propagatiepagina.

Verder zijn de IARU-regio's als kaartlaag toegevoegd, met de landen per regio ingekleurd en de regio erbij in elke locatie-popup. Dat is meer dan een plaatje: het bandplan verschilt per regio, dus het maakt uit in welke je zit. Bij het schrijven van die uitleg zijn de bestaande achtergrondteksten nagelopen bij de bron, en daar klopten vier dingen niet. Een locator van acht tekens is ongeveer 570 bij 460 meter, niet 150 bij 75. De CQ-zonekaart komt uit 1934 en niet uit de jaren vijftig, en is juist uitdrukkelijk getekend zónder naar amateuractiviteit te kijken. En de nummerreeksen per werelddeel stonden verkeerd om.

Tot slot drie kleinigheden die je vooral merkt als je de pagina echt gebruikt. Een plek is nu te delen met een link: één klik zet hem op je klembord, en wie hem opent kijkt meteen naar diezelfde locator. Je kunt je eigen locator ook uit je apparaat laten overnemen in plaats van hem over te typen, alleen die locator wordt bewaard, in je eigen browser, niet je precieze coördinaten. En in de popup staat de locator los in vier, zes, acht en tien tekens, elk met één klik te kopiëren: een contest wil er vier, satelliet- en SOTA-werk acht.

Het afgehaalde: er zat kort een knop op die alle Nederlandse relais- en bakenvergunningen als losse stipjes over de zones heen legde. Op een pagina waar je met locators, afstanden en peilingen bezig bent liepen dat twee verhalen door elkaar, en het beeld werd er vooral drukker van. Die vergunningen staan onveranderd op hun eigen pagina, waar ze doorzoekbaar zijn en meer context hebben dan een stip op een kaart. Iets weer weghalen hoort er net zo goed bij als iets toevoegen.

Bronnen bij dit onderdeel: de IARU voor de regio-indeling en de bandplannen · de ITU voor de regiogrenzen · QRZ voor de stationsgegevens · de vergunningenregisters van de RDI · de CQ-zonekaart zoals gepubliceerd door CQ Magazine.

Propagatie: de bron die wegviel, en een pagina die zichzelf nakijkt

Van alle pagina's is Propagatie deze ronde het grondigst herzien. Die pagina voorspelt hoe goed de kortegolf het op dit moment doet, en dat is een voorspelling, dus hoort er ook bij dat je kunt zien hoe vaak hij het bij het rechte eind heeft. Daar gaat dit hoofdstuk grotendeels over.

De bron die er zomaar uitlag

Begin met wat er misging, want dat is het duidelijkste voorbeeld van fix it forward in deze hele ronde. De hele pagina rekent op ionosondes: meetstations die van onderaf de ionosfeer aftasten en zo bepalen tot welke frequentie die het signaal nog terugkaatst. Al die metingen kwamen van één plek: het GIRO-netwerk. En dat lag er een etmaal uit. Geen storingsmelding, geen onderbreking: de metingen werden gewoon ouder en ouder, en de berekening van de bandgrenzen viel stil.

Daar is een tweede bron voor bij gekomen: eSWua, het meetnet van het Italiaanse onderzoeksinstituut INGV. Dat meet gewoon door, en zelfs vaker dan GIRO: elke vijf minuten in plaats van elk kwartier. Op het moment van inbouwen leverden Sopron, Rome, La Spezia en Gibilmanna metingen van acht minuten oud, terwijl GIRO al vijftien uur zweeg. De analyse stond daarmee meteen weer op de pagina. La Spezia is bovendien een station dat we via GIRO helemaal niet binnenkregen.

De stations worden niet meer met de hand gekozen

Bij dat uitzoekwerk bleek iets ongemakkelijks. Er stonden zes stationscodes met de hand ingetypt, en één daarvan (Chilton), had al 711 dagen niets geleverd. Terwijl Fairford, zestig kilometer verderop, elk kwartier gewoon meet en simpelweg niet werd opgehaald omdat het niet in dat lijstje stond.

Nu doet elk station binnen tweeduizend kilometer mee, en weegt het mee naar afstand: de ionosfeer boven Dourbes lijkt nu eenmaal meer op die boven ons dan die boven Rome. Dat leverde meteen vier bruikbare stations op die we nog niet gebruikten. Stations die al dagen stilliggen verdwijnen uit de tabel (een waarde van twee jaar oud is geen meting, ook niet doorgestreept) maar ze worden nog wel elk kwartier bevraagd, dus komt er één terug, dan staat hij vanzelf weer tussen de metingen. Onder de tabel staat welke er slapen en hoe lang al.

Ook rechtgezet: een stad met meerdere instrumenten (Rome heeft er drie) telde drie keer mee in plaats van één keer. En de pagina noemde station EB040 "El Arenosillo", terwijl dat Roquetes is, El Arenosillo ligt ruim zeshonderd kilometer verderop. De namen komen nu rechtstreeks van de bron.

De pagina houdt zichzelf een spiegel voor

Het interessantste is misschien wel dit: de pagina houdt bij hoe vaak zijn eigen voorspelling klopte, door hem te vergelijken met de verbindingen die er op dat moment werkelijk gemaakt werden. Dat cijfer staat er gewoon bij, met het aantal metingen erbij, zodat je zelf kunt zien hoeveel gewicht het heeft.

Die zelfmeting legde onmiddellijk een fout bloot. Op 10 meter stond in 86 procent van de gevallen "gesloten" terwijl er wel degelijk verbindingen waren. De oorzaak: het model kende Sporadische E, een verschijnsel dat in de zomer banden kan openen die volgens de gewone berekening dicht horen te zitten, alleen op 6 en 4 meter, terwijl het juist ook 10, 12 en 15 meter opent.

En de meting is daarna zelf nog eens nagekeken, want die deugde ook niet helemaal. Zei de pagina "open" terwijl er niets te horen was, dan telde dat als onbeslist, waarmee je je eigen cijfer kon opkrikken door overal maar "open" te roepen. Nu tellen beide soorten fout mee, en heet "stil" alleen nog onbeslist als het op dat uur van de dag ook normaal stil is op die band. Onder de trefzekerheid staat er daarom bij dat we nog aan het trainen zijn: sinds 3 augustus telt de meting beide fouten, en pas vanaf 17 augustus gaan we op grond daarvan de drempels bijstellen, en alleen als de meting tot die tijd is blijven lopen.

Wat er nog meer aan veranderde

De conditiescore zat als klein cijfertje in een tegel met zijn opbouw verstopt achter een tooltip. Die heeft nu een eigen blok bovenaan, en ga je er met de muis overheen, dan klapt de hele berekening open: elke bron met zijn gemeten waarde en het aantal punten dat hij bijdroeg, opgeteld tot het cijfer dat er staat. Daaronder staat wat niet meetelde en waarom, want dat de ionosondes zwijgen is minstens zo bepalend voor de waarde van dat cijfer als wat er wél in zit.

De score luistert bovendien naar onze eigen ontvanger in Dordrecht. Tot nu toe kwam alles van satellieten, ionosondes en modellen; nu telt ook mee wat hier daadwerkelijk binnenkomt, per band afgezet tegen wat op dat uur normaal is. Staat de ontvanger stil, dan weegt hij niet mee, en dan zegt de pagina dat erbij, want anders zou een kapotte antenne als slechte condities worden gelezen. Nieuw in de score zijn verder de gemeten protonenflux (die zat wel op de pagina maar niet in het cijfer, terwijl een protonenstorm de poolpaden urenlang dichtgooit zonder dat de gebruikelijke indices iets bijzonders laten zien), een vooruitblik op de kans op een radioblackout, en de toestand van de F2-laag na een storm: die blijft een dag verzwakt terwijl de indices al hersteld zijn.

Inhoudelijk zijn er ook cijfers rechtgezet die simpelweg fout stonden. De proton- en elektronenflux werden getoond met een waarde van de ene bron maar met de drempels van een andere ernaast gelegd. Daardoor meldde de pagina "Extreem" en "Zeer Hoog" terwijl de satellieten op datzelfde moment rustige achtergrondwaarden maten. Beide komen nu rechtstreeks van de meetsatellieten, in de eenheid waarin die schalen ook echt gedefinieerd zijn. Verder: Kp 7 is een sterke storm, niet een ernstige, en de aurora-index loopt van 0 tot 10.

De pagina laadt ten slotte merkbaar lichter. De röntgengrafiek stuurde een etmaal aan metingen mee op halveminuutresolutie met zestien cijfers achter de komma, waar één meting per minuut op drie cijfers hetzelfde beeld geeft, zeventig kilobyte minder per bezoek, en de pieken blijven gewoon staan. Alle dertien uitlegblokken hebben nu een zichtbare bronregel.

Bronnen bij dit onderdeel: ionosondemetingen van het GIRO-netwerk en van eSWua (INGV, DOI 10.13127/ESWUA/HF) · zonne- en ruimteweergegevens van NOAA SWPC en de GOES-satellieten · verbindingsmeldingen uit het wereldwijde spotnetwerk · onze eigen ontvanger in Dordrecht.

De grafiek die niets te melden had

Op de scheepvaartpagina staat sinds kort een dagritme: hoe druk het per uur van de dag normaal is op het water. Zo'n curve moet zichzelf opbouwen (je hebt eerst metingen nodig voordat je kunt zeggen wat normaal is) en daarom stond er bij de introductie netjes: "De metingen lopen sinds vandaag. Zodra er van een uur genoeg metingen zijn, verschijnt de curve hier."

Een etmaal later stond die zin er nog steeds. En dat is het patroon uit de inleiding in zijn zuiverste vorm: er was niets stuk te zien. De tekst was niet fout, hij was alleen niet meer waar. Er werd namelijk helemaal niets gemeten. Het onderdeel dat elke vijf minuten een meting had moeten wegschrijven kon niet starten, gaf dat netjes door aan het systeem dat het opstartte, en dat systeem gooide de klacht weg. Elke vijf minuten opnieuw, een etmaal lang, zonder één regel in het foutenlogboek.

Wat er is veranderd is niet zozeer de reparatie zelf, want die was klein. Het is dat zo'n mislukte start zichzelf nu meldt: kan een achtergrondtaak niet beginnen, dan staat dat voortaan als storing in het logboek in plaats van in de prullenbak. Bij de controle die daarop volgde bleken er nog drie andere taken op precies dezelfde manier stil te staan, waaronder die de gegevens van de energiecentrales bijwerkt, die daardoor helemaal geen gegevens had. Alle vier draaien weer.

Dat de nieuwe melding werkt, bleek sneller dan gehoopt. Twaalf uur later stond er een verse regel in het logboek: alweer een taak die niet kon starten, ditmaal eentje die diezelfde dag voor de OV-pagina was gemaakt. Nu binnen vier seconden opgemerkt en opgelost, in plaats van na een dag.

De grafiek zelf, tot slot, is eerlijker geworden over zichzelf. Staat er nog geen curve, dan zegt hij er nu bij hoeveel metingen er al zijn. Dan zie je het verschil tussen een grafiek die nog aan het vullen is en een grafiek waar niets in komt.

Bronnen bij dit onderdeel: onze eigen AIS-ontvanger.

Vliegverkeer: de ingreep hielp, maar niet helemaal

In deel 2 stond dat de eigen ontvanger voor vliegverkeer moeite had met toestellen die laag en dichtbij vliegen. Die komen zó hard binnen dat het signaal vervormt, en dan vallen er gaten in het spoor. Juist boven de stad dus. Daarom draait er een tweede bron mee die alleen díe gaten opvult.

Eind juli is dat bij de ontvanger zelf aangepakt, door de versterking flink terug te zetten. Dat werkte: de vervorming is helemaal weg. En daarmee kwam de vraag op of die tweede bron nog wel nodig was, want een aanvulling die niets meer aanvult kun je beter uitzetten dan laten meedraaien.

Dat is nu twee keer een half uur gemeten, en het antwoord is genuanceerder dan verwacht. Het normale spoor is inderdaad gezond geworden: waar de posities eerst met tellen achterbleven, volgen ze elkaar nu vloeiend op. Maar de gaten zijn er nog, en precies waar ze altijd zaten: recht boven Dordrecht. Een toestel op 1,8 kilometer afstand hield een gat van bijna dertig seconden over, eentje op drie kilometer zelfs veertig. In dat halve uur vulde de tweede bron ruim vierhonderd keer zo'n gat op, en leverde hij tweehonderdzestig keer een toestel dat hier op dat moment helemaal niet binnenkwam.

De verklaring is dat het gat twee oorzaken had, en dat er maar één van is weggenomen. De vervorming is opgelost. Maar een antenne die rondom uitkijkt heeft recht boven zich vrijwel geen gevoeligheid, een blinde kegel, en dat is een eigenschap van de vorm van de antenne, geen instelling. Daar helpt geen versterking tegen. De tweede bron blijft dus meedraaien, en dat is precies de uitkomst waar we op hoopten toen we besloten eerst te meten in plaats van te schrappen.

Bronnen bij dit onderdeel: onze eigen ontvanger in Dordrecht · aanvullende posities van adsb.fi en airplanes.live.

Luchtkwaliteit: wat er in de lucht zit, en wat een norm eigenlijk zegt

Op Luchtkwaliteit stonden acht stoffen met een meetwaarde erbij: koolmonoxide, stikstofmonoxide, stikstofdioxide, ozon, zwaveldioxide, ammoniak en fijnstof in twee maten. Een getal, een kleurtje, en verder mocht je het zelf uitzoeken. Daar staat nu bij elke stof waar hij vandaan komt, wat hij met je doet en wat hij met de omgeving doet.

Sommige daarvan zijn ronduit verrassend. Ammoniak (dé stof achter de stikstofcrisis), is voor mensen in de buitenlucht zelden direct gevaarlijk, maar reageert in de lucht met zwavel- en stikstofdioxide tot ammoniumzout, en dát is weer fijnstof. De landbouw draagt zo indirect bij aan een probleem waar je hem niet meteen bij zou plaatsen. Ozon is een schoolvoorbeeld van context: op tien kilometer hoogte beschermt hij ons tegen uv-straling, op straatniveau is hij een agressief prikkelend gas. En koolmonoxide bindt ruim tweehonderd keer sterker aan je bloed dan zuurstof, wat verklaart waarom een lage dosis aanvoelt als een beginnende griep, precies de reden dat een CO-melder in huis geen luxe is.

Waarom dit hoofdstuk op zich liet wachten

Zulke teksten schrijven is niet het probleem. Er een getal in zetten wel. Want zodra je "de norm is zoveel" opschrijft, moet dat kloppen, en bij luchtkwaliteit is dat een mijnenveld, omdat er twee soorten getallen naast elkaar bestaan die allebei "norm" heten.

De WHO publiceert advieswaarden: wat er vanuit gezondheid gezien wenselijk is. De EU stelt grenswaarden vast: wat er wettelijk is toegestaan. Die twee lopen ver uiteen, en de WHO heeft haar advieswaarden in 2021 fors aangescherpt. Voor stikstofdioxide ging het jaargemiddelde van 40 naar 10 microgram per kubieke meter, een factor vier. Wie de oude waarde als "de WHO-norm" presenteert, laat de lucht dus vier keer schoner lijken dan de huidige gezondheidskundige inzichten rechtvaardigen. Die 40 is trouwens niet zomaar fout: het is nog steeds de geldende wettelijke EU-grenswaarde. Alleen is het niet wat de WHO adviseert. Bij elk getal moet er dus bij staan wélke van de twee je bedoelt, en dat staat er nu ook.

Bij de controleronde die daarop volgde bleek de rest van de cijfers te kloppen, maar viel iets anders op: de sectie die verreweg de meeste feitelijke beweringen doet, was als enige zonder eigen bronvermelding. Alle andere uitlegblokken op die pagina hadden er al een. Die staat er nu onder.

En alleen fijnstof en stikstofdioxide hádden een advieswaarde; bij ozon, zwaveldioxide en koolmonoxide stond geen enkel getal. Die zijn er nu bij gezet, rechtstreeks uit de richtlijn zelf. Daarbij hoort één ding dat makkelijk misgaat: de middelingstijd verschilt per stof. Fijnstof en stikstofdioxide hebben zowel een jaar- als een 24-uurswaarde, ozon werkt met het hoogste 8-uursgemiddelde van de dag én een gemiddelde over het zomerhalfjaar, en zwaveldioxide en koolmonoxide kennen alleen een 24-uurswaarde. Een momentane meting die boven zo'n getal uitkomt is dus nog geen overschrijding, en daarom staat de middelingstijd er nu overal expliciet bij. Koolmonoxide is bovendien de enige die in milligram wordt uitgedrukt in plaats van microgram; dat is een factor duizend, dus daar wil je niet in verdwalen.

Eén stof heeft er als enige géén: ammoniak. De WHO-richtlijn dekt precies zes stoffen, en ammoniak zit daar niet bij. Dat is geen omissie maar een keuze van de WHO zelf: het probleem met ammoniak zit niet zozeer in wat je inademt, maar in wat het met ecosystemen doet, en in het fijnstof dat het indirect vormt. Ook dat staat er nu bij, want "geen waarde bekend" is iets anders dan "we zijn hem vergeten".

Datzelfde geldt voor de index bovenaan de pagina. Die volgt de Europese luchtkwaliteitsindex, en het Europees Milieuagentschap heeft de klassengrenzen daarvan in 2024 herzien, maar onze databron rekent nog met de oude indeling. Dat is geen fout die we kunnen repareren zonder zelf van de bron af te wijken, dus staat het er gewoon bij.

Gemeten of gerekend?

Bij het nalopen van die teksten viel iets op wat losstond van de getallen zelf: de tegels bovenaan lezen als een meting (een waarde, een kleurtje, een oordeel) maar het zijn berekende waarden. Ze komen uit een model met een raster van tientallen kilometers, doorgerekend naar één punt in Dordrecht. Er staat geen sensor. Dat stond wel uitgelegd, maar in een uitklapblok onderaan, en daarmee dus feitelijk nergens. Nu staat het boven de cijfers waar het hoort.

Daaronder staan de waarden van het RIVM-meetstation, en dat is wél een meting. Dat blok stond in smalle tegels waarin de tekst lag te wringen; het heeft nu dezelfde opmaak, dezelfde balk en dezelfde schaal als het blok erboven, met een groen icoon zodat je aan de kleur ziet welke van de twee gemeten is. Die gelijke schaal is geen detail: twee blokken die er hetzelfde uitzien maar langs een andere maatlat oordelen, is verwarrender dan twee blokken die verschillen.

Bij de vergelijking tussen die twee stond alleen "+5,9", zonder erbij te zeggen waarvan. Er staat nu voluit dat het model 7,5 berekende en de meting 5,9 hoger uitkwam. Met de kanttekening die daarbij hoort: een verschil is geen fout. Het model beschrijft een gebied van tientallen kilometers, het station één plek aan de Bamendaweg. Bij de meting wegen de advieswaarden trouwens zwaarder, want dat is de lucht zoals hij hier werkelijk is.

Ook uitgezocht: de kleurschaal goed/matig/slecht op de tegels blijkt van de leverancier van de modelgegevens te komen en niet van de WHO. Dat stond nergens vermeld, en nu wel. Het zijn twee verschillende oordelen over hetzelfde getal.

Waarom het advies zegt wat het zegt

Het gezondheidsadvies bovenaan gaf een oordeel zonder uitleg. Dat komt van de Europese index, en die werkt anders dan je zou denken: het is niet het gemiddelde van de vijf deelscores maar de hóógste. Eén stof kan het hele oordeel dus in zijn eentje naar "slecht" trekken terwijl de rest gewoon goed staat, op een warme zomerdag is dat vrijwel altijd ozon. Die bepalende stof staat er nu bij, met de eerstvolgende deelscore ernaast, zodat je ziet hoe scheef de verdeling is.

Eén ding dat wél stuk was

De gemeten waarden van het meetstation waren er soms niet: het hele blok verdween dan van de pagina. Er werd drie uur teruggekeken, terwijl het RIVM zijn gecontroleerde uurgemiddelden soms later publiceert. Kwam er niets terug, dan werd de vorige meting ook nog eens overschreven met niets. Er wordt nu zes uur teruggekeken, en een leeg antwoord laat gewoon staan wat er stond.

Daar hoort een tweede maatregel bij: staat een meting meer dan drie uur stil, dan krijgt hij een waarschuwingsdriehoekje met de leeftijd erbij. Juist bij ozon telt dat, want dat loopt door de middag hard op, een waarde van drie uur oud is dan iets anders dan "nu".

Op één storing na is dit hoofdstuk vooral het minst spectaculaire van dit bericht: er is weinig kapot geweest, er is vooral nagelopen en verantwoord. Maar het hoort er net zo goed bij, want het is dezelfde afweging als overal op deze site, liever een getal met een bronregel eronder dan een getal dat lekker stellig oogt.

Bronnen bij dit onderdeel: WHO Global Air Quality Guidelines 2021 · de EU-luchtkwaliteitsrichtlijn voor de wettelijke grenswaarden · het RIVM en Luchtmeetnet voor de gezondheids- en milieueffecten en de luchtkwaliteitsindex · het Europees Milieuagentschap voor de Europese index · metingen van het RIVM-meetstation Dordrecht-Bamendaweg en modelwaarden uit het Europese CAMS-model.


Nog lang niet af

Ja er komt waarschijnlijk nog wel een deel 4 en wellicht ook nog een 5 etc... (we zien wel)

Bij een bericht over reparaties past geen slotzin waarin alles opgelost is. Dat is het namelijk niet. De site is niet bugvrij: er zitten fouten in die we nog niet gevonden hebben, en een aantal die we wél kennen maar nog niet hebben aangepakt. Er staan ook nog volop functies op de lijst die er nog niet in zitten.

Dat is geen excuus vooraf, maar hoe het werkt. Deze site wordt gebouwd terwijl hij in de lucht is, door één iemand, in de avonduren. Er komt doorlopend iets bij, en met elke toevoeging komt de kans op iets dat elders scheef gaat. Daar wordt aan gewerkt, en dat "eraan gewerkt wordt" is precies wat je in deze drie berichten hebt kunnen lezen.

Dus: kom je hier iets tegen dat raar is, of ronduit onlogisch, een getal dat niet kan kloppen, een kaart die iets geks doet, een knop die niet doet wat je verwacht: dan is dat waarschijnlijk gewoon een bug. Iets wat net gebouwd is en nog niet goed genoeg getest, of een nieuwe functie die ergens anders iets omver duwde. Trek het je vooral niet aan en ga er niet lang mee worstelen. Het valt op, het komt op de lijst, en het wordt vanzelf gefixt.

Merk je iets op dat niet klopt, of mis je iets? Laat het gerust weten, dan gaat het sneller. Een flink deel van wat in deze berichten staat, is gevonden doordat iemand ergens over struikelde, en dat is precies hoe fix it forward hoort te werken.

Naar het bericht
zaterdag 1 augustus
Grote onderhoudsronde deel 2: P2000 in gewoon Nederlands, scheepvaart en vliegverkeer scherper in beeld
Redactie

Grote onderhoudsronde deel 2: P2000 in gewoon Nederlands, scheepvaart en vliegverkeer scherper in beeld

In deel 1 stond dat er een tweede bericht zou komen. Hier is het, en het is opnieuw een flinke lap geworden, want er is de afgelopen dagen stevig doorgewerkt. De rode draad is dezelfde als vorige keer, maar dan een slag dieper. Ging deel 1 vooral over nieuwe functies en gecontroleerde cijfers, deze ronde draait...

update website
Lees verder

Grote onderhoudsronde deel 2: P2000 in gewoon Nederlands, scheepvaart en vliegverkeer scherper in beeld

Redactie
Dordrecht
Dordrecht

In deel 1 stond dat er een tweede bericht zou komen. Hier is het, en het is opnieuw een flinke lap geworden, want er is de afgelopen dagen stevig doorgewerkt.

De rode draad is dezelfde als vorige keer, maar dan een slag dieper. Ging deel 1 vooral over nieuwe functies en gecontroleerde cijfers, deze ronde draait om iets anders: begrijpen wat je ziet. Een alarmering in codetaal uitschrijven naar gewoon Nederlands. Een melding op de juiste hectometerpaal zetten in plaats van ergens op de weg. Een schip niet alleen tonen, maar erbij zetten op welke vaarweg het vaart en waarom die diepgang er nu toe doet. En overal: erbij zeggen wat we níét weten.

Er zitten ook een paar stevige fouten tussen die we onderweg tegenkwamen, waaronder een feed die vier weken stilstond zonder dat iets dat meldde, en een teller die een factor duizend verkeerd stond. Die staan er gewoon in. Ze zijn gevonden dóór te controleren, en dat is precies waar deze ronde over gaat.

Ook dit bericht past er niet in één keer in: er komt nog een deel 3.

P2000: van codetaal naar een leesbare melding

In deel 1 kreeg P2000 al een nieuw uiterlijk. Deze keer ging het niet over hoe de meldingen eruitzien, maar over wat er staat, en waar ze op de kaart terechtkomen.

Een alarmering is geschreven voor de hulpverlener die hem op zijn pager krijgt, niet voor de meelezer. Het resultaat is compacte codetaal:

A2 DP2 Leidschendam-Voorburg Via Donizetti VOORB VWS 15110

Wie dat niet dagelijks leest, ziet een regel ruis. Dat is op vier fronten aangepakt.

1. Afkortingen worden uitgeschreven

Er ligt nu een woordenlijst achter de pagina die afkortingen omzet naar gewone taal: BR wordt Brand, DIA wordt directe inzet ambulance, SEH wordt spoedeisende hulp. Bij een deel van de termen wordt de afkorting bewust laten staan met de uitleg als tooltip, omdat vervangen de zin onleesbaar zou maken.

Twee dingen die daarbij principieel zijn:

  • Er wordt niet gegokt. Een foute uitleg bij een hulpdienstmelding is erger dan geen uitleg. Afkortingen die we niet hard konden maken, krijgen een toelichting met de vermelding dat ze niet geverifieerd zijn, géén vervanging. Zo blijft OMS staan zoals het er staat, omdat het net zo goed om een handmelder als om een automatische melding kan gaan.
  • Elke melding heeft een knop origineel. Eén klik en je ziet de onbewerkte tekst zoals hij binnenkwam. Er gaat dus nooit informatie verloren; de uitleg ligt eroverheen, niet ervoor in de plaats.

Een paar termen zijn onderweg uitgezocht en verklaard, waaronder eentje die in Haaglanden en Hollands Midden ruim drieduizend keer in ons archief staat:

VWS. Voorwaardescheppend. Geen incident, maar dynamisch ambulancemanagement: de ambulance rijdt zónder patiënt naar een strategisch punt om de dekking in de regio op peil te houden. Er is dus niets aan de hand op de genoemde plek.

Datzelfde geldt voor de DP-codes (dekkingspunten) die daarbij horen: DP2 is Voorburg, DP4 Delft, DP5 Westland, DP6 Nootdorp. Een officiële lijst daarvan bestaat niet, de lijstjes die rondzwerven komen van hobbyisten en lopen achter, omdat nummers hergebruikt worden voor een nieuwe locatie. Wij leiden ze daarom af uit ons eigen archief van twee maanden meldingen, waarin de straat altijd meekomt, en dat wordt wekelijks opnieuw gecontroleerd. Twee nummers uit de rondzwervende lijsten bleken achterhaald.

Ook plaatsnaam-afkortingen worden uitgeschreven: VOORB wordt Voorburg, NOOTDP Nootdorp. Staat de plaatsnaam al voluit in de melding, dan blijft het bij een tooltip, anders krijg je "Papendrecht Papendrecht".

2. De meldingstekst wordt niet langer stukgemaakt

Voordat er een adres uit een melding gehaald kan worden, wordt de tekst opgeschoond: prioriteitscode en ritnummers eraf. Daar zaten twee fouten in die precies het tegenovergestelde deden.

De prioriteitscodes werden niet alleen vooraan weggehaald, maar overal in de tekst, en één daarvan is A2. Dat is óók een snelweg. En de losse cijfers 1 en 2 werden overal geschrapt, waardoor hectometreringen sneuvelden.

in de meldingwerd hiervoorwordt nu
Aanrijding letsel A2 Li 57,6 Utrecht57,6 Utrechtongewijzigd
letsel A28 35,2letsel8 35,A28 35,2
N3 1,4N3 ,4N3 1,4

Nagemeten over ruim 75.000 meldingen verandert er bij 1,9% iets, en elk bekeken verschil is winst. Een melding op de A2 of A28 werd dus stelselmatig van zijn wegnummer beroofd, en belandde daarna ergens in de buurt in plaats van op de weg.

3. Meldingen op de snelweg staan op de juiste plek

Een P2000-melding op de snelweg noemt vrijwel altijd een hectometrering. Het getal op de blauwe paaltjes in de berm, bijvoorbeeld A16 Re 21,3. Dat is de precieze plek van het incident, tot op honderd meter nauwkeurig.

Tot nu toe deed de kaart daar niets mee. Een melding op de N3 bij Papendrecht belandde op het middelpunt van die weg, en élke melding op dat wegvak kreeg daardoor exact dezelfde speld. Gemiddeld zat de marker er zo'n achthonderd meter naast, genoeg om aan de verkeerde kant van een afrit of viaduct uit te komen.

Vanaf nu wordt die hectometrering opgezocht in het Nationaal Wegenbestand, het officiële wegenregister van Rijkswaterstaat, en komt de melding op de werkelijke hectometerpaal te staan. Ook de rijbaan telt mee: links en rechts liggen op een snelweg vijftien tot tachtig meter uit elkaar, dus dat is geen detail. Noemt de melding geen rijbaan, dan wordt hij ook niet verzonnen. Dan pakt de kaart het midden.

De omschrijving onder de melding verandert mee. Waar eerder een postcode stond die eigenlijk nergens op sloeg. Die hoorde bij het punt waar de zoekmachine de snelweg toevallig raakte, niet bij het incident, staat nu gewoon:

A12 linkerrijbaan hectometer 8,1

Van alle meldingen bevat ongeveer 1,7% zo'n hectometrering; daarvan vindt 99,2% een exacte paal. De enkele misser is een weg waarvan de hectometrering onder een ander wegnummer valt. In dat geval valt de melding netjes terug op plaatsniveau, liever grof goed dan precies fout.

4. Testmeldingen staan niet meer tussen het echte werk

Ongeveer 7,4% van al het P2000-verkeer is een test: proefalarmen, pagercontroles, systeemberichten. Die staan nu standaard verborgen, met een knop in de werkbalk om ze alsnog te tonen, en een grijze TEST-badge zodat je altijd ziet waar je naar kijkt.

Er zit één bewuste terughoudendheid in dat filter. Er wordt alleen gefilterd op hele woorden in de tekst, niet op capcodes die als testcode bekendstaan, en niet op tekstfragmenten. Dat laatste zou Materials Testing Veendam, de Testerstraat en de Protestantse Kerk als test bestempelen. En dat eerste bleek bij het nameten over twee maanden meldingen twee echte grote incidenten te verbergen: een industriebrand in Oss en een GRIP 2-gebouwbrand aan de Slinge in Rotterdam. Die kwamen binnen op een capcode die "Proefalarm/Test GRIP" heet maar óók voor echte opschalingen wordt gebruikt. Een filter dat een GRIP 2 verbergt is erger dan een paar testmeldingen te veel, dus dat signaal gebruiken we niet.

5. Reddingboten bij naam, en een vangnet bij storing

KNRM- en Kustwachtmeldingen eindigen op een rij tekstcodes: Vaartuig gekapseisd / MBK, AND. Een officiële vertaling van die codes bestaat niet. Uit ons eigen archief is er wél een af te leiden (welke code verschijnt structureel samen met welke eenheid) en dat leverde veertig codes op met voldoende zekerheid. Zo weet je nu dat er een reddingboot met een naam achter zit: MKN1 is de Frans Verkade, STEbu de Antoinette, CG06 de SAR-helikopter Rescue 06 uit Den Helder. Codes die altijd samen alarmeren en dus niet te scheiden zijn, blijven staan zoals ze zijn, zie hierboven, niet gokken.

Tot slot een storingsvangnet. Onze eigen ontvanger kan uitvallen; dat is een keer gebeurd en duurde toen bijna negentien uur. Normaal zit er mediaan elf seconden tussen twee meldingen, dus tien minuten stilte is geen rustige avond maar een storing. Gebeurt dat, dan meldt de pagina dat met een duidelijke banner en vult hij de lijst tijdelijk aan met meldingen van p2000-online.net, met bronvermelding erbij. Zodra de eigen ontvanger weer loopt, verdwijnt dat vanzelf.

Bronnen bij dit onderdeel: hectometerpalen uit het Nationaal Wegenbestand (Rijkswaterstaat, via PDOK) · capcodegegevens uit de openbare capcodedatabase · reserveberichten van p2000-online.net · afkortingen en dekkingspunten afgeleid uit ons eigen meldingenarchief.

Luchtverkeer: meer te zien, en het beweegt eindelijk vloeiend

Luchtverkeer toonde tot nu toe vooral stipjes met een vluchtnummer. Er zat meer in de ontvangen gegevens dan we lieten zien, en de kaart bewoog schokkerig. Allebei aangepakt.

Elk toestel met type en silhouet

De ontvanger levert bij elk toestel niet alleen een registratie maar ook een typecode mee. Die lazen we niet uit: van een KC-135R tankvliegtuig wisten we dus niets, behalve dat er iets vloog.

Nu wordt bij elk toestel het model erbij gezocht in de officiële typeregistratie van de ICAO (Doc 8643, ruim 2.600 typecodes): Boeing 737-800, Airbus A320neo, AW-139, F-16. En het icoontje op de kaart is niet langer voor iedereen hetzelfde vliegtuigje maar een silhouet dat bij het type hoort: 88 vormen, van een viermotorige widebody tot een helikopter, een gyrocopter en een Chinook met zijn twee rotoren.

Dat kiezen van de juiste naam bleek trouwens een dingetje: 1.350 van die typecodes dekken meer dan één model, omdat elke licentiebouwer een eigen regel heeft. Simpelweg de kortste naam pakken leverde "F-16 Netz" (de Israëlische variant) en "AB-139" in plaats van "AW-139" op. Er wordt nu gekozen op hoe gangbaar een naam is; de overige varianten staan erbij vermeld.

Toch bleven er toestellen over die nergens in thuis te brengen waren. De database die met de ontvanger meekomt is namelijk een momentopname uit het softwarepakket, en de onze liep achter, alles wat daarna is geregistreerd ontbrak. Die is inmiddels bijgewerkt, wat het grootste deel oploste.

Voor wat er dan nog overblijft is er een derde laag: de openbare toestellendatabase van OpenSky, ruim een half miljoen registraties, die maandelijks lokaal wordt bijgewerkt. Geen wondermiddel: van de zeven onbekende toestellen in een steekproef kende OpenSky er twee, waaronder een Tecnam die verder nergens in stond, maar het sluit een reëel gat, en het werkt zonder dat er tijdens je bezoek iets naar buiten hoeft.

Route, maatschappij en logo

Een ADS-B-uitzending bevat géén route: een toestel zendt zijn vluchtnummer uit, niet waar het vandaan komt of naartoe gaat. Dat wordt er nu bij opgezocht, zodat je bij een lijnvlucht ziet welke maatschappij het is en tussen welke luchthavens hij vliegt, met het logo van de maatschappij erbij.

Die logo's staan op onze eigen server, niet hotlinked. Dat is een bewuste keuze: de pagina blijft dan werken als de leverancier ermee stopt of traag wordt, en er gaat geen verzoek van jouw browser naar een derde partij.

De kaart beweegt vloeiend, en waarom dat eerder niet lukte

Toestellen bewogen schokkerig: ze schoten vooruit en stonden dan stil tot de volgende meting. Er zat al een vloeiend-maak-laag in, en die was juist de oorzaak. Het gebruikte een versnellen-en-afremmen-curve, waardoor een marker binnen één cyclus naar twee keer de werkelijke snelheid ging en dan weer naar nul, om daarna abrupt op normale snelheid verder te gaan. Dát was het springen.

Nu wordt er gewoon lineair tussen twee metingen bewogen, over precies het gemeten interval tussen die updates in plaats van een vaste waarde die niet klopte met hoe vaak de pagina ververst. De koers draait op dezelfde manier mee, langs de korte kant van de cirkel. Netto: de marker loopt hooguit één procent voor of achter op de werkelijkheid, in plaats van honderd.

Drie dingen die stilletjes fout stonden

  • De hoogtekleur werd nooit bijgewerkt. Een toestel hield de kleur van het moment waarop het in beeld kwam, een dalende landingsvlucht bleef dus kleuren alsof hij op kruishoogte zat. De drempel werd namelijk vergeleken met de vórige meting in plaats van met wat er op het scherm staat, en dat vroeg een klimsnelheid die geen enkel toestel haalt.
  • NOCALL bleef staan. Zond een toestel zijn vluchtnummer pas later uit, dan werd dat niet meer in de tabel bijgewerkt.
  • De tooltip toonde de verkeerde koers. Je zag de hoek waar het icoontje naartoe aan het draaien was, niet de gemeten koers, een verschil van tientallen graden. Nu staat de meting er, en het gladgestreken getal blijft waar het hoort: in de animatie.

Verder kiest de tooltip zelf de kant waar hij past, zodat hij niet meer half buiten de kaart valt, en is er flink gesnoeid in het werk dat de pagina elke paar seconden deed. Staat de tab op de achtergrond, dan stopt het verversen helemaal. Dat scheelt data en accu.

De hoeveelheid toestellen in de lucht is bovendien terug te zien als trendlijn over de afgelopen 24 uur in de bovenste tegels.

De blinde vlek boven de stad

De eigen ontvanger van Luchtverkeer doet het uitstekend op afstand: in een meting zag hij 231 toestellen binnen 50 kilometer, tegen 59 bij de grote internationale netwerken. Maar er zat één gat, en uitgerekend op de plek waar je het niet wilt hebben: recht boven Dordrecht.

Twee oorzaken kwamen daar samen. Een antenne die rondom goed hoort, hoort recht omhoog vrijwel niets, de zogeheten cone of silence. En een toestel dat laag én dichtbij vliegt komt zó hard binnen dat de ontvanger overstuurd raakt, net als een microfoon waar je te dicht op staat. Gemeten aan een politiehelikopter op 1,8 kilometer afstand en 925 voet hoogte: 28 posities in drie minuten, met gaten tot 29 seconden. Precies het verkeer waar je als omwonende nieuwsgierig naar bent (de traumahelikopter, de politieheli, een laag overkomend sportvliegtuigje) viel dus met horten en stoten op de kaart.

Daar is aan twee kanten wat aan gedaan.

Aan de ontvangkant

De eerste verdachte was de voorversterker vóór de ontvanger. Die helpt om zwakke signalen van ver weg op te pikken, maar zou bij een helikopter op anderhalve kilometer juist tegen je werken. Hij is eruit gehaald, en dat bleek maar zo'n 2 dB te schelen. Niet waar het probleem zat.

Dat zat in de automatische versterkingsregeling. Die kijkt naar de ruisvloer om te bepalen hoeveel versterking er nodig is, ziet daar niets alarmerends, en draait daarom vrolijk door naar het maximum van de tuner. Voor zwak verkeer op 300 kilometer is dat prima. Voor een politiehelikopter op 1,8 kilometer is het een megafoon tegen je oor.

De regeling is nu begrensd op 44,5 dB, met de stand aan die snel terugschakelt bij korte, harde pieken, precies het patroon van een toestel dat vlak overkomt. Wat dat deed:

eerdernu
versterking58,6 dB44,5 dB
sterkste ontvangen signaal−0,8 dBFS−9,7 dBFS
aandeel te sterke signalen2 – 6%0,0%
toestel binnen 10 km−1,7 dBFS (klippend)−12,5 dBFS

Nul procent overstuurde signalen, waar het er eerst een paar procent waren. In gewone woorden: het laag en dichtbij overkomende verkeer komt nu gewoon binnen in plaats van dat de ontvanger erop dichtklapt.

Daar zit wel een prijskaartje aan, en dat verzwijgen we niet: op deze instelling zit het verre verkeer een stuk dichter op de ruis. Er is nog wat speelruimte, dus het is goed mogelijk dat de versterking straks weer iets omhoog gaat en de voorversterker terugkomt, de regeling die de pieken opvangt is nu immers bewezen werkend. Dat is iets om te meten, niet om op gevoel te doen.

En een aanvulling van buitenaf

Blijft er toch een gat vallen, dan wordt dat opgevuld met posities uit de open community-netwerken adsb.fi en airplanes.live. Dat gebeurt alleen voor verkeer binnen 30 kilometer en onder de 10.000 voet, en alleen wanneer de eigen ontvanger een toestel echt even kwijt is. Op alle andere afstanden en hoogtes blijft de eigen ontvanger leidend, want daar is hij aantoonbaar beter, 231 toestellen tegen 59.

Waar een positie van buitenaf komt, staat dat er gewoon bij: die regels krijgen het label Extern. De bronnen staan bij de toelichting onder de kaart.

Het resultaat is een vloeiender spoor boven de stad, zonder dat de kaart plotseling vol taxiënd verkeer van Rotterdam The Hague staat. Dat wordt er bewust uit gehouden.

Een foto van het toestel dat je aanwijst

Wijs een toestel aan en je ziet nu ook hoe het eruitziet, en waar het kan, in de kleuren van de maatschappij zelf. Kijk je naar een KLM-vlucht, dan staat er een KLM-toestel bij, geen willekeurige.

Dat "waar het kan" is de moeite waard, want er zaten twee valkuilen in. De eerste: bij het zoeken naar een foto van een bepaalde maatschappij eisten we dat de volledige naam in de bestandsnaam stond. Voor "KLM Royal Dutch Airlines" betekende dat letterlijk "KLM Royal Dutch", en zo heet geen enkele foto. Ze heten "KLM Cityhopper Embraer ERJ-190". Gevolg: élke KLM-combinatie viel af, en KLM-vluchten kregen een algemene foto met het bijschrift "andere maatschappij", terwijl daar toevallig ook een KLM op stond.

Alleen op het eerste woord matchen kon niet: dan wordt "China Airlines" een foto van China Eastern Airlines, een andere maatschappij met een andere livrei. De regel is nu dat een afkorting als KLM, TUI of TAP op zichzelf genoeg is, en dat er bij gewone namen twee woorden moeten kloppen.

De tweede valkuil zat in de zoekvolgorde. Zoeken op "KLM Royal Dutch Airlines Embraer ERJ-190" leverde op alle vijftien plekken foto's van een heel andere maatschappij op, één ijverige fotograaf had een complete serie op één luchthaven staan, en die vulde het hele venster. De KLM-foto's bestonden wel, ze haalden de lijst niet. Er wordt nu eerst binnen de bestandsnamen gezocht.

Van een handvol maatschappij-eigen foto's ging het zo naar 74 van de toestellen die op dat moment in de lucht hingen. Is er geen foto van díé maatschappij bij dát type, dan verschijnt een algemene foto van het type met het bijschrift erbij dat het om een ander toestel gaat, zodat je nooit denkt dat je naar deze vlucht kijkt. De foto's staan, net als de logo's, op onze eigen server.

Vliegtuigen die achteruit vlogen

Een enkele keer schoof een toestel over de kaart de verkeerde kant op. Dat zag er onmogelijk uit, en dat was het ook.

De oorzaak was een botsing tussen twee dingen die apart klopten. De kaart rekent tussen twee metingen door vooruit, zodat de beweging vloeiend blijft. Tegelijk wordt bijgehouden hoe oud de laatst ontvangen positie is, met een grens: is een melding ouder dan een seconde of twaalf, dan gaan we die niet verder extrapoleren: dan verzinnen we te veel.

Stopt een toestel met het uitzenden van posities, dan blijft de laatst bekende plek staan terwijl de leeftijd ervan oploopt. Het richtpunt kwam dan tegen die grens aan en stond stil, terwijl de vloeiende beweging gewoon doorliep. Bij de volgende ronde lag het richtpunt dus áchter de marker, en gleed die terug. In een meting bleken 81 van de ongeveer 200 toestellen op enig moment hun positie te herhalen, met uitschieters tot 45 seconden en tien kilometer verschil.

Nu wordt er alleen opnieuw gericht als er werkelijk een nieuwe meting binnen is. Over veertig seconden gemeten aan 124 toestellen: geen enkele beweegt nog achteruit.

Twee tellers die niet hetzelfde telden

De tegel "vliegtuigen op de kaart" en het telletje op de kaart zelf gaven structureel een paar toestellen verschil. Ze telden ook niet hetzelfde: de tegel telde toestellen met een actuele positie, het telletje telde alle symbolen op de kaart.

Dat verschil bestond uit toestellen die de ontvanger nog wel hoort, maar niet meer kan plaatsen. Hun symbool bleef tot een minuut lang in de gewone kleur op de laatst bekende plek staan, alsof het toestel daar nog vloog. Zodra de positie wegvalt wordt het symbool nu meteen grijs (zichtbaar een laatste bekende plek in plaats van een actuele), en tellen beide getallen hetzelfde.

Bronnen bij dit onderdeel: eigen ADS-B-ontvanger · aanvullende posities van adsb.fi en airplanes.live · toestelnamen uit ICAO Doc 8643 · registraties en types uit de OpenSky-toestellendatabase · routegegevens van adsbdb · typefoto's uit Wikimedia Commons en de bijbehorende Wikipedia-artikelen, lokaal opgeslagen · de silhouetten zijn afgeleid van de vormdefinities uit het opensourceproject tar1090 (GPL-2.0); kleur, contour en schaling zijn eigen werk · eigen metingen aan de kaart.

Droneweer: van "er vliegt iets laag" naar "kan dat mij raken?"

Droneweer vertaalt het weer naar één vraag: kun je vandaag vliegen? Het vliegverkeer erboven deed daar tot nu toe eigenlijk niet aan mee, en dat was een gemis, want dat is nou net het risico dat je zelf niet ziet aankomen.

Vliegverkeer telt nu echt mee

Er stond wel een waarschuwing, maar die was zo grof (er vliegt iets laag binnen 15 kilometer) dat hij niets zei en dus ook niet meetelde in het vliegcijfer.

Nu wordt per toestel de vraag beantwoord die er werkelijk toe doet. In de open categorie mag je tot 120 meter. Zit een toestel daar ruim boven, dan kan je drone er domweg niet bij en is de kans op een botsing nul. Dat staat er dan ook zo bij, in plaats van een waarschuwing die nergens over gaat. Zit er iets ín jouw luchtlaag, of daalt het er snel naartoe, dan is dat zichtbaar én telt het mee in het cijfer en het eindoordeel.

De grens voor "laagvliegend" is onderweg twee keer bijgesteld en staat nu op 450 meter. Hij stond op 900, maar dat getal kwam van de overgangshoogte (3.000 voet), een grens die over hoogtemeterinstellingen gaat, niet over wie er laag vliegt. 450 meter is wél de bovenkant van wat er echt laag opereert: de minimum vlieghoogte boven bebouwing is 300 meter en een circuit gaat tot 450. Daarvóór stond de grens op 350 meter, waardoor het circuit- en lesverkeer boven Dordrecht onzichtbaar bleef terwijl je het gewoon over ziet komen.

De tabel sorteert bovendien op risico en pas daarna op afstand. Een toestel in jouw luchtlaag wordt dus nooit meer verdrongen door een onschuldig toestel dat toevallig een kilometer dichterbij zit.

En je ziet nu wáár het vliegt

Bij elk toestel staat boven welke buurt het hangt, hoe ver en in welke richting dat is vanaf het centrum, welke kant het op vliegt en hoe snel. Voorheen stond er alleen een afstand, zonder richting en zonder plaatsnaam, en gemeten vanaf een punt dat er 2,5 kilometer naast lag. De tabel staat nu direct onder de kaart, zodat je een toestel uit de lijst ook meteen ziet vliegen, en hij ververst zichzelf elke vijf seconden in plaats van alleen bij het laden.

Bij een traumahelikopter staat erbij waar hij naartoe gaat: de bijbehorende P2000-inzet, of anders zijn standplaats. Die melding werkt zichzelf bij zonder de pagina te herladen en verschijnt ook in de nieuwsticker en rechtsboven in de header.

Dat laatste vroeg om opruimen, want die drie plekken keken alle drie anders. De ticker gebruikte een strak kadertje om de stad (een helikopter op elf kilometer viel er al buiten) de pagina keek naar vijftien kilometer, en geen van beide vertelde vanaf welk punt er gemeten werd of waar het toestel heen ging. Nu is er één definitie voor alle drie, met een straal van 25 kilometer.

Woordkeus en eenheden

Een paar dingen stonden er gewoon verkeerd, en dat is precies het soort fout dat je zelf niet ziet omdat het plausibel oogt:

  • Het zicht uit de METAR stond in de verkeerde eenheid: statute miles, maar gelabeld als meters. Nu in kilometers.
  • Een toestel op 325 meter werd omschreven als "op dronehoogte". Dat is het niet, dronehoogte is 120 meter, de hoogte waar je zélf mag komen. Het vliegt laag, meer niet.
  • De teller boven de tabel sprak zichzelf tegen: "binnen 15 km" boven een lijst van "binnen 10 km".
  • 's Avonds kon er "nog voor zonsopgang" staan.
  • Hoogtes werden niet overal op dezelfde manier voor luchtdruk gecorrigeerd.

Verder staat bij de windroos nu ook de windsnelheid in meters per seconde met de Beaufortwaarde en de vlagen erbij, daar stond alleen een richting.

Wat het níét is

Elke sectie heeft een zichtbare bronregel gekregen, en op twee plekken staat voortaan expliciet wat je niet moet aannemen. Bij de dronetabel: de windbestendigheid is opgave van de fabrikant, niet iets wat wij onafhankelijk gemeten hebben. En boven aan de pagina: het vliegcijfer is onze eigen weging van de omstandigheden, geen officieel advies en geen vervanging van je eigen beoordeling of van de geldende regels.

Bronnen bij dit onderdeel: eigen ADS-B-ontvanger voor het vliegverkeer · METAR-waarnemingen voor zicht en wolkenbasis · de buurtindeling van het CBS, via de PDOK Locatieserver · P2000 voor de inzet van de traumahelikopter · windbestendigheid volgens opgave van de dronefabrikanten.

Maritiem verkeer: elf tellers eruit, vier cijfers erin

Maritiem Verkeer volgt de scheepvaart op de Drechtsteden met een eigen AIS-antenne. De pagina bestond al, maar telde vooral dingen die je in de tabel eronder ook gewoon kon zien.

Vier cijfers die iets zeggen

Er stonden elf tellers bovenaan die alle elf hetzelfde zeiden: hoeveel schepen van soort X er nú zijn. Een kaal getal zegt niets: twaalf varende schepen is veel op zondagochtend en weinig op dinsdagmiddag. Die elf zijn vervangen door vier kaarten, en de tellingen per scheepstype staan nu in de filterknoppen zelf, waar je ze gebruikt.

  • Schepen varend, afgezet tegen wat normaal is voor dít uur van de week. Die referentie bouwt de pagina zelf op uit eigen metingen, elke vijf minuten één, en zwijgt zolang er te weinig metingen zijn in plaats van iets te beweren.
  • Passages per uur: doorstroom in plaats van momentopname. Een schip dat blijft liggen telt niet mee.
  • Gevaarlijke lading: het aantal tankers voor gevaarlijke stoffen. Die teller stond vrijwel altijd op nul, omdat alleen de zeevaartcodes werden herkend en niet de binnenvaartcodes, op deze rivieren is dat nogal een gat.
  • Schepen in beeld, waarmee je ziet hoe ver de eigen antenne op dit moment reikt en of de ontvangst nog leeft.

Wat er onder die cijfers veranderde is misschien nog belangrijker: er werd geteld op de navigatiestatus die een schip uitzendt, en die laat ruwweg de helft van de schippers na het afmeren gewoon op "onderweg" staan. Er wordt nu geteld op werkelijke snelheid over de grond. En schepen die al een half uur niets meer hadden uitgezonden telden nog mee als "ontvangen"; die grens ligt nu op tien minuten, gelijk aan de kaart.

Nieuw is ook een dagritme-grafiek: hoe druk het per uur van de dag normaal is, als mediaan met een band eromheen waarbinnen een gewone dag valt.

Waar vaart dat schip precies?

Bij elk schip staat nu de vaarweg en de kilometer (Beneden-Merwede, km 108) en welke brug of sluis het dichtstbij is. Bruggen en sluizen zijn een eigen kaartlaag geworden, en met "Vaarspoor" zie je waar een schip vandaan komt.

Bij de diepgang staat voortaan de actuele waterstand bij Dordrecht erbij. 3,5 meter diepgang betekent iets heel anders bij hoog dan bij laag water, en dat is precies het soort getal dat zonder context niets zegt. Het is dezelfde meetreeks als op waterstanden, zodat de twee pagina's nooit een ander getal tonen.

De kaart tekent nu wat er echt is

  • Schepen hebben een zwarte contour gekregen; op de luchtfoto en de waterkaart liepen de lichtere rompkleuren weg tegen de ondergrond. Ingezoomd staat de scheepsnaam ernaast.
  • De romp ligt op de ware voorliggende koers als het schip die uitzendt. Afgemeerde schepen wezen daarvoor allemaal naar het noorden, omdat ze geen koers over de grond melden.
  • Schepen die hun afmetingen nog niet hebben uitgezonden krijgen een stip in plaats van een romp. Ze werden getekend als een aangenomen schip van 50 bij 10 meter, wat op de kaart niet te onderscheiden was van een gemeten romp. Voor de ruim tweehonderd schepen die hun maten wél melden klopt de tekening tot op een halve meter.
  • Hulpdienstschepen zijn magenta; in het oranje waren ze nauwelijks van pleziervaart te onderscheiden.

Het venster bij een schip toont bovendien alles wat de transponder meestuurt maar nergens te zien was: diepgang, aankomsttijd, IMO-nummer, transponderklasse, afstand tot onze ontvanger, signaalsterkte en het aantal ontvangen berichten. Het opent aan de kant waar ruimte is, in plaats van de kaart te verschuiven.

Eerlijk over wat je ziet

Een AIS-pagina nodigt uit om alles voor waarheid aan te nemen, en dat is het niet. Dus staat er nu bij:

  • Naam, bestemming en afmetingen worden aan boord met de hand ingevoerd en zijn dus niet altijd actueel.
  • Wat je ziet bewegen is deels voorspeld. Tussen twee berichten door wordt de positie doorgerekend uit koers en snelheid.
  • Aankomsttijden die de schipper nooit heeft bijgewerkt worden weggelaten in plaats van als feit gepresenteerd. Van de 139 ingevulde aankomsttijden bleven er 83 over, de rest was een aankomst in maart, of 1 januari 00:00.
  • Het scheepstype zegt waar een schip voor gebouwd is, niet wat het op dit moment aan boord heeft. Dat geldt ook voor die teller met gevaarlijke lading.
  • Er wordt geen route van schepen bewaard. Het vaarspoor wordt in je eigen browser opgebouwd zolang je de pagina open hebt, en verdwijnt daarna.

Bronnen bij dit onderdeel: eigen AIS-ontvanger in Dordrecht-Oost · scheepstypen en statuscodes volgens ITU-R M.1371 (zeevaart) en de UNECE ERI-scheepstypelijst (binnenvaart) · vaarwegnaam en kilometer uit NWB-Vaarwegen via PDOK, met de kilometerraaien en de bruggen en sluizen uit Vaarweginformatie van Rijkswaterstaat · waterstand van Rijkswaterstaat · vaarwegmarkering van OpenSeaMap.

Fixi-meldingen: hoe lang staat dit al open?

Op Fixi meldingen staan de meldingen over de openbare ruimte in Dordrecht, kapotte straatverlichting, zwerfafval, een losliggende stoeptegel. Je kon zien wáár ze zaten, maar niet of er iets mee gebeurde.

Boven de kaart staan nu vier kerncijfers: hoeveel meldingen er openstaan, hoeveel er deze week bij zijn gekomen, welk aandeel is afgehandeld, en hoe lang de langst openstaande melding al loopt. Bij elke open melding staat in de lijst hoe lang hij er al staat, en je kunt filteren op alleen openstaand, of langer dan een week, een maand of drie maanden. Dat maakt van een kaart met spelden een pagina waarop je een vraag kunt stellen.

Verder:

  • "Bij mij in de buurt" toont alleen meldingen binnen 250 of 500 meter, 1 of 2 kilometer. Dat kan op je eigen locatie, maar ook op postcode: de browser leidt je locatie op een desktop af uit het netwerk en zit er dan al snel honderden meters naast, wat bij een straal van 250 meter niet werkt. Vul je er een huisnummer achter, dan is het punt exact. Die opzoeking gebruikt het landelijke adressenregister op onze eigen server, dus je postcode gaat niet naar een externe dienst.
  • Een hittekaart laat zien waar meldingen zich opstapelen, in plaats van waar er toevallig één ligt.
  • Afgewezen meldingen zijn zichtbaar en apart te filteren. Die verdwenen eerder gewoon, terwijl "hier is naar gekeken en er gebeurt niets" ook een antwoord is.
  • De lijst heeft een leesbare statuskolom in plaats van alleen een kleurtje.
  • Klik je een melding aan, dan pulseert hij dertig seconden op de kaart, zodat je hem niet kwijtraakt tussen de andere spelden.
  • De tabel volgt nu het ingestelde tijdvak. Hij toonde een jaar aan meldingen terwijl de kaart en de tellers ernaast een maand lieten zien, twee getallen op één scherm die elkaar tegenspraken.
  • De lijst laadt zichzelf bij tijdens het scrollen. Dat maakt de pagina 2,3 MB lichter, wat je op een mobiele verbinding merkt.

Tot slot: boven aan de pagina staat een werkende link om zelf een melding te doen. De link die er stond gaf een foutmelding.

Bronnen bij dit onderdeel: meldingen uit Fixi, het meldingssysteem van de gemeente Dordrecht.

Bekendmakingen: wat de overheid over jouw straat publiceert

Op Bekendmakingen staan de officiële publicaties over Dordrecht uit het Gemeenteblad en de Staatscourant: vergunningsaanvragen, verkeersbesluiten, bestemmingsplannen. Nuttig, maar tot nu toe moest je zelf maar raden wat je zag.

De belangrijkste toevoeging is dat de lijst nu de locatie toont (straat en wijk) en hoe lang geleden iets is gepubliceerd, en dat je daarop kunt zoeken. Voor een pagina die draait om de vraag "gebeurt er iets bij mij in de buurt?" was het ontbreken daarvan een gemis. Klik je een regel aan, dan springt de kaart erheen en pulseert de stip dertig seconden, hetzelfde patroon als bij de Fixi-meldingen.

Verder:

  • Kerncijfers boven de pagina: hoeveel publicaties er zijn, hoeveel er deze week bij kwamen, hoeveel er een adres hebben en welke wijk het drukst is.
  • Een nieuw blok onderaan legt uit wat je met een bekendmaking kunt: wat een aanvraag betekent, tot wanneer je kunt reageren en waar je bezwaar maakt.
  • Sorteren op datum ging mis over maandgrenzen heen. De lijst leek op volgorde te staan, maar zodra een nieuwe maand begon klopte de volgorde niet meer, en dat is precies het soort fout dat je pas ziet als je erop let.

Eén ding staat er nadrukkelijk bij, want het is geen detail: niet elke bekendmaking heeft een adres. Beleid, verordeningen en besluiten die voor de hele gemeente gelden noemen geen straat, en die kunnen dus ook niet op de kaart. Die staan in de lijst als "hele gemeente" in plaats van dat ze stilletjes verdwijnen. Boven aan de pagina staat daarom hoeveel van de publicaties er werkelijk op de kaart staan, de kaart is een deel van het verhaal, niet het geheel.

Bronnen bij dit onderdeel: officiële publicaties via zoek.officielebekendmakingen.nl · adressen uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Wil je zelf een attendering per e-mail, dan kan dat bij Berichten over uw buurt. Die link staat ook op de pagina.

Nextdoor: de feed stond bijna een maand stil

Nextdoor heeft vier weken lang niets nieuws opgehaald, zonder dat daar ergens een foutmelding bij verscheen. Vervelender dan de storing zelf is dat hij zo lang onopgemerkt kon blijven.

De oorzaak zat aan de andere kant. Nextdoor beveiligt zijn opvragingen met een sleutel die bij elke update van hun eigen website verandert. Werkt die sleutel niet meer, dan krijgen we geen foutmelding maar een keurig "in orde": met nul berichten erin. Geen rood lampje, geen regel in een logboek, niets. De feed bevroor op 4 juli en het viel pas op 1 augustus op.

En het viel op door iets wat er eigenlijk náást stond: er stond al weken "1 dag geleden" boven de berichten. Dat kwam doordat we die tijdsaanduiding overnamen zoals Nextdoor hem meestuurde, een momentopname, die dus voor altijd "4 uur geleden" bleef zeggen. Die tekst wordt nu zelf berekend uit het tijdstempel, waardoor een oud bericht er ook oud uitziet.

Drie dingen om te zorgen dat dit niet opnieuw ongemerkt gebeurt:

  • De site herstelt zichzelf. Werkt de sleutel niet meer, dan haalt hij de nieuwe zelf op door als een echte bezoeker in te loggen, en probeert het meteen opnieuw. Dat kost een seconde of twintig, en gebeurt alleen ná een fout, met een rem van maximaal één poging per zes uur, zodat een storing elders niet elk uur een browser opstart.
  • Een stille mislukking is nu een luide. Een niet-werkende sleutel, een mislukt herstel én "wel een antwoord maar nul berichten" gaan alle drie naar het interne foutenlogboek.
  • De pagina zegt het zelf. Is het nieuwste bericht ouder dan drie dagen, dan staat daar een waarschuwing. Dat had vier weken stilte meteen zichtbaar gemaakt.

Daarnaast bleek de sortering niet te doen wat je zou denken. Er werd gesorteerd op nabijheid in plaats van op tijd, waardoor een bericht van een uur oud buiten de eerste vijfentwintig viel en de pagina simpelweg nooit haalde. Nu komt de nieuwste eerst, met extra rondes voor de breedte, anders zie je alleen nog het meest recente en niet meer wat er in de buurt speelt.

Tot slot heeft de pagina dezelfde opmaak gekregen als de nieuwspagina's: dezelfde kaarten, dagscheidingen en kolomkiezer. Nextdoor-berichten hebben vaak geen onderwerp; dan wordt de eerste zin de kop en de rest de tekst, zodat elke kaart dezelfde opbouw houdt.

Bronnen bij dit onderdeel: berichten van Nextdoor voor de buurten rond Dordrecht.

Afval: welke bak moet er vanavond buiten?

De afvalpagina kende je ophaalkalender al, maar je moest hem zelf lezen. Nu staat er na het opzoeken van je adres meteen bovenaan welke bak wanneer buiten moet, met een aftelling erbij (over 3 dagen), en een waarschuwing als er een feestdag tussen zit, want dan schuift de ophaaldag vaak.

Twee dingen die het adres opzoeken zelf betreffen, en die eerder gewoon fout gingen:

  • Huisnummers met een letter of toevoeging werkten niet. Woon je op 12A, dan kwam je er niet in.
  • Staan er meerdere adressen op dezelfde postcode en huisnummer (1A en 1B bijvoorbeeld) dan pakte de site zonder het te zeggen de eerste. Nu krijg je de keuze. Bij een ophaalkalender is dat geen detail: de buren kunnen een andere dag hebben.

De uitleg over afvalsoorten stond in 23 opengeklapte blokken, wat neerkwam op eindeloos scrollen langs informatie die je niet zocht. Dat is nu een dichtgeklapte lijst van vijftien afvalsoorten, waarbij de Dordtse regels bij de landelijke uitleg staan in plaats van eronder, want de vraag is niet "wat is PMD" maar "mag dít erin, hier".

De cijfers zetten Dordrecht nu af tegen het Nederlands gemiddelde én tegen de landelijke doelstelling van 100 kilo restafval per inwoner. Een kaal getal zegt niets; het gaat om de vraag of we het goed doen.

Tot slot: is de inzamelaar even onbereikbaar, dan blijft de pagina werken en zegt hij dat er iets mis is, in plaats van te blijven hangen op een laadmelding.

Bronnen bij dit onderdeel: ophaalkalender en afvalstromen van HVC · restafvalcijfers en de landelijke vergelijking van het CBS · de doelstelling van 100 kg restafval per inwoner uit het landelijke afvalbeleid.

Antennes: wat er op het dak staat, en wat we daarvan zeker weten

De antennepagina toont de zendmasten in de regio. Bovenaan staan nu kerncijfers: hoeveel masten er zijn, hoeveel mobiele locaties met welk aandeel 5G, hoeveel masten door meerdere aanbieders worden gedeeld, en de verdeling tussen KPN, Vodafone en Odido. Klik je een antenne in de lijst aan, dan pulseert hij dertig seconden op de kaart: hetzelfde patroon als inmiddels op de andere kaartpagina's.

Ook zijn de koppen in gewoon Nederlands gezet. "Antennes in cijfers" leest nu eenmaal prettiger dan "Key Performance Indicators".

Het meeste werk zat echter in de achtergrondteksten, die zijn nagelopen bij het Antennebureau zelf:

  • De vergunningsregels kloppen nu: de vijf gevallen waarin een omgevingsvergunning nodig is, met de uitzonderingen erbij. Dat stond er eerder te stellig en te globaal.
  • Er staat nu bij dat C2000-masten bewust niet in het register staan. Dat is het netwerk van de hulpdiensten, en het ontbreken daarvan is geen gat in onze data maar een keuze van de overheid, als je dat niet weet, tel je verkeerd.
  • Cijfers die niet na te trekken waren zijn eruit, waaronder een veilingopbrengst en een "100% zeker"-bewering.
  • Elke uitlegsectie sluit af met een bron, met daarin het onderscheid tussen wat er in het register staat en wat wij eruit hebben afgeleid. Dat verschil is op deze pagina wezenlijk: het aantal masten is een feit, het aandeel gedeelde masten is onze telling.

Bij zendamateurs legt de pagina nu uit waaróm er geen technische details staan, in plaats van een kaal "geen gegevens" te tonen. Dat laatste suggereert een storing; het is gewoon zo dat die vergunningen anders geregistreerd worden.

Bronnen bij dit onderdeel: het Antenneregister · aanvullende dekkingsdata van OpenCelliD · regelgeving en uitleg van het Antennebureau.

Energiedashboard: van drie grafieken naar een compleet beeld

Het Energie Dashboard heeft de grootste uitbreiding van deze ronde gekregen.

Alle Nederlandse centrales op de kaart

Nieuw is een kaart met alle 137 Nederlandse elektriciteitscentrales vanaf 35 megawatt (gas, kolen, biomassa, kernenergie, waterkracht en de windparken op zee) met een doorzoekbare tabel eronder. De legenda werkt als filter: klik op een brandstof en je houdt alleen die centrales over.

Bij de productiecijfers is het versheidsverschil eerlijk benoemd, want dat is groot:

bronactualiteit
8 windparken op zeeNED.nlper uur, vrijwel realtime
overige centralesENTSO-Elaatst bekende dag (~1 dag vertraging)

Bij die tweede groep staat dus nadrukkelijk niet "nu", maar de laatst gepubliceerde dag. Dat verzwijgen zou een preciezer beeld suggereren dan er is.

Stroomprijs: een jaar terug in plaats van een week

De grafiek van de beursprijs ging tot nu toe acht dagen terug, en zelfs dat alleen als er die dagen toevallig iemand op de pagina had gekeken, werd er een dag niet gekeken, dan ontbrak die dag voorgoed. Dat is omgedraaid: de daggemiddelden worden nu automatisch bijgehouden en de grafiek loopt een jaar terug, met het jaargemiddelde, de duurste en de goedkoopste dag erbij.

Cijfers die niet klopten

Bij het nalopen kwamen er een paar dingen uit die recht getrokken zijn:

  • De KPI's voor wind en zon stonden in megawatt terwijl er gigawatt bedoeld werd. 4,7 gigawatt zonproductie las je daardoor als "5 MW", een factor duizend ernaast.
  • De energiemix telt nu één en hetzelfde uur op. Op het moment dat het uur wisselde konden bronnen uit verschillende uren door elkaar lopen, waardoor de percentages niet meer optelden.
  • Alle grafieken staan vast op Nederlandse tijd. Ze werden voorheen door de browser in UTC getekend, wat in de zomer twee uur scheelt.
  • De CO2-vergelijking met de buurlanden is vervangen door controleerbare cijfers van Ember, met bronvermelding.
  • De achtergrondteksten bij Over de energiebronnen zijn nagelopen: het opgestelde zonvermogen, de doelen voor wind op zee en de kernenergieplannen waren achterhaald. Overal staat nu een klikbare bron bij.
  • De productiegrafiek laadt in één verzoek in plaats van tien, en als de gegevens niet ververst zijn zegt de pagina dat er nu bij in plaats van een oud getal te tonen alsof het actueel is.

De stroomcijfers elders op de site

Wat Nederland op dit moment opwekt en welk deel daarvan duurzaam is, staat nu ook in de nieuwsticker onderaan en als chip in de aftelbalk onder de header. Alle plekken rekenen met dezelfde bron, zodat ze niet uit elkaar kunnen gaan lopen. Dat is precies de fout die je op zo'n dashboard niet wilt maken.

Kleinere dingen

  • Eén stijl voor toelichtingen. Vrijwel elke datapagina had zijn eigen opmaak voor het regeltje onder een grafiek dat uitlegt wat je ziet, een stuk of twintig varianten, allemaal net iets anders van grootte en kleur, en de meeste vielen weg in de donkere modus. Dat is nu één component, overal hetzelfde en overal leesbaar.
  • De aftelbalk uit deel 1 heeft er een chip bij gekregen die geen aftelling toont maar een stand van nu: de actuele stroomopwek. Hij verdwijnt vanzelf zodra de cijfers niet meer vers genoeg zijn.
  • De datum- en weerregel in de header is opgeschoond; de stroomcijfers die daar kort stonden zijn verhuisd naar de aftelbalk, waar meer ruimte is.

En er komt een deel 3

Net als vorige keer krijgen we het niet in één bericht. Er wordt nog volop doorgewerkt, en wat nu al klaar is maar hier niet meer bij paste (plus alles wat er de komende dagen bij komt) verschijnt in deel 3.

Een paar dingen staan bovendien bewust nog op de lijst. De uitgebreide achtergrondteksten over luchtverontreinigende stoffen, die in deel 1 al werden doorgeschoven, verdienen nog een controleslag voordat we er iets over beweren. En de externe aanvulling op het vliegverkeer draait nog op instellingen van vóór de ingreep aan de ontvanger; of die aanvulling nu nog nodig is, moet eerst opnieuw gemeten worden. Liever een ronde later dan een bewering te vroeg.

Vragen, of iets opgemerkt dat niet klopt? Laat het weten, een deel van wat in dit bericht staat, is gevonden doordat iemand ergens over struikelde.

Naar het bericht
vrijdag 31 juli
Grote onderhoudsronde deel 1: nieuwe aftelbalk, regen van de radar en een hoop nieuwe functies
Redactie

Grote onderhoudsronde deel 1: nieuwe aftelbalk, regen van de radar en een hoop nieuwe functies

De afgelopen dagen is er flink gesleuteld aan TechSpeeltuin. Nieuwe functies, snellere kaarten, scherpere cijfers en overal een klikbare bron erbij. Het zijn er zo veel geworden dat alles in één bericht proppen onleesbaar zou worden. Dit is daarom deel 1 ; wat er niet meer in paste komt in een tweede bericht....

update website
Lees verder

Grote onderhoudsronde deel 1: nieuwe aftelbalk, regen van de radar en een hoop nieuwe functies

Redactie
Dordrecht
Dordrecht

De afgelopen dagen is er flink gesleuteld aan TechSpeeltuin. Nieuwe functies, snellere kaarten, scherpere cijfers en overal een klikbare bron erbij.

Het zijn er zo veel geworden dat alles in één bericht proppen onleesbaar zou worden. Dit is daarom deel 1; wat er niet meer in paste komt in een tweede bericht.

Nieuw: een aftelbalk in de header

Direct onder de header staat vanaf nu een strook met aftellers naar aankomende gebeurtenissen. Eén vaste plek, in plaats van losse meldingen verspreid over de site. De chips sorteren zichzelf op wat het eerst komt, kleuren mee naarmate het dichterbij komt en verdwijnen vanzelf als de gebeurtenis voorbij is.

Er staan nu tellers voor onder meer de Papendrechtse brug (op basis van de actuele brugopeningen), de eerstvolgende supermaan, de maandelijkse sirenetest en de filedruk. Een chip kan ook een stand van nu tonen in plaats van een aftelling.

Zonsverduistering op de seconde nauwkeurig

De opvallendste teller: de zonsverduistering van 12 augustus 2026. Vanuit Dordrecht begint die om 19:17:03, met het maximum om 20:11:51 en het einde om 21:03:54. Op het hoogtepunt is bijna 89% van de zon bedekt. Elders op de wereld is het een totale eclips; vanuit Nederland zien we een gedeeltelijke.

Die tijden zijn berekend voor Dordrecht als waarnemingspunt en inclusief seconden, voorheen werden die weggerond, wat voor een afteller nu net niet precies genoeg is.

Weer en water

Neerslagverwachting rechtstreeks van de radar

Op de Regenradar komt de verwachting voor het komende uur nu van de KNMI-neerslagradar in plaats van uit een rekenmodel. Dat scheelt: een model met een raster van tientallen kilometers ziet een kleine bui boven Dordrecht simpelweg niet, de radar wel.

Nieuw is dat de verwachting ook zégt hoe hard het gaat regenen, in gewone woorden:

Het regent nu licht; rond 13:55 is het droog. Rond 14:35 volgt lichte regen.

De schaal loopt van heel licht (motregen) via licht, matig en hard tot heel hard en extreem hard, volgens de KNMI-drempels voor neerslagintensiteit. De piekwaarde in mm/uur staat er als getal naast. De balkjesgrafiek heeft kloktijden op de as in plaats van "+30 min", zodat je ziet hoe lang een bui aanhoudt. Valt de radar even weg, dan meldt de pagina dat en valt hij terug op het model.

Waterstanden: getijden beter herkend

De getijkromme bij Dordrecht is sterk asymmetrisch, snel vullen in zo'n drie uur, traag leeglopen in negen. Die lange, vlakke schouder in de dalende tak werd soms als een laagwater aangezien, waardoor er twee laagwaters achter elkaar konden verschijnen zonder hoogwater ertussen. De herkenning van hoog- en laagwater is herzien en werkt nu op de afwisseling tussen beide, wat dat soort dubbelingen uitsluit.

Ook de rivierdata is bijgewerkt: de metingen komen nu binnen met de officiële classificatie van Rijkswaterstaat erbij, in plaats van een eigen interpretatie.

Lucht, straling en bodem

Grondwater: de kaart is drastisch sneller

De peilbuizenkaart kleurt elke put op basis van de laatst gemeten grondwaterstand. Om dat te doen haalde de pagina per put de complete meetreeks op (soms tienduizenden metingen) om er precies één getal uit te lezen. Met honderd putten in beeld liep dat op tot tientallen megabytes, telkens als je de kaart verschoof.

Dat is herzien:

eerdernu
verkeer per kaartbeweging~19 MB763 bytes
aantal verzoekentot 1001

In de praktijk: een kaart die meteen reageert in plaats van seconden laadt, en die ook op een mobiele verbinding werkt. De volledige meetreeks wordt nog steeds opgehaald wanneer je hem echt nodig hebt, bij het openen van een grafiek.

Verder toegevoegd: trendlijntjes in de KPI-tegels, tooltips op de kaart met de gemeten stand en de diepte onder maaiveld, en een kleurschaal die is afgestemd op de uitlegtabel, met de kanttekening dat het een indicatieve indeling is.

Radioactiviteit: één schaal, zes tegels

De stralingspagina classificeert de meting nu overal op dezelfde manier, volgens de referentietabel op de pagina zelf, inclusief het niveau Hoog, dat wel in die tabel stond maar nog niet in de weergave.

Verder: zes KPI-tegels naast elkaar op brede schermen, een melding wanneer de meting verouderd is (op een stralingspagina wil je weten of je naar een oud getal kijkt), en een grafiek die direct meekleurt met de donkere modus.

Luchtkwaliteit: stookadvies en snellere pollenradar

Het stookadvies van het RIVM geldt per blok van zes uur op vaste tijdstippen: 04:00–10:00, 10:00–16:00, 16:00–22:00 en 22:00–04:00. De pagina kiest nu het blok waar het huidige moment in valt, en de tijdlijn toont alleen nog blokken die nog moeten komen.

Daarnaast: de pollenradar wordt nu hergebruikt in plaats van bij elke weergave opnieuw opgehaald (dat scheelt ruim een megabyte per keer), de uitklapbare uitleg is toegankelijk met toetsenbord en schermlezer, de LKI-schaalbalk volgt de officiële RIVM-indeling met vier klassen in de juiste breedte en kleuren, en de WHO-advieswaarde voor stikstofdioxide is geactualiseerd naar de richtlijn van 2021.

Natura 2000 : cijfers met betekenis

De KPI-tegels toonden kale getallen. Nu staat erbij wat ze betekenen, inclusief de reden dat ze niet netjes optellen:

De twee richtlijnen tellen samen op tot meer dan het totaal, omdat een gebied onder beide kan vallen: 84 gebieden zijn alleen Habitatrichtlijn, 22 alleen Vogelrichtlijn en 56 allebei, samen 162.

De oppervlakte heeft duiding gekregen die er echt toe doet. Nederland heeft ruim 2,2 miljoen hectare Natura 2000-gebied, maar daarvan is 86% open water, inclusief de Noordzeegebieden Bruine Bank, Klaverbank, Friese Front en Doggersbank. Op het land gaat het om zo'n 309.000 hectare, met de binnenwateren erbij om 570.000 hectare: ruim 9% van het Nederlandse landoppervlak.

De Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn zijn nu klikbaar en verwijzen rechtstreeks naar de wetteksten; de uitleg over habitatcodes, prioritaire typen en trekvogels is aangescherpt aan de hand van de artikelen zelf. De bodemcodes in het informatievenster zijn nagelopen tegen de officiële legenda van de Bodemkaart van Nederland.

Uitgezocht: komt er bodemverontreiniging op de kaart?

Milieuhygiënisch bodemonderzoekOverheidsbesluit bodemverontreiniging
aanlevering gestart1 juli 20251 januari 2026
service beschikbaarjaja
doorzoekbaar op gebiednog nietja
omvang:199 registraties, van 73 organisaties

De saneringsbesluiten zijn technisch al op te vragen, maar met 199 registraties voor heel Nederland is de dekking nog te dun voor een zinvolle kaartlaag. Het bodemonderzoek kan nog niet op gebied doorzocht worden. We houden het in de gaten.

Ruimte en atmosfeer

Astronomie: herbouwd hemeldashboard

Het hemeldashboard op Astronomie is opnieuw opgebouwd. Daarnaast is de inhoud gecontroleerd op onder meer de opgegeven ISS-hoogte, de percentages bij een supermaan, de Kp-waarde die nodig is voor zichtbaar noorderlicht en de herkomst van de F10.7-zonneflux.

Aurora: "Kan ik het nu zien?"

Op Aurora staat een nieuw paneel dat vier voorwaarden tegen elkaar afweegt (geomagnetische activiteit, voldoende duisternis, bewolking en maanlicht) en vervolgens de zwakste schakel benoemt. Dat is bruikbaarder dan alleen een Kp-getal: bij helder weer en hoge activiteit is het antwoord in de zomer alsnog "nee", omdat het simpelweg niet donker genoeg wordt.

Ook is verduidelijkt dat de OVATION-kaart een vooruitblik van 30 tot 90 minuten is en geen meting van dit moment.

Aardbevingen: gecontroleerd en uitgebreid

De aardbevingenpagina heeft er een landkolom en labels per gebeurtenistype bij gekregen. De achtergrondteksten zijn nagelopen op het onderscheid tussen mantel en asthenosfeer, tussen fracking en geothermie, de kans op een Noordzee-tsunami, de betekenis van Bath als gemiddelde, de sluitingsdata rond Groningen en de gebruikte plaatnamen.

Energie

Het Energie Dashboard heeft er twee onderdelen bij gekregen.

Het landelijk elektriciteitsverbruik laat zien hoeveel stroom Nederland op dit moment afneemt, naast de productie en de energiemix die er al stonden. Daarmee zie je in één beeld of we op eigen productie draaien of aan het bijkopen zijn.

Nieuw zijn ook de internationale stroomflows: hoeveel elektriciteit er op dit moment over de landsgrenzen heen en weer gaat, en met welke buurlanden. Handig om te zien wanneer Nederland netto exporteert of juist importeert, iets wat sterk samenhangt met wind, zon en de prijzen op de markt.

MeshCore

Nieuw: CLI-referentie

Er staat een nieuwe pagina: CLI-referentie. Een compleet overzicht van de MeshCore-commando's voor repeater, room server en companion, alle set- en get-commando's met hun standaardwaarden, aangevuld met de Nederlandse richtlijnen. Bedoeld als naslag naast je terminal, in plaats van zoeken in losse documentatie.

Raw Packet Breakdown herzien

De Raw Packet Breakdown is volledig opnieuw opgezet. Live MeshCore-pakketten worden byte voor byte uit elkaar getrokken: header, path, payload en de ontsleutelde inhoud, elk apart benoemd. Wie wil begrijpen hoe een pakket is opgebouwd (of wil controleren waarom iets niet aankomt), ziet nu precies welk byte welke betekenis heeft.

Regio Generator bijgewerkt

De Regio Generator genereert de instelcommando's voor je repeater en is bijgewerkt naar de huidige situatie. Nieuw is dat je een link kunt delen met de instellingen er al in: je stelt de configuratie samen, deelt de URL, en de ontvanger krijgt precies dezelfde voorinstellingen te zien. Scheelt overtypen en voorkomt fouten.

Hamradio

Propagatie: de rekenkern herzien

De rekenkern van Propagatie is grondig herzien. De belangrijkste verandering: een band heeft twee grenzen, geen één. Voorheen werd alleen naar de bovengrens gekeken, waardoor 160m en 80m op een zomermiddag als "open" werden gemeld terwijl ze in werkelijkheid door absorptie dicht zaten. Naast de bovengrens wordt nu ook de onderste bruikbare frequentie meegewogen, en de pagina vermeldt per band de reden van de status.

Verder toegevoegd:

  • Een Sporadic-E indicator voor 6m en 4m, die niet de gewone F2-laag volgt maar de Es-laag, met gemeten waarden en de spotdichtheid uit het eigen DX-cluster.
  • Een meerdaagse verwachting over 27 dagen en een historische trend over 30 dagen.
  • Een sectie met externe tools (VOACAP, Proppy, PSKReporter, RBN, WSPRnet) met geverifieerde deep-links.
  • Een zelfkalibratie-lus die elk kwartier per band vastlegt wat er voorspeld werd en hoeveel DX-spots er werkelijk binnenkwamen, zodat de voorspelling toetsbaar is in plaats van alleen plausibel.

De padberekening gebruikt nu de werkelijke reflectiepunten in plaats van een vlakke-aardebenadering, wat op lange paden een aanzienlijk verschil maakt.

Bandplan

Het bandplan is grondig herzien en toont het IARU Region 1-bandplan met de Nederlandse vermogenslimieten uit de Regeling gebruik van frequentieruimte. De pagina wordt volledig door de server opgebouwd, waardoor hij ook zonder JavaScript leesbaar is; de interactieve laag komt daar overheen. Bij de banden staan live propagatiebadges, en spot-markers zijn duidelijk gemarkeerd als afspraak, niet als wettelijke verplichting.

Digimode realtime

Op Digi Realtime zijn de FT8-, FT4- en WSPR-signalen te volgen die binnenkomen op onze eigen ontvanger. Met kaart, grafieken en een heatmap van de ontvangst.

Veiligheid en verkeer

P2000: meldingen opnieuw ontworpen

De meldingskaart op P2000 en de subpagina's is herbouwd. Wat opvalt:

  • De kopregel licht incidenttype en locatie eruit, met de rest eronder, er verdwijnt geen tekst, hij wordt alleen anders geordend.
  • Kleur per dienst (brandweer, ambulance, politie, traumahelikopter) staat los van urgentie, die alleen de prioriteitsbadge kleurt. Twee dingen die eerder door elkaar liepen.
  • Elke melding heeft een deellink die 60 dagen blijft werken, ook als de melding buiten het tijdvenster van de pagina valt.
  • De zeven losse tegels en de filterknoppen zijn samengevoegd tot één statbalk.

De weergave is bovendien opgeschoond en op snelheid getrimd: een rustiger beeld dat ook bij veel meldingen vlot blijft scrollen. De filter- en zoekbalk is een globaal component geworden, zodat andere pagina's dezelfde compacte werkbalk kunnen gebruiken.

Nieuw zijn de geluidssignalen bij binnenkomende meldingen. Je kunt zelf kiezen welk geluid je wilt horen, met verschillende alarmtonen om uit te kiezen, waaronder de klassieke vijftoonsoproep (5TVO / Selcal) die veel mensen nog kennen van het analoge alarmeringstijdperk. Uiteraard uit te zetten.

Verkeer: richting per rijbaan

Op Verkeer draait alles om de rijrichting per rijbaan: een file de ene kant op zegt niets over de andere. In de kaartpopup en de tabel staat nu altijd kompasrichting én bestemming samen, bijvoorbeeld NW · Ri Rotterdam. Alleen "NW" zegt niemand iets, alleen "Ri Rotterdam" is dubbelzinnig op een weg die beide kanten op gaat.

Nieuw is dat meldingen een "ter hoogte van"-omschrijving krijgen op basis van afritten en knooppunten uit OpenStreetMap, plus de opgegeven vertraging en het volledige traject van een melding in plaats van alleen het beginpunt. Uitspraken over spitsuur of de drukste dag worden alleen gedaan als het verschil groot genoeg is om betekenis te hebben.

De Drechttunnel en de Papendrechtse brug worden apart in de gaten gehouden. Zit daar iets vast, dan meldt de pagina dat, of het nu door een ongeval komt, een geplande afsluiting, een openstaande brug of wegwerkzaamheden. Voor wie de stad in of uit moet is dat de vraag die telt: kan ik erdoor, ja of nee.

Onder de motorkap

  • De foutpagina's (403, 404, 410, 500, 503) zijn opnieuw opgezet en gestroomlijnd: dezelfde opmaak als de rest van de site, duidelijke uitleg over wat er aan de hand is, en een weg terug. De 404 doet nu een "bedoelde je …?"-suggestie op basis van de paginanamen.
  • De beveiligingslaag van de site heeft een grote update gehad. Die draait volledig achter de schermen en zou je als bezoeker niet moeten merken. Dat is precies de bedoeling.
  • Er is een beheerpagina voor de API-modules bijgekomen, met toegang, sleutels en gebruiksstatistieken op één plek.
  • De site heeft een onderhoudsmodus die netjes een 503 teruggeeft in plaats van een half werkende pagina.

Rode draad: waar komt het cijfer vandaan?

Bij alle datapagina's is bij elk getal dezelfde vraag gesteld: waar komt dit vandaan, en klopt het nog? Normwaarden, drempels en schalen zijn nagelopen bij de bronhouder zelf, WHO, RIVM, KNMI, het Europees Milieuagentschap, het Compendium voor de Leefomgeving, Rijkswaterstaat en de Europese wetteksten.

Waar dat tot een bijstelling leidde, is die doorgevoerd. Waar het klopte, staat nu een klikbare bronvermelding bij de betreffende sectie, zodat je het zelf kunt nakijken. Elke herziene pagina heeft onder de titel een paginaversie en revisiedatum, zodat zichtbaar is wanneer de inhoud voor het laatst is gecontroleerd.

En er komt nog een deel 2

Hiermee zijn we er nog niet, en dat is precies de reden dat dit bericht in tweeën gaat. Alles bij elkaar zetten zou een lap tekst opleveren die niemand meer uitleest, terwijl elk onderdeel op zich de moeite van het vermelden waard is.

Er wordt op dit moment nog volop doorgewerkt. Wat nu al klaar is maar niet meer in dit bericht paste, plus alles wat er de komende dagen nog bij komt, verschijnt binnenkort in deel 2.

Een paar punten zijn bovendien bewust doorgeschoven naar een latere ronde, waaronder de uitgebreide achtergrondteksten over luchtverontreinigende stoffen. Die verdienen nog een controleslag voordat we er iets over beweren.

Vragen, of iets opgemerkt dat niet klopt? Laat het weten.

Naar het bericht
Eerder in juli
Zes keer teletekst, zes keer een eigen karakter
Redactie

Zes keer teletekst, zes keer een eigen karakter

In de jaren tachtig en negentig was teletekst niet meer weg te denken uit de woonkamer. Even de afstandsbediening pakken, 101 intypen en dan geduldig wachten tot de pagina regel voor regel binnenrolde. De blokjesletters op een zwarte achtergrond, het nieuws, het weer, de tv-gids. Voorwaarde was wel dat je toestel...

nostalgie retro teletekst tv
Lees verder

Zes keer teletekst, zes keer een eigen karakter

Redactie
NOS Teletekst
NOS Teletekst

In de jaren tachtig en negentig was teletekst niet meer weg te denken uit de woonkamer. Even de afstandsbediening pakken, 101 intypen en dan geduldig wachten tot de pagina regel voor regel binnenrolde.

De blokjesletters op een zwarte achtergrond, het nieuws, het weer, de tv-gids. Voorwaarde was wel dat je toestel een teletekst-decoder én een afstandsbediening had. Voor wie dat allemaal had, was het jarenlang de snelste manier om iets op te zoeken, tot het internet die rol overnam.

Het nieuws op 101 was het startpunt, maar teletekst was voor van alles dé plek.

Het weerbericht, de tv-gids om te zien wat er die avond kwam, de beurskoersen, files op de snelweg, vertrektijden van de trein. Vooral op zaterdagavond was het druk: half voetballend Nederland zat met de afstandsbediening in de hand de uitslagen te verversen, doelpunt voor doelpunt, vaak sneller dan de tv ze kon melden.

Pagina 888, de ondertiteling voor doven en slechthorenden, was voor veel kijkers onmisbaar. Loterijuitslagen, reisinformatie, de vakantiedrukte op de weg: als het kort en feitelijk was, stond het op teletekst.

De terminal begint bij NOS Teletekst, en dat is niet toevallig. Sinds 1 april 1980 is het in Nederland een instituut: pagina 101 met de koppen, het weer, de uitslagen. Nog altijd een van de best bezochte teletekstdiensten ter wereld, en voor de meeste Nederlanders simpelweg de teletekst.

Wie op de knop SVT klikt, belandt in Zweden. De Zweden zijn misschien wel het meest verknocht aan hun Text-TV: waar teletekst elders langzaam wegzakte, wordt het daar nog massaal gebruikt. Herkenbaar opgebouwd, maar met net andere kleuren en indeling, en uiteraard in het Zweeds.

Ceefax is de nostalgie in het kwadraat. Het origineel van de BBC was in 1974 de allereerste teletekstdienst ter wereld en werd in 2012 uitgezet toen Groot-Brittannië definitief op digitale tv overging. Wat je hier ziet is een liefdevolle heropbouw (NMS Ceefax, gemaakt door Nathan Dane) die de klassieke Britse look levend houdt, dezelfde typografie, dezelfde sfeer.

Dan de twee Duitsers. ARD Text hoort bij Das Erste en is nuchter en degelijk, precies wat je van de Duitse publieke omroep verwacht. ZDFtext is die van "het tweede net", compleet met het bekende ZDF-oog in blokgrafiek bovenaan de indexpagina. Beide draaien nog gewoon; teletekst is in Duitsland nooit echt weggeweest.

Het buitenbeentje is Spark, en dat is precies de charme. Geen omroep, maar een community-project uit de Britse retro-scene (rond TVARK), gemaakt door hobbyisten die teletekst met een Raspberry Pi weer tot leven wekken. Je vindt er eigen rubrieken, quizjes en teletekst-kunst. Het soort experimenteerpagina's die de grote zenders nooit zouden maken. Als je wilt weten wat er allemaal kan met veertig tekens breed, is dit de plek.

Zo staan nu op deze site zes werelden onder één set knoppen: van het vertrouwde Nederlandse nieuws tot Zweedse degelijkheid, Britse nostalgie, Duitse degelijkheid en pure hobby. Alles genormaliseerd naar hetzelfde beeld, zodat je zonder na te denken van land naar land springt.

De teletekst-inhoud is eigendom van de betreffende omroepen en aanbieders; TechSpeeltuin toont het alleen, met bronvermelding onderaan de pagina. Verder is het vooral een uitnodiging om weer eens doelloos rond te bladeren. Begin bij 100 en zie maar waar je uitkomt.

Naar het bericht
Nieuw: interactieve kaart van alle uitgegeven zendamateur-vergunningen
Redactie

Nieuw: interactieve kaart van alle uitgegeven zendamateur-vergunningen

Vanaf nu staat op TechSpeeltuin een nieuwe pagina: Uitgegeven vergunningen (te vinden onder Hamradio). Het is een interactieve kaart én doorzoekbare tabel van alle in Nederland vergunde onbemande amateurstations: repeaters, bakens, ATV-relais, APRS-digipeaters, packet- en Winlink-gateways. Wat kun je ermee?...

hamradio kaart rdi repeaters vergunningen zendamateurs
Lees verder

Nieuw: interactieve kaart van alle uitgegeven zendamateur-vergunningen

Redactie
De repeaters bij IJsselstein
De repeaters bij IJsselstein

Vanaf nu staat op TechSpeeltuin een nieuwe pagina: Uitgegeven vergunningen (te vinden onder Hamradio). Het is een interactieve kaart én doorzoekbare tabel van alle in Nederland vergunde onbemande amateurstations: repeaters, bakens, ATV-relais, APRS-digipeaters, packet- en Winlink-gateways.

Wat kun je ermee?

  • Kaart met alle stations, gekleurd per soort (FM, DMR, D-STAR, C4FM, TETRA, ATV, packet, baken). Beweeg over een marker voor een popup met de details, inclusief het geschatte dekkingsgebied als cirkel.
  • Doorzoekbare en sorteerbare tabel met per zender: roepletter, plaats, soort, band, uitgang- en ingangsfrequentie, CTCSS-toon of DMR color code, ERP, antennehoogte, bandbreedte en de einddatum van de vergunning.
  • Filters: zet soorten aan of uit, filter op band, of zoek op roepletter, plaats, Maidenhead-locator of frequentie.
  • Extra: klik op een roepletter voor een QRZ-opzoeker en op het informatie-icoon voor de bron, de beheerder, de DMR-ID en de statische talkgroups.

De data

Op 1 juli 2026 heeft de RDI een nieuwe versie van de vergunningenlijst vrijgegeven. Deze kaart is op die versie gebaseerd (peildatum 01-07-2026). Zodra de RDI een volgende lijst publiceert, wordt de kaart opnieuw ingelezen. Stations die inmiddels vergund zijn maar nog niet op de gepubliceerde lijst staan, zijn tot die tijd apart gemarkeerd met de peildatum erbij. Deze lijst is leidend voor callsign, frequentie, vermogen, bandbreedte, antennehoogte en locatie. Maar de lijst bevat geen mode, CTCSS-toon, color code, talkgroups of ingangsfrequentie, terwijl je juist die gegevens nodig hebt om een repeater daadwerkelijk te kunnen gebruiken.

Daarom is elke vermelding handmatig verrijkt met openbaar vindbare informatie, onder andere van VERON-afdelingen, Hobbyscoop, HamDigitaal, BrandMeister, RadioID, Winlink, aprs.fi en de eigen sites van de repeaterhouders. In totaal zijn zo 135 stations en 206 frequenties volledig geclassificeerd.

Stations die (nog) niet in de laatste RDI-lijst staan, zoals de DMR-repeater PI1DOR of de vijf verse bakens van PI7NOS op de Gerbrandytoren, zijn toegevoegd met een duidelijke markering en de peildatum van de gebruikte lijst.

Let op

De verrijking is met zorg samengesteld, maar blijft mensenwerk: gegevens kunnen fouten bevatten of verouderd zijn. Zie je iets dat niet klopt, laat het dan weten, dan corrigeren we de bron. Onderaan de pagina staat een uitgebreide toelichting op de gebruikte bronnen, de gedragslijn van de RDI en de uitdagingen die we bij het verzamelen tegenkwamen.

Bekijk de kaart via Hamradio → Uitgegeven vergunningen.

Naar het bericht
Terug naar groen: een tekstbrowser voor TechSpeeltuin
Redactie

Terug naar groen: een tekstbrowser voor TechSpeeltuin

Weet je nog hoe het web eruitzag voordat het vol stond met plaatjes, video's en pop-ups? Nee? Dan hebben we goed nieuws. Op TechSpeeltuin staat vanaf nu een echte, werkende tekstbrowser , en hij surft alleen over onze eigen site. Probeer 'm zelf: Text browser Wat is dit eigenlijk? Het is een browser in...

nostalgie retro terminal textbrowser website
Lees verder

Terug naar groen: een tekstbrowser voor TechSpeeltuin

Redactie
De text browser in werking.
De text browser in werking.

Weet je nog hoe het web eruitzag voordat het vol stond met plaatjes, video's en pop-ups? Nee? Dan hebben we goed nieuws. Op TechSpeeltuin staat vanaf nu een echte, werkende tekstbrowser, en hij surft alleen over onze eigen site.

Probeer 'm zelf: Text browser

Wat is dit eigenlijk?

Het is een browser in de stijl van w3m en Lynx: geen afbeeldingen, geen JavaScript-widgets, geen toeters en bellen. Alleen tekst, links en tabellen: in monochroom fosforgroen, precies zoals op een oude terminal. Zo zag het web eruit in de vroege jaren '90, vóór grafische browsers als Mosaic en Netscape het overnamen.

Waarom zou je dit willen?

Eerlijk? Vooral voor de lol en de nostalgie. Maar tekstbrowsers hebben nog steeds bestaansrecht: ze zijn supersnel, werken op de traagste verbinding, en zijn een goede toets voor toegankelijkheid. Als een pagina in tekstvorm leesbaar is, dan zit de structuur waarschijnlijk goed in elkaar.

Wil je een échte tekstbrowser op je eigen computer proberen? Op Linux installeer je zo w3m, lynx of links (bijvoorbeeld sudo apt install w3m); op Windows werkt Lynx prima, of draai je een van deze via WSL (Windows Subsystem for Linux). Bezoek daarmee gewoon techspeeltuin.nl: je krijgt automatisch de tekstversie voorgeschoteld.

Achter de schermen serveert de site zelfs automatisch een opgeschoonde tekstversie aan echte tekstbrowsers zoals Lynx en w3m. We werken er nog aan om steeds meer pagina's netjes leesbaar te maken, al is niet alles mogelijk met text-only: interactieve kaarten en grafieken blijven nu eenmaal leeg.

Bonus: een stukje geschiedenis

Onderaan de pagina vind je een inklapbaar hoofdstukje over de geschiedenis van de webbrowser: van de allereerste WorldWideWeb van Tim Berners-Lee (1990) en de tekstbrowsers Lynx en Mosaic, via de befaamde browseroorlogen tussen Netscape en Internet Explorer, tot de Chromium-monocultuur van vandaag. Inclusief geverifieerde bronnen, voor wie verder wil duiken.

Zet je monitor maar op groen. ☕

Duik erin → Text browser

Naar het bericht
38911 BASIC BYTES FREE: de Commodore 64 is terug
Redactie

38911 BASIC BYTES FREE: de Commodore 64 is terug

Nieuw op de Techspeeltuin: een echte Commodore 64, gewoon in je browser. Dat lichtblauwe scherm, **** COMMODORE 64 BASIC V2 **** , 38911 BASIC BYTES FREE en die geduldig knipperende cursor, precies zoals je hem je herinnert van zolder. Draai je vingers warm op de C64-pagina . Onder de motorkap draait vc64web...

c64 emulator nostalgie retro website
Lees verder

38911 BASIC BYTES FREE: de Commodore 64 is terug

Redactie
Screenshot van de demo
Screenshot van de demo

Nieuw op de Techspeeltuin: een echte Commodore 64, gewoon in je browser. Dat lichtblauwe scherm, **** COMMODORE 64 BASIC V2 ****, 38911 BASIC BYTES FREE en die geduldig knipperende cursor, precies zoals je hem je herinnert van zolder. Draai je vingers warm op de C64-pagina.

Onder de motorkap draait vc64web, de WebAssembly-port van VirtualC64. De emulator boot met de originele Commodore-ROM's, dus je krijgt het échte BASIC V2 onder je vingers: typ PRINT "HALLO", knoei met POKE 53280,0 om de rand zwart te maken, of laat een 10 PRINT "TECHSPEELTUIN "; : GOTO 10 eindeloos over het scherm scrollen. De SID staat ingesteld als 8580 met ReSID, dus ook het geluid klopt.

START DEMO: ons eigen gepruts
Druk op START DEMO en je krijgt een klein intro-tje te zien dat we zelf in elkaar hebben geknutseld nadat we wat oude boeken hebben afgestofd met "hoe zat het ook alweer" ... (gelukkig is er online ook veel info te vinden want de kennis was wel weer aardig weggezakt): een logo, twee scrollers met een colorwash eroverheen, wat dansende sprites en natuurlijk SID-muziek op de achtergrond.

Laten we eerlijk zijn: het is ons gepruts. Een beetje a la begin '90.. . Maar we hebben de smaak te pakken, en er staan al wat plannen op de tekentafel voor wat technische hoogstandjes, je weet wel, van dat werk waar je bij denkt "hoe kán een 40 jaar oude machine dit". Die hebben we niet zelf gemaakt, maar komen uit de echte die-hard demo scene. Die volgen later. Voor nu: veel plezier en nostalgische dagdromen....

Naar het bericht
De terminal... back to the 90's
Redactie

De terminal... back to the 90's

Telix en Enigma Nieuw op de Techspeeltuin: bel een BBS en monitor packet radio, net als vroeger Herinner je je dat krrrr-psssshhh van het modem nog? De kiestoon, het nummer intoetsen en dan dat spannende wachten op CONNECT ? Of het karakteristieke braaaap van 1200 baud packet radio op 2 meter of 27mc? Vanaf...

bbs nostalgie packet telix terminal tpk
Lees verder

De terminal... back to the 90's

Redactie
TPK Packet Terminal
TPK Packet Terminal

Telix en Enigma
Nieuw op de Techspeeltuin: bel een BBS en monitor packet radio, net als vroeger Herinner je je dat krrrr-psssshhh van het modem nog? De kiestoon, het nummer intoetsen en dan dat spannende wachten op CONNECT? Of het karakteristieke braaaap van 1200 baud packet radio op 2 meter of 27mc? Vanaf nu kun je het allebei opnieuw beleven op de Techspeeltuin, in een nagebouwde DOS-omgeving die verrassend dicht bij het origineel blijft.

Inbellen op het BBS Op de kale C:\> prompt start je het terminalprogrammaTELIX. Daarin praat je met een nagebouwd Hayes-modem dat de bekende AT-commando's begrijpt: AT, ATZ, AT&V, ATA (lijn opnemen, met echte Nederlandse kiestoon , ATH om op te hangen. Met ATDT <nummer> hoor je de DTMF-tonen en de modem-handshake.

Bel het BBS op ATDT 078TECHSPE (oftewel 0788324773): de modem ratelt in tot CONNECT 14400 en je belandt op een écht Bulletin Board System, compleet met ANSI-art, message boards en door-games. Waan je weer heerlijk in de jaren '90, met als bonus dat thuis niemand klaagt dat de telefoonlijn bezet is. Met Alt+X verlaat je TELIX weer.

Packet radio op 2 meter en 27MC
Geen telefoonlijn maar de ether: typ TB1 op de prompt in de TPK directory en de batch laadt TFPCX (host-mode driver) en TNCDED (WA8DED-firmware) resident in het geheugen (je ziet ze stap voor stap laden) waarna de terminal TPK start.

Met TPK los start je de terminal direct. In TPK monitor je fictief maar authentiek AX.25-verkeer: stations die hun mailbox lezen, keyboard-QSO's, node-bakens en te-koopjes. Elk frame wordt écht gemoduleerd (bytes → HDLC → Bell-202 AFSK op 1200 baud) dus je hoort de data daadwerkelijk ratelen. De praatjes bewegen bovendien mee met de echte banddynamiek, het weer en het tijdstip.

Onze roepnaam is P1RAAT, een niet-bestaande call: we spelen dus een piraat op 2 meter, en de vaste gasten zijn daar niet altijd van gecharmeerd. De belangrijkste commando's: B <tekst> om te broadcasten (unproto), C <call> om een station te connecten, en F10 om af te sluiten. ## Voor de duidelijkheid Al dat gebraaap is puur voor de nostalgie: er verlaat geen enkele milliwatt de kamer, want echt uitzenden mag niet zonder machtiging. En de kleine lettertjes: alle roepnamen, QSO's, ruzies, te-koopjes en dat ene te-enthousiaste 2,5-kW-experiment zijn verzonnen.

Elke gelijkenis met bestaande calls, personen, situaties of locaties berust volledig op toeval, en op een gezonde dosis nostalgie. Herken je jezelf desondanks tóch ergens in? Geweldige hobby heb je. 73!

Naar het bericht
Bellen met de tijd..
Redactie

Bellen met de tijd..

Weet je nog? Vroeger, als je écht zeker wilde weten hoe laat het was, dan belde je gewoon de tijd. Een kort nummer intoetsen, heel even geduld… en dan die kalme stem: &quot;Bij de volgende toon is het… zeventien uur… tien minuten… en vijftig seconden.&quot; , piep . Klaar. Je klok stond weer goed. Die...

002 nostalgie telefoon tijd
Lees verder

Bellen met de tijd..

Redactie

Weet je nog? Vroeger, als je écht zeker wilde weten hoe laat het was, dan belde je gewoon de tijd. Een kort nummer intoetsen, heel even geduld… en dan die kalme stem: "Bij de volgende toon is het… zeventien uur… tien minuten… en vijftig seconden.", piep. Klaar. Je klok stond weer goed.

Die nostalgie hebben we teruggehaald. Op de pagina van de sprekende klok vind je nu een volledig nagebootste telefonische tijdmelding, inclusief het complete belritueel:

  • 📞 eerst een kiestoon
  • ☎️ Bel de tijd .. 002 , if 06 8002 of voor de nog jongere generatie 0900-8002 ..
  • 🔔 de telefoon gaat een paar keer over
  • 🗣️ en dan spreekt de klok je de tijd voor, met een gekloonde stem van de originele tijdmelding
  • 🔊 gevolgd door de toon die precies op de seconde valt (dankzij onze GPS/NTP-klok echt op de milliseconde)

En als je "ophangt"? Dan hoor je keurig tuut… tuut… tuut… en de hoorn die op de haak wordt gesmeten. 😄

Nog leuker: het toetsenblok is speelbaar. Tik of veeg over de toetsen en maak je eigen DTMF-deuntjes, de goede oude telefoon als mini-instrumentje.

Pas op , want voor je het weet heb je iemand anders aan de lijn als je random gaat bellen!

Even een stukje geschiedenis: de Nederlandse tijdmelding was decennialang een van de meest gebelde nummers van het land, op z'n hoogtepunt zo'n 60 miljoen belletjes per jaar. Je bereikte 'm eerst via 002, later via 06-8002 en tegenwoordig nog altijd via 0900-8002. De vertrouwde stem was jarenlang die van Willy Brill. (1927 - 2017)

Benieuwd? Bel de tijd →

Oh, op de pagina zit ook nog een easteregg verstopt. Wellicht vind je hem.

Naar het bericht
juni 2026
TechSpeeltuin lanceert nieuwe Zoeken‑knop met directe resultaten
Redactie

TechSpeeltuin lanceert nieuwe Zoeken‑knop met directe resultaten

Vanaf vandaag staat er een nieuwe Zoeken ‑knop bovenin het menu van TechSpeeltuin. Zodra een gebruiker drie letters invoert, verschijnen de resultaten meteen, zonder dat er op een zoek‑ of verzendknop geklikt hoeft te worden. De functie biedt instant resultaten: tijdens het typen wordt een lijst met de meest...

update website zoeken
Lees verder

TechSpeeltuin lanceert nieuwe Zoeken‑knop met directe resultaten

Redactie
Zoek resultaten
Zoek resultaten

Vanaf vandaag staat er een nieuwe Zoeken‑knop bovenin het menu van TechSpeeltuin. Zodra een gebruiker drie letters invoert, verschijnen de resultaten meteen, zonder dat er op een zoek‑ of verzendknop geklikt hoeft te worden.

De functie biedt instant resultaten: tijdens het typen wordt een lijst met de meest relevante pagina's getoond, waarbij het zoekwoord in een fragment oplicht. Met de pijltjestoetsen kan men door de resultaten bladeren en met Enter wordt de gekozen pagina geopend.

Zoekopdrachten worden alleen in de eigen browser bewaard; de server slaat deze niet op. Gebruikers kunnen hun geschiedenis zelf wissen. Voor exacte zinnen kan men de zoekterm tussen aanhalingstekens plaatsen, bijvoorbeeld "meteo en natuur".

De zoekindex wordt ’s nachts opgebouwd door een script dat elke pagina in een onzichtbare browser laadt, wacht tot alle dynamische elementen (tabellen, kaarten, live data) zichtbaar zijn, en vervolgens de volledige weergave indexeert. Relevantie wordt bepaald aan de hand van onder andere de positie van het zoekwoord; een woord in de titel krijgt meer gewicht dan één die dieper in de tekst staat.

De nieuwe zoekfunctie doorzoekt ook nieuwsartikelen, zodat recente berichten direct vindbaar zijn. TechSpeeltuin nodigt bezoekers uit om de functie meteen te proberen via het menu.

Naar het bericht